De smaak van Jean-Benoît Dunckel

Hij oefent de Études-tableaux van Rachmaninov en houdt van de geur van uitlaatgassen. De smaak van Jean-Benoît Dunckel (van het Franse muziekduo Air).

Jean-Benoît Dunckel: „Ik denk in getallen.” darkelmusic.com

Sommige artiesten kruisen vaker je leven dan je denkt. Jean-Benoît Dunckel? Nooit van gehoord, zullen sommigen denken. Dat hij de helft is van het Franse muziekduo Air, zal misschien een lichtje doen branden. In de jaren negentig zorgde hun melancholieke synthesizermuziek, samen met het werk van Daft Punk, voor een opleving van de Franse popmuziek. In 1998 hadden ze in Nederland een hit met All you need.

Voor lezers die nu nog in het duister tasten: denk aan de soundtrack van Lost in Translation, de licht vervreemdende en weemoedige klanken van Lost in Kyoto. Air produceerde ook het album 5:55 van Charlotte Gainsbourg en werkte samen met Beck en Françoise Hardy.

Op het Skype-scherm verschijnt een jonge man met een gladde lok. Jean-Benoît Dunckel (Versailles, 1969) ziet eruit zoals zijn muziek klinkt: breekbaar én grappig. „Ik hou ervan eruit te zien als een elf”, zei hij ooit in een interview. Wel een 46-jarige elf dan, vader van vier kinderen, van wie de oudste 19 is en de jongste 7.

Naar welke muziek luistert u graag?

„Op dit moment veel naar bekende muziek, zoals Philip Glass, maar ik luister ook graag naar nieuwe Franse bands als Moodoïd, een soort psychedelische space pop. Ze zijn ook geweldig op het podium. Er zitten drie meisjes in de band, heel stoer.”

U speelt piano.

„Ik oefen nu nummer 10 van de Études-tableaux van Rachmaninov. Twee uur per dag. Heerlijk. Ik heb de energie en de cultuur van klassieke muziek nodig om zelf songs te kunnen schrijven.”

In welke stad komt u het liefst?

„San Francisco. Die stad heeft een Amerikaans gezicht dat me zeer bevalt: de mensen zijn er relaxed, open minded en echt cool” – Dunckel spreekt uit: wielie khoel. „Het is er altijd mooi weer. En er zwemmen haaien in de zee. Voor de kunsten is het ook een goede stad. Ik zou er wel een tijdje kunnen wonen. Amerikanen zijn echt heel warme mensen.

„In Parijs zijn de mensen koud en afstandelijk. Parijzenaren wonen in een van de dichtst bevolkte steden ter wereld, je kunt hier nooit de straat op zonder iemand tegen te komen. Daarom stralen de mensen uit: laat me met rust, praat niet tegen me.”

Wat is uw favoriete publiek?

„Ik hou van het Ierse en het Schotse publiek. Ze genieten van de muziek en laten dat zien. Ze drinken, ze klappen, ze schreeuwen, ze lachen. In grote steden als Parijs, New York en Londen laat het publiek zich niet zo gaan, daar zijn ze zoveel gewend.

„Dat is iets waar je als muzikant mee om moet leren gaan: je geeft het publiek met je muziek een aai en je krijgt er een klap in je gezicht voor terug.”

Wat is uw lievelingsrestaurant in Parijs?

„ Mijn studio is vlak bij Place Sainte-Marthe, en daar zit, verstopt tussen twee gebouwen, een heel klein zaakje: restaurant Le Sainte Marthe. Veel Parijzenaren kennen het niet eens. Als je naar binnen gaat, is het alsof je de middeleeuwen in stapt. Er brandt altijd een haardvuur.”

Wat is uw favoriete geur?

„Ik hou van de geur die je ruikt als je in de Verenigde Staten aankomt. De zware geur van uitlaatgassen, een soort lucht van verbrande suiker. Dat is voor mij de geur van Amerika. Heerlijk. Na een tijdje vervaagt ’ie, omdat je eraan went.”

Houdt u van parfum?

„Zeker. Ik draag zelf Bois d’Argent van Dior. Een erg comfortabele geur, casual én luxe. Vrouwen zijn er dol op. Ik hou ook van parfum bij anderen, mits het niet te sterk is en liefst gemixt met de geur van huid of haar.”

Wat drinkt u het liefst?

„Rode wijn, natuurlijk. Van witte wijn krijg ik krampen. Ik hou van Costières de Nîmes. In Frankrijk groei je op met de aanwezigheid van wijn. Maar we zijn geen alcoholische natie hoor. Pas als je achttien bent krijg je van je ouders wijn te drinken. Eerder misschien hooguit een slokje champagne op je verjaardag. Als tiener vond ik wijn trouwens iets verwerpelijks, iets decadents. Ik was punk.”

Heeft u onlangs iemand iets cadeau gedaan?

„Een art-nouveaulamp van Tiffany, aan mijn ex-vriendin. Ze houdt van oude spullen. Bijna al mijn Parijse vrienden zijn geïnteresseerd in vintage. Alles in onze huizen is oud. Op de vlooienmarkt van Porte de Clignancourt kun je interessante dingen kopen. Als je goed zoekt en een beetje tijd hebt, hoeft een sofa in Napoleonstijl niet veel te kosten.

„Zelf kocht ik onlangs een kast uit de jaren vijftig, heel simpel. Mijn grootouders hadden er zo eentje thuis. De geur van het hout herinnert me aan mijn jeugd. Daar word ik blij van.”

U had een gelukkige jeugd?

„Ja, daarom ben ik nu ook redelijk normaal. Mijn vader was natuurlijk niet blij toen ik punk werd. Maar het is goed als ouders ondervinden dat hun kinderen niet altijd doen wat ze zeggen. Het is ook belangrijk voor de kunst dat kinderen naar muziek luisteren die hun ouders niet begrijpen.”

Hoe voedt u uw kinderen op?

„Ik probeer het goede voorbeeld te geven. Als opvoeder kun je zeggen wat je wilt, maar als je het zelf niet laat zien, gaat het niet werken. Ik doe mijn zonen voor dat je relaxed en sterk moet zijn. Dat vinden de meisjes fijn.”

Wat draagt u graag?

„De kleren van agnès b. passen heel erg bij me. Ik kan geen broeken vinden die beter passen dan die van haar. Ze maakt deel uit van mijn familie. De moeder van mijn kinderen is een nichtje van haar.”

Welk boek leest u nu?

La vie de Franz Liszt. Liszt was de beste pianist van zijn tijd, een jonge genie. Hij kon spelen wat hij wilde en deed de mensen versteld staan. Maar daar had hij genoeg van, hij wilde niet meer als een aapje aan het publiek vertoond worden. Hij had een paar stevige existentiële problemen. Uiteindelijk werd hij priester.

„Dat het vervelend is om om de verkeerde redenen bewonderd te worden, dat herken ik. Als mensen bijvoorbeeld zeggen: ‘ik vind jouw muziek geweldig, echt van die liftmuziek’. Maar ik word geen priester hoor.”

Welke film moeten we zien?

Interstellar vond ik grappig en poëtisch. (Een sciencefictionfilm waarin een astronaut bewoonbare planeten zoekt.) „Ik hou van het idee dat de mensheid zich verspreidt in de ruimte. Daar droom ik van. Daarom ook heb ik vier keer leven in een ander lichaam gestopt. Dat is een begin.”

U was wiskundeleraar. Beoefent u nog wiskunde?

„Getallen hebben nog steeds betekenis voor me. De wereld is alleen te beschrijven met getallen, niet met woorden. Wiskunde is de taal van energie en leven. Via getallen kun je communiceren met machines en elektriciteit. Ik denk in getallen.”

Op 23 maart verschijnt de EP The Man of Sorrow van Darkel, een soloproject van Dunckel. Het eerste van vier nummers is te horen op darkelmusic.com.