Als de politiek vooral nog om de allereerste indrukken draait

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Opstelten, Rutte, Teeven en de ware betekenis van de term ‘onvoldoende herinnering’. Ofwel: hoe eerste indrukken kunnen bedriegen.

Dit is het tijdperk van de eerste indruk. De eerste indruk als beslissende indruk – ook in de politiek. Een nieuwsfeit of flard daarvanwordt bekend, en meteen heb je de instantreacties. Die twittert dit, die appt dat. Wie te laat is telt niet mee. Wie genuanceerd doet valt niet op.

En dus zien we politici en opiniemakers reacties geven op feiten die zij nooit volledig kunnen kennen. Voorbij is de gewoonte je eerste indruk te checken: vertrouw maar verifieer. De eerste indruk eindigt vaak als enige indruk.

Zelf merkte ik deze week hoe verraderlijk dit eigenlijk is. Toen maandag het nieuws binnensijpelde dat de VVD-bewindslieden Ivo Opstelten en Fred Teeven (Veiligheid en Justitie) opstapten, was mijn eerste indruk dat Teeven zijn minister moest hebben misleid. Anders viel deze onverwachte wending niet te verklaren.

Beide mannen zag ik eerder op heikele momenten opereren. Ivo Opstelten was burgemeester van Utrecht toen in 1994 de IRT-affaire uitbrak; het grootste schandaal dat justitie ooit trof. Zijn korpschef, Jan Wiarda, had zich in de hoogste politieke en justitiële kringen beklaagd over corruptie in de Amsterdamse politieleiding. Toen dat uitlekte, barstte de bom.

Wiarda kreeg de volle laag, de corruptie viel niet te bewijzen, maar het interessante was dat hij zijn beklag met medeweten van Opstelten had gedaan. En Opstelten, bestuurder met een fraai cv (Minerva, dorpsburgemeester, Haags topambtenaar), manoeuvreerde zich vakkundig buiten beeld.

In de declaratieaffaire rond oud-burgemeester Bram Peper (PvdA) van Rotterdam, in 2000, zag je hetzelfde. Opstelten was Peper daar opgevolgd en binnenskamers stimuleerde hij raadsleden diepgaand onderzoek naar zijn voorganger in te stellen.

Peper had declaraties ingediend waarbij die flessen wijn van Mark Verheijen oogden als een colaatje op de kinderboerderij. Maar Rotterdam had amper regels die grenzen aan declaraties stelden. Dus toen dat onderzoek veel pijnlijks maar weinig overtredingen opleverde, herhaalde Opstelten wat hij in de IRT-affaire deed: hij minimaliseerde voor de buitenwereld zijn rol.

Ook Fred Teeven zag ik voor het eerst aan het werk rond de IRT-affaire. Waar Opstelten zijn ambities routinematig voor zich hield, spatten ze er bij Teeven vanaf. Een oud-rechercheur die was opgeklommen tot officier van justitie. Een man die de krankzinnigste details over goudeerlijke Hollandse drugsboeren kende. Een wandelende criminelenwikipedia.

Hij paste niet erg in het magistratelijke milieu. Maar als crimefighter bracht hij de ene na de andere topcrimineel voor het hekje. Hij zocht grenzen op, en wist steun van zijn superieuren te krijgen.

Maar het gevoel van miskenning bleef, hij zocht zijn heil in de politiek: na een onfortuinlijke flirt met Leefbaar Nederland belandde hij tien jaar terug in de VVD – waar Opstelten tot de kopstukken behoorde.

En bijna alle kopstukken kozen voor Rutte toen die Rita Verdonk uit de partij gooide. Niet Teeven: hij steunde Rita. Het bepaalde zijn reputatie: zeer geschikt om de rechterflank af te dekken, ongeschikt voor een autonome politieke rol.

Zodoende moest hij vanaf 2010 de rol van staatssecretaris onder Opstelten accepteren.

Je kon voorzien dat dit zou gaan schuren. Terwijl Opstelten de functie als vanzelfsprekend zag, was Teeven nog altijd te ambitieus voor een dienende rol: hij wilde de stoel van zijn baas.

Zo waren de omstandigheden toen 11 maart vorig jaar, via Nieuwsuur, bekend werd dat Teeven in 2000, als officier van justitie, een vergaande deal had gesloten met drugscrimineel Cees H. Het punt was niet het bedrag, maar het feit dat de Belastingdienst hier niet van wist; was dit witwassen?

Financiën kon dit niet beamen. Maar Opstelten gaf de Kamer 13 maart wel inzage in het bedrag: zoals zijn voorganger al in 2002 meldde, ontving Cees H. 2 miljoen gulden. Documenten over de zaak waren niet meer voorhanden, bevestigde hij later vorig jaar aan de Kamer.

Dit was de stand van zaken toen Nieuwsuur vorige week via justitiebronnen alsnog het exacte bedrag (4,7 miljoen) op tafel legde. Dus toen maandag bleek dat er toch een document van de deal op het departement was, waardoor Opstelten en Teeven opstapten, had het er alles van dat Opstelten door toedoen van Teeven ten val kwam.

Alleen: ook die indruk klopte niet.

Gelijktijdig met zijn aftreden stuurde Opstelten 27 pagina’s uitleg aan de Kamer. Hij schetste dat hij vorig jaar wel degelijk met de staatssecretaris over de deal had gesproken, en wel metéén na het Kamerdebat: 13 maart 2014.

Er stond: „Ik, en een directeur-generaal namens mij, heb met de staatssecretaris gesproken over de financiële aspecten van (..) de schikking.”

Deze „mededelingen van de staatssecretaris” waren daarna „gedeeld” met Henk van Brummen. Deze oud-procureur-generaal was na het debat van 13 maart door Opstelten gevraagd alle financiële aspecten van de deal in kaart te brengen. Mede omdat de advocaat van Cees H. verklaarde dat H. een kleine 5 miljoen had ontvangen.

Maar Van Brummen kwam niet ver: hij kon geen bewijsstukken op het ministerie vinden. En ook de best denkbare bron, Teeven zelf, gaf geen uitsluitsel: die had, stond er, „onvoldoende herinneringen” aan de zaak.

Onvoldoende herinneringen – ik dacht: wat zouden dat zijn? Geen herinneringen? Een paar?

In het Kamerdebat, afgelopen dinsdag, vroeg Pechtold (D66) premier Rutte naar „het verslag” van dit gesprek tussen Opstelten en Teeven van 13 maart 2014. De premier, een verbale tovenaar, moest hem teleurstellen: van dat gesprek was „geen verslag gemaakt”, zei hij.

Hier hielp het dat Pechtold doorvroeg. Was er dan een verslag van het gesprek van „de directeur-generaal” met Teeven?

Nou, zei Rutte, een verslag kon je dit niet noemen. Dit was „een persoonlijke aantekening”. En het leek de premier onjuist „persoonlijke aantekeningen” van ambtenaren te openbaren. Anders kwamen straks alle notities van die stakkers op straat te liggen.

Nog tijdens dit Kamerdebat was er een justitiële bron die me uitlegde wat hier gaande was. Uit deze „persoonlijke aantekening” bleek namelijk, zei hij, dat Teeven een bedrag „,heel dicht bij” de 4,7 miljoen had genoemd.

Dat was dus de ware betekenis van die „onvoldoende herinneringen”: Teeven had een schatting gegeven die, achteraf, nagenoeg klopte. Een tweede bron omschreef me hoe die „persoonlijke aantekening” eruit zag: één A4’tje, niet ondertekend. Hij verwachtte dat het zeker zou uitlekken.

Dus woensdag schetste ik summier in de krant dat Rutte een risico had genomen. Een document aan de Kamer onthouden waaruit blijkt dat Teeven zijn minister op 13 maart 2014 in feite liet weten dat hij het parlement niet goed had voorgelicht, leek me nogal pikant.

Zodoende kreeg Rutte woensdagavond, in het partijleidersdebat bij Pauw, nadere vragen. Hij bevestigde dat hij de inhoud van het verslag kende.

Donderdag sprak ik een VVD’er die ook zei dat „het bedrag” in het stuk „erg dicht bij de 4,7 zit”. Maar een ambtenaar die me het stuk zou geven, zag daarvan af: hij koos er veiligheidshalve voor het documentje grotendeels en gehaast voor te lezen.

Zo kon ik aan het eind van de week niet met honderd procent zekerheid zeggen of het betreffende document bevestigde dat Teeven zijn minister vorig jaar maart vrijwel correct informeerde over het bedrag van de deal. Maar het had er werkelijk alle schijn van.

Dus dit was er gebeurd: de Kamer was een document onthouden dat ontlastend was voor Teeven; belastend voor Opstelten; en, door alle debatten, ongemakkelijk voor Rutte. Ik merkte zelfs dat VVD’ers al wisten wat Rutte zou zeggen ingeval het uitlekte: dat één herinnering nog geen feit is.

Maar hier had je het dus weer. De eerste indruk van deze week – dat Opstelten door Teeven ten val kwam – was gewoon onjuist: in feite struikelde Teeven over Opstelten.

En Teevens onvoldoende herinneringen bleken in werkelijkheid bijna feilloze herinneringen.

Niets zo funest voor het feitelijk inzicht als het tijdperk van de eerste indruk.

    • Tom-Jan Meeus