opinie

    • Judith Eiselin

Alleen wat minder dik dan in het echt

De man van schrijfster Judith Eiselin werd bezorgd in een kartonnen doosje. Hij had een kabouterversie van zichzelf laten maken.

foto MAurice Boyer

Mijn man is een beeldje. Hij hoort dat liever dan poppetje. Hij staat op de schouw en kijkt toe als we eten. Soms moet ik hem van de kinderen omdraaien. Poppetje papa mag dan tien centimeter hoog zijn, zijn blik is indringend op ons gericht. Of op onze borden.

Als poppetje is hij iets minder dik dan in het echt, en iets doffer gekleurd, verder klopt alles. In de kontzak van zijn minuscule spijkerbroek, compleet met vouwen en vlekken, tekent zijn portemonnee zich af. De kuiltjes in zijn wangen schemeren door zijn baard. Alles net als in het echt.

Mijn man is als verrassing in de 3D- scanner geweest. Hij trof het apparaat op TedX Amsterdam, eind november. Enkele weken later deed oudste dochter de deur open voor een postbode. Even later schrok heel het huis op door haar kreet: „Een pakje met papa erin! Een piepkleine papa!” We snelden toe. Het was waar, en adembenemend: daar lag mijn man, in een kartonnen doosje met een ijzerdraadje om zijn middel.

„Ik hield mijn buik in”, zegt mijn man.

„Ik zie het”, zeg ik.

Papa is adembenemend, op kabouterformaat. „Nu ben ik altijd thuis”, zegt hij schaapachtig. Mijn schoonmoeder wil ook een afdruk. Zoonlief eindelijk weer klein – en weer thuis!

Ik wil ook. Op een bedrijventerrein in Amsterdam-Noord is ‘Scan Lounge’ gevestigd. Capture the moment is de slogan. „We maken een full body 3D-scan”, legt eigenaar Alewijn Medendorp uit. „Met 65 spiegelreflexcamera’s rondom fotograferen we je. Dat geschiedt direct op hoge resolutie. Speciale software combineert de uitkomsten tot een model, tot jou in het klein dus.”

Ik stap op de stip in de witte cabine. Nog geen kwart minuut later is het klaar. Ook met kinderen of huisdieren op de arm kan er ge-3D-scand worden.

Alleen een buste of hoofd levensgroot laten printen kan ook, bronskleurig eventueel. De beeldjes worden handmatig bijgewerkt. Losse haarlokken en sieraden kan de printer niet aan, zo min als uitgestoken vingers, die breken af.

„Ik stond een keer met de scancabine bij een warenhuis”, vertelt Medendorp droog. „Het meisje van de klantenservice kwam zenuwachtig vertellen dat een man al drie keer had gevraagd of hij er naakt in kon. Ik zei: tot het kleinste detail komt het in principe goed over, maar dit is een familieomgeving, dus dat doen we maar niet.”

Mijn benen zijn iets dunner dan in het echt, blijkt als het poppetje arriveert, mijn haar wat netter. Ook was mijn puntneus duidelijk lastiger te printen dan de mopsneus van mijn man. Maar we staan er toch maar, samen te stralen op de schoorsteenmantel. Onmiskenbaar. Nu ons kroost nog, en de katten.

    • Judith Eiselin