5 dingen die je moet weten om Max en de F1 te volgen, én te begrijpen

Max Verstappen: als de Formule 1 al niet tot de verbeelding sprak dan nu toch zeker wel. Het belooft een boeiend seizoen te worden. ANP-EPA / Diego Azubel

Dit is het jaar dat je liefde voor Formule 1 weer (of nog meer) wordt aangewakkerd. We hebben Max Verstappen om naar uit te kijken. Sterker, aan aanloop naar de seizoensouverture blijkt dat de hele wereld de Max-vibe voelt. Volgen dus dit jaar, die F1!

1. ERS, DRS en ‘the cliff’

Termen! En zo zijn er wel meer, maar de belangrijkste voor thuis achter de buis zijn bovengenoemde drie. Het Energy Recovery System (ERS) slaat remenergie op en geeft coureurs de mogelijkheid die gedurende enkele seconden per ronde als powerboost te activeren: zo’n 160 pk extra. Handig als je even wilt ontsnappen aan een concurrent die aan je achtervleugel kleeft en het voorzien heeft op jouw positie.

Maar ja, die concurrent heeft dan weer het Drag Reduction System (DRS) tot z’n beschikking. Op vooraf aangewezen rechte stukken op het circuit kun je - als je binnen een seconde van je voorligger rijdt - dan je achtervleugel ‘openzetten’ waardoor de wagen gedurende enkele honderden meters minder luchtweerstand ervaart en dus harder gaat. Prettig als je maar niet voorbij de wagen voor je geraakt.

Criticasters klagen over deze kunstmatige gereedschappen. Kom je er niet voorbij dan ben je niet snel genoeg. Zoiets. En dat is zo, natuurlijk. Neemt niet weg dat ERS en DRS vaak aardige kat-en-muis-spelletjes opleveren en de voor tv-kijkers boeiende inhaalacties bevorderen. De invoering van beide systemen in 2011 zorgde direct voor een ruime verdubbeling van het aantal inhaalmanoeuvres naar gemiddeld zestig per race.


En dan u over naar ‘the cliff’. Onthoud die term: het punt waarop de stijgende prestatiecurve van de band naar beneden sodemietert richting niveautje onbruikbaar. En soms zelfs zomaar onder het nulpunt kukelt: klapband. Pirelli levert nu al een paar jaar zwart goud dat de races een stuk interessanter maakt. Hoe zit dat precies?

2. Hoe zit dat nou met die banden?

Elke coureur krijgt een beperkt aantal setjes uit het Pirelli assortiment. We hebben het type dat meer rondjes meegaat maar minder grip dus minder snelheid levert, en een zachtere ‘compound’ dat een stuk sneller is maar veel sneller the cliff bereikt.

Gedurende de race móeten de coureurs een harde en zachte compound gebruiken en is dus altijd de vraag: ga ik voor snelle tijden maar ook snel de pit in moeten, of voor de “langzame” band maar minder tijdverlies want minder stops? Bij elke race hebben de teams scenario’s berekend wat uiteindelijk de snelste optie is.

De coureurs spelen altijd met vuur: het opzoeken van die cliff maar er niet overheen gaan. Ben je te laat en val je in de afgrond, raak je zomaar een paar seconden in één ronde kwijt. En in een sport waar het om tienden en honderdsten draait, kun je gerust zonder zo’n scenario. Die scenario’s zijn leuk en aardig, maar zodra het begint te regenen - of erger nog de safety car de baan op moet - kunnen de vooraf bedachte strategieën de shredder in.

3. F1-coureurs werken in het meest geraffineerde kantoor

Veel gehoord: Formule 1 is geen sport, gewoon instappen en gas geven. Neen. Zo is het dan weer niet. Anders heette het wel gewoon karten. Zodra een coureur begint te rijden bedient hij behalve het gaspedaal, remmen en het draaien aan het stuur zo’n vijftig instellingen vanaf datzelfde stuur.

Gemiddeld negen draaiknoppen geven de coureurs toegang tot het managen van brandstofmix en -verbruik tot aan het afstellen van de turbocompressor of bijvoorbeeld het afremmen op de motor. Spelen met het differentieel en reminstellingen voor elke willekeurige bocht in een circuit? Doen ze ook.

Daarnaast zijn er nog – de layout van het stuurtje is afhankelijk per team en coureur – zo’n vijftien buttons. Functies variëren van het in neutraal zetten van de versnellingsbak tot het regelen van olietoevoer of het compleet resetten van de software waarop de wagen opereert. Na het intrappen van het gaspedaal is het dus net even wat meer dan sturen en remmen.

En dan zit er nog een led-display op het stuurtje ter grootte van een smartphonescherm. Coureurs kunnen daar door diverse pagina’s bladeren met informatie over rondetijden, toerentallen en snelheid. Maar ook olie- en waterdruk of temperaturen van draaiende onderdelen. Terwijl er met snelheden tot boven de 300 km/u geracet wordt, is de Formule 1-coureur van tegenwoordig dus veel meer dan louter een bestuurder.

4. En al die knopjes zijn belangrijk

Formule 1 anno 2015 is all about management. Elke coureur heeft namelijk maar vier krachtbronnen tot z’n beschikking voor de twintig grands prix dit jaar. Wie meer dan vier motoren verbruikt krijgt een tijdstraf of wordt teruggezet in de startopstelling.

Het is dus een kwestie van de boel heel houden en lief zijn voor het materiaal. Doseren is sowieso het sleutelwoord: constant voluit gaan is niet alleen slopend voor banden en mechaniek, ook de brandstof aan boord is geen oneindige voorraad. Van bocht naar bocht managet de coureur zijn materiaal. Kijk naar de vingers van Nico Rosberg die settings veranderen en bladeren door het led-display terwijl hij de pole position-tijd rijd in Abu Dhabi 2014:

Elke race mag een coureur maximaal 100 kg brandstof meenemen. “Push, push, push!” en “we need to save fuel” wisselen elkaar op de boordradio dan ook veelvuldig af in de eindeloze zoektocht naar balans: de snelste zijn en óók de finish halen.

5. Bye-bye safety car, hallo racen

Na de zware crash van Jules Bianchi vorig seizoen op het verregende Suzuka is er veel te doen geweest over veiligheid en de rol van een safety car (SC) daarin.

Dit jaar hebben we de virtual safety car. Hup, die personenwagen – hoe cool ook dit jaar – van de baan! Waar de fysieke safety car het hele veld in elkaar liet schuiven en opgebouwde voorsprong of achterstand in een klap liet verdampen, laat de virtuele versie (VSC) die in tact.

Althans, dat is de bedoeling: is een deel van de baan onveilig of een coureur in gevaar maar is het niet absoluut nodig de SC de baan op te sturen, treedt de virtuele versie in actie. Coureurs krijgen een maximum snelheid opgelegd. Zo wordt elke coureur, waar ook op de baan, afgeremd en blijft opgebouwde voorsprong in tact.

Hollandse Hoogte / VI Images

De Virtual Safety Car toegepast: via de led-borden langs de baan en radiocontact met het team worden de rijders op de hoogte gesteld van gevaarlijke situaties waardoor een maximumsnelheid van kracht wordt: geen fysieke SC op het circuit. Hollandse Hoogte / VI Images

Tot slot: waar ga je kijken?

Het is zo zonde dat Formule 1 in veel landen achter de decoder is verdwenen. Nederland is daarop helaas geen uitzondering, noch Vlaanderen. Gelukkig bieden RTL Duitsland, RTBF (voor wie dat kan ontvangen) en de BBC uitkomst. Onze directe buren zenden alles live uit, de Britse vrienden de helft van de kalender.

De BBC is voor de rest van de races ook een prima toevluchtsoord, zeker voor de casual kijker die niet per se de volledige race hoeft te zien. Van de tien grands prix die de omroep niet live uitzendt brengt het later op de zondag een voortreffelijke, ruime samenvatting. Voorzien van voor- en nabeschouwing en fraai gemonteerd heb je nauwelijks in de gaten dat er rondjes ontbreken.

De race start morgen om 06.00 uur Nederlandse tijd. Om 14.15 uur zendt BBC de samenvatting uit. Gentlemen, start your engines!