Zó wordt de provincie weer relevant

Tandeloos en visieloos: het belang van de provincie is voor de metropool beperkt, vinden vier experts. Maar kleine gemeenten in de regio rond Rotterdam kunnen juist van de bestuurslaag profiteren.

Volgende week zijn de Provinciale Statenverkiezingen. Erg veel animo is daar nog niet voor, want niemand weet precies wat de provincie doet en welk effect een stem heeft. Vier deskundigen vertellen hoe de provincie voor Rotterdam en de regio weer relevant kan worden.

Wees strenger bij controles

Paul Hofstra, directeur van de Rekenkamer Rotterdam, komt de provincie regelmatig tegen. Beide partijen houden toezicht op de financiën van de stad en lopen daarbij vaak tegen dezelfde problemen aan. Of het nu tegenvallende inkomsten uit de verkoop van grond zijn, jaarrekeningen die niet zijn goedgekeurd door een externe accountant of bezuinigingen die een onderbouwing missen: beide partijen zijn er kritisch op.

Dat klinkt als dubbel werk, maar dat is volgens Hofstra niet waar. Zijn rekenkamer kan namelijk slechts advies geven aan de gemeenteraad, terwijl de provincie daadwerkelijk het college van B en W kan straffen. „Als de begroting en meerjarencijfers niet sluitend zijn, dan kan zij verzwaard toezicht opleggen of in het ergste geval de gemeente onder curatele stellen. In dat geval moet elke uitgave door de stad goedgekeurd worden.”

Hofstra is daarom blij met een toezichthouder die ook kan optreden, want de praktijk leert dat er checks and balances nodig zijn. Uitgerekend daarin is de provincie naar zijn mening tekortgeschoten. „Er is al jaren sprake van grote financiële problematiek vanwege grondexploitatie, maar de provincie is pas in de afgelopen jaren strenger geworden. Dat had echt al eerder moeten gebeuren. De provincie liet gemeenten te vaak weglopen.”

Bescherm de regio

Is de provincie dan misschien nodig om Rotterdam goed te besturen? Niet per se, vindt Arwin van Buuren, universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

„Rotterdam is een grote speler en doet heel veel zelf, zoals economisch beleid en het openbaar vervoer. Bovendien zie je dat Rotterdam de provincie regelmatig passeert en direct onderhandelt met Den Haag of Brussel, bijvoorbeeld over de Rotterdamwet.”

De provincie zorgt er wél voor dat de regio goed aangesloten blijft op de stad. „Daarom rijdt er een buslijn naar de Alblasserwaard en hoef je in de Randstadrail niet bij elke gemeentegrens over te stappen.” Het is cruciaal dat een partij de gemeente controleert, vindt de hoofddocent, omdat Rotterdam anders op zijn omgeving gaat parasiteren. „De provincie kan er een stokje voor steken als Rotterdam de regio benadeelt door kansarme burgers te weren of de lucht in de haven te zwaar vervuilt.”

Houd oog voor trends

Ook Hamit Karakus, tussen 2006 en 2014 wethouder voor wonen, ruimtelijke ordening, vastgoed en stedelijke economie, is niet onverdeeld positief over de provincie. Zo overtuigde hij in 2007 met veel moeite de provincie ervan geen vinexlocatie voor dertigduizend woningen in de Zuidplaspolder (ten noordoosten van Rotterdam) te bouwen. Karakus wilde juist dat die nieuwbouw in de stad kwam. Ook bij de bestrijding van leegstand in 2008 was Rotterdam een stuk verder dan de provincie. „We schrapten nieuwbouwplannen en vroegen de provincie om omringende gemeenten te manen hetzelfde te doen. Die rol nam de provincie niet direct op zich.”

Dat is de kern van Karakus’ kritiek: de provincie richt zich te veel op controleren en toetsen. „Zij moet maatschappelijke trends zien, daar beleid voor ontwikkelen en gemeenten ondersteunen bij de uitrol hiervan.”

Leg uit wie verantwoordelijk is

Controle op bestuur, politiek en financiën: de provincie is niet zonder belang. Toch snappen mensen er niets van. Chris Aalberts, schrijver over de verhouding tussen politiek en burger, weet waarom. Hij moet lachen als hem gevraagd wordt wat de Rotterdammer heeft aan de provincie Zuid-Holland. „Dat is het probleem van deze verkiezing. We hebben hier een uit de kluiten gewassen stad, metropoolregio én provincie. Voor de burger is niet duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.”

Een veel groter probleem, vindt Aalberts, is het gebrek aan zichtbaarheid. „De burger weet niets over de provincie. Er is geen verslaggeving over in de journalistiek, we weten niet welke taken de provincie heeft en de politici maken dit ook niet transparant. Het is een hopeloos geheel.”

Stemmen op de provincie is daarom voor vrijwel iedereen slechts een manier om een signaal richting de landelijke politiek te geven. Dus, weg met de provincie? Dat lost volgens Aalberts ook niets op. „Of je nou gaat werken met vijf landsdelen of de waterschappen laat fuseren met de provincies, we krijgen nog steeds geen verslaggeving vanuit de politiek, behalve over Den Haag en een flintertje Brussel. De burger blijft ongeïnformeerd, en dat lost geen enkele reorganisatie op.”