Altijd al een lief en gemakkelijk joch

Jos Verstappen begeleidt zijn zoon van nabij. Loslaten doet hij de 17-jarige niet. „Ik ga volledig voor Max, daar moet bij mij nu even alles voor wijken.”

Max Verstappen verkent met zijn team het stratencircuit in Melbourne waar zondag de eerste grand prix plaatsvindt. Foto’s Frits van Eldik en Reuters

Hij weet niet meer precies hoe vaak hij er gereden heeft, maar kent het circuit van Albert Park maar al te goed. „Voor een deel is het een stratencircuit. Er wordt niet veel op gereden. Dat betekent veel stof en weinig grip. Het duurt even voordat het asfalt ingerubberd is.” En verder: een paar lastige bochten en een snelle chicane. Een foutje is zo gemaakt , weet Jos Verstappen (43). Hij maakte woensdag met zoon Max en de engineer van Max’ team, de Scuderia Toro Rosso (Red Bull), een track walk, een wandeltocht over het 5,3 kilometer lange circuit. Waar moet je afremmen, waar versnellen en waar ligt de ideale lijn? Hij blijft zijn zoon coachen, maar meer op de achtergrond, het team vindt het goed. „Ik stond altijd bij Max te kijken. Van kleins af aan heb ik foutjes gecorrigeerd. Dat hij nu zo goed is, heeft ook wel met mijn aanwijzingen te maken. Je moet er gevoel voor hebben. Dat zit in je genen of niet en die geef je aan je kinderen over.” Hem nu loslaten? „Ik laat hem nooit los. Ik ga volledig voor Max, daar moet bij mij nu even alles voor wijken.”

Jos Verstappen heeft nu meer tijd om trots te zijn, zegt hij in Albert Park bij het teamonderkomen van Scuderia ria Toro Rosso. Hij zit er ontspannen bij: hij weet dat Max in professionele handen is „en dat geeft mij nu meer ruimte voor een vaderrol op het circuit”. Jarenlang was hij niet alleen vader, maar ook chauffeur, financier en monteur van Max. Ze reden duizenden kilometers door Europa, van kartcircuit naar kartcircuit. En vanaf Max zijn twaalfde gingen ze samen de hele wereld over. Deze week zijn ze apart naar Melbourne gereisd. Max wilde liever alleen via de Verenigde Staten. Jawel, een nieuwe vriendin. En natuurlijk een uit zijn biotoop: het Amerikaanse karttalent Sabré Cook. Zijn moeder Sophie Kumpen was ook een snelle kartster. Jos doet er niet moeilijk over: „Hij heeft er de leeftijd voor, dat is toch het leven?”

Team Verstappen wil het debuut zo ontspannen mogelijk laten verlopen. Manager Raymond Vermeulen heeft al heel wat verzoeken gekregen van organisaties die ‘iets’ met Max willen. Max als hoofdredacteur van een kinderblad, Max als columnist, Max in strips, Max als affiche van een grand prixspel. Vermeulen: „We proberen te voorkomen dat we in zeven sloten tegelijk lopen. Laat Max eerst maar eens gaan rijden.” En dat doet hij zondag, met zijn zeventien jaar is hij de jongste Formule 1-coureur ooit. Hij kent geen zenuwen. Met zelfverzekerde glimlach: „Daar heb ik nog nooit last van gehad, ook niet in de lagere klassen. Nee hoor, ik slaap heel goed.”

Max Verstappen geeft de Nederlandse racerij weer een gezicht. De fans dromen van succes, de verkopers van tickets en racereizen doen al maanden goede zaken. Max is hot.

Hij heeft zich de afgelopen maanden intensief op het seizoen voorbereid. Werkte hard aan zijn conditie met de trainer die Red Bull speciaal voor hem heeft ingevlogen. En heeft veel tijd bij zijn team doorgebracht.

De auto bevalt hem goed. Deze onderging vorige maand bij de test in Barcelona nog een „update” met nog wat aanpassingen in de aerodynamica. „We liggen op schema”, vertelt hij ontspannen in Albert Park. Bij de tests maakte hij indruk op de experts. Als stilist die ronde na ronde in dezelfde bocht steeds op het zelfde stukje asfalt terechtkomt.

Zwarte magie

Hij maakt zich ook geen zorgen over de banden die hij moet leren „begrijpen”. Het is in Melbourne 25 graden, toch altijd weer wat warmer dan bij tests in Jerez en Barcelona. En banden gaan zich bij temperatuurverschillen anders gedragen. Welke banden je kiest, harde of zachte, het is een beetje de zwarte magie van Formule 1.

Zijn grootste zorg op dit moment: zijn armen en nek die door de zon dreigen te verbranden. „Kom laten we binnen even verder praten.” Hij ondergaat het allemaal met grote nuchterheid. Rent en passant even met banaan in de hand en korte broek naar de box van zijn team waar zijn bolide nog helemaal in elkaar gezet moet worden. „Ik stap straks gewoon in, je moet het allemaal niet moeilijker maken dan is het is.” Het is een beetje zijn levensfilosofie. Een vrolijke, beleefde jongen, nog zonder sterallures.

Vorige maand deed hij nog een interviewsessie met kranten uit binnen- en buitenland. Niet in een duur hotel in de Randstad onder het toeziend oog van een voorlichter, maar zelf op een industrieterrein in het Limburgse Maasbracht. Daar waar zijn carrière begon: bij het kartteam van een bevriend gezin dat een dakdekkersbedrijf heeft. Alleen zijn vader op gepaste afstand. „Wie heb je nu? De BBC? Als ze je op tv willen hebben, dan weet je het hé: jasje aantrekken.” Jos liet Max zijn gang gaan. Zijn enige media-advies: vertel altijd het verhaal dat je wil vertellen. „Privé gaat niemand wat aan.” Zelf haalde hij de roddelpers met relationele problemen. „Het verleden is voorbij. Als ik geen bekende persoon was, had niemand er van geweten.” En over Max: „Hij blijft altijd helemaal zichzelf. Hij was vroeger al een sociaal, makkelijk en lief joch. Nee , ik ben veel driftiger. Vooral als ik tegen oneerlijkheid aanloop.”

Hun carrières vertonen veel overeenkomsten. Allebei succesvol in het karten, allebei in de Formule 3 bij Van Amersfoort Racing en allebei in één keer naar Formule 1. Jos: „ Mijn gevoel was ook goed, ik reed ook makkelijk op de limiet. Maar als Max op zijn limiet rijdt, heeft hij capaciteit over voor andere zaken. Heeft hij ruimte om te denken, te praten door de boordradio. Een heleboel coureurs kunnen er door de spanning en concentratie weinig bij hebben, maar hij wel.” Maar er zijn ook verschillen tussen vader en zoon. „Max is een veel completere coureur dan ik was. Maar goed, ik racete in een andere tijd. Wij hadden geen simulator en fitness moest je zelf doen”.

Grindbak

Jos Verstappen heeft van de fouten in zijn loopbaan geleerd en probeert nu Max daarvoor te behoeden. Hij reed tussen 1994 en 2003 in meer dan honderd grands prix en kwam twee keer op het podium. Door zijn ongepolijste rijstijl kwam hij ook nog wel eens in de grindbak terecht. Bij zijn debuut in de Grand Prix van Brazilië werd hij bij het inhalen getorpedeerd door Eddie Irvine, op Hockenheim stond hij in lichterlaaie tijdens het bijtanken in de pitstraat en bij een crash op Spa-Franchorchamps was hij zonder de verhoogde cockpitrand die in datzelfde jaar was ingevoerd er niet meer geweest. „Ik heb stomme dingen gedaan, maar ook stomme pech gehad. Ik had wedstrijden willen winnen en dat is me niet gelukt.” Als vader denkt hij nog nog wel eens aan de risico’s voor zijn zoon. „Maar je ziet dat hij het onder controle heeft.”

Achteraf weet hij wat er in zijn loopbaan verkeerd is gegaan. Hij was veel te vroeg bij een topteam begonnen, bij Benetton met Michael Schumacher. „Daar heb ik de rest van mijn loopbaan last van gehad. Ik had eerst bij een kleiner team moeten beginnen.” Het heeft allemaal meegespeeld bij de keuze van Max voor Toro Rosso, het opleidingsteam van Red Bull. Daar moet hij twee jaar ervaring opdoen om vervolgens de sprong naar een topteam te maken. Is hij in potentie een wereldkampioen? „Jazeker, honderd procent. Ik weet zeker dat Max het kan. Maar hij moet eerst nog veel ervaring opdoen. De verwachtingen zijn in Nederland veel te hoog. Max moet fouten kunnen maken.”

Max zelf doet niet moeilijk over zijn ambities. „Ja, wereldkampioen worden.” Daarom is het allemaal om begonnen. Zijn opdracht voor zondag? „Uitrijden, dat is het belangrijkste.”