Als ik naar mijn dochters kijk, denk ik ‘yes, gelukt’

Bjarne Mastenbroek

(51) is architect en oprichter en eigenaar van architectenbureau Search.

Fundament

„In 1958 lieten mijn ouders een huis bouwen buiten Nijverdal, middenin het bos op de Sallandse heuvelrug. Het hele dorp zei: ‘wat moeten jullie daar?’ Maar het is ons geluk geweest. Tot mijn achttiende woonde ik in die prachtige natuur, ik leerde herkennen dat de dingen die gratis zijn in het leven, het mooiste zijn. Mijn vak raakt daaraan. Architectuur gaat voor mij over heldere keuzes maken, voor twintig, vijftig, misschien wel honderd jaar. Daarom herken ik het niet als mensen zeggen dat architecten plannen complex of duur maken. Goede projecten munten vaak uit in eenvoud.”

Pressie

„Regels zijn hard, architectuur is zacht, dus daar kun je op beknibbelen. Zo is het denken de laatste tien jaar. Het zou andersom moeten zijn. Iedereen heeft het over duurzaamheid, maar rendement wint het van kwaliteit. Ik sta te boek als lastig, maar ik ben vooral geen goede match met commerciële partijen. Ik zou me geen architect meer voelen als ik alleen een basisontwerp mag leveren. Ik weet steeds beter wat ik wil maken en wil controle op hoe het gemaakt wordt. In Nederland is men trots als de prijs omlaag gaat na onderhandelen. In Zwitserland zeggen ze: we willen dát, maar dan nóg beter. Een verademing.”

Essentie

„Een partner bij De Architectengroep zei ooit: ‘Ik wil wonen in een straat waar het niet opvalt wie er rondloopt.’ Dat vind ik een mooie uitspraak. Ik woon aan de Amsterdamse gracht, op het bankje voor mijn huis zit altijd wel iemand. De gracht is van iedereen. Vroeger liep ik soms ’s ochtends om half vijf door het bos. Dat was niet gek, want het heeft de condities om altijd fijn te zijn. Ik heb zeker niets tegen wonen aan de rand van de stad, maar de Vinexwijken zijn louter op een rekenexercitie gebaseerd. Te snel en te ondoordacht gebouwd. Dat voel je meteen als je er rondloopt.”

Visie

„De grootste misvatting over architectuur is dat het zou gaan over esthetiek, het gaat over hoe we willen leven. In Marievik, Stockholm, bouwen we 700 woningen op een oud industrieel kavel van 1,5 hectare. Een enorme dichtheid. Dan gaat het niet om die woning achter de voordeur, maar om de sociale component. Hoe komen mensen elkaar tegen? Hoe lopen ze van hun woning naar hun auto? Op de kade gaan we een grote kas bouwen, die vijf van de zeven woontorens verbindt. Met daarin kinderopvang en een binnenplein, met uitzicht over de baai en de stad. Eronder de auto’s. Van zo’n plan word ik heel blij.”

Bevestiging

„De Nederlandse ambassade in Ethiopië staat absoluut in mijn top drie. Omdat het een bijzonder gebouw is, maar ook omdat we daar een fundamenteel verschil konden maken. We werkten met lokale mensen, twee jonge architecten. We gebruikten simpele bouwmaterialen, lokaal geproduceerd. Het hele plaatje klopte. Veel mensen konden hun voordeel doen. Beide architecten hebben nu een succesvol eigen bureau. Het werken daar heeft me gemotiveerd het werk ook hier zinvol te houden. Ik realiseerde me weer hoe goed we het hebben, maar ook hoe slordig we daarmee omgaan.”

Trots

„Dochter drie het huis uit, baby erbij. Nee, slim is het niet, maar wel mooi. Mijn dochters zijn mijn beste projecten. Tijdens het opvoeden nam ik mijn kinderen mee in de volwassenenwereld. Ons zag je niet in de Efteling, maar in de Alpen. Ik heb niets met musea die een knieval maken en een kinderwereld scheppen, laat kinderen alles in hun eigen tempo begrijpen. We hebben ze ook altijd gezond laten eten. Als ik nu zie hoe ze genieten van eten en hun medestudenten ervan overtuigen biologisch te eten, dan denk ik ‘yes, gelukt’. Ze zien eten als een kwaliteit en nemen dat mee in hun eigen leven.”

Zoektocht

„De vraag die mij bezighoudt is: zouden we, door anders te bouwen, mensen kunnen verleiden om in de stad te blijven wonen? Een waarlijk alternatief kunnen bieden voor het huis met tuin? Kijk in architectuurbladen, het gros van de ontwerpen is geïntegreerd in het landschap, maar de woonwijken, kantoren en loodsen die wij neerzetten hebben geen enkele emotionele relatie met de omgeving. Ik hoop dat we die versmelting kunnen vertalen naar woningbouw, bijvoorbeeld door meer panden in de steden opnieuw te gebruiken. En dan kunnen we beginnen met opruimen van de rommel.”

    • Brenda van Osch