Column

Volop crisis, maar EU droomt over eigen leger

De toekomstdroom van de één is de nachtmerrie van de ander – en slapstick voor de rest. Jean-Claude Juncker bedoelde het ongetwijfeld serieus, toen hij zondag pleitte voor een EU-leger. „Met een eigen leger”, zei hij in de Welt am Sonntag, „zou Europa geloofwaardig kunnen reageren op een bedreiging van de vrede”. Nú wordt de Europese Unie vaak niet serieus genomen, maar een eigen leger zou Rusland duidelijk kunnen maken „dat de verdediging van Europese waarden ons ernst is”. Je hoorde ze bijna sidderen in het Kremlin, van deze krachtige visie van de grote man uit Luxemburg.

Een handige scenarist maakt er zo een komische tv-serie van. Dad’s Army voor de 21ste eeuw. Een Griekse generaal met Duitse ondergeschikten; een Brit die steeds dreigt te deserteren; Frans Timmermans die selfies maakt in de loopgraven; en alle beslissingen over oorlog en vrede worden genomen op het laagst mogelijke niveau (subsidiariteit!). Europa heeft een nieuw verhaal nodig, hoor je vaak, en waarom zou dat niet een melige sitcom kunnen zijn?

Een beetje ongepast zou zo’n serie natuurlijk wel zijn, nu de Europese veiligheid vanuit het zuiden en het oosten zo ernstig door oorlog wordt bedreigd. Maar niet ongepaster dan het in volle ernst ontvouwde idee van Juncker. Want denkt de voorzitter van de Europese Commissie nu werkelijk dat Poetin onder de indruk zal zijn van een soort NAVO zónder Amerikanen maar mét de legendarische Brusselse verdeeldheid? Denkt hij werkelijk dat de EU dit er nog wel even bij kan doen – en het kan en wil bekostigen?

Volgens de Luxemburgse Napoleon zou een eigen leger de Europese Unie helpen een gemeenschappelijke buitenlandse politiek te ontwikkelen. Maar dat is de wereld op z’n kop. Dat gemeenschappelijke buitenlandse beleid komt niet van de grond, omdat de belangen van de lidstaten van de EU zo sterk uiteenlopen. En dat los je niet op door Europese strijdkrachten op de been te brengen.

De eurocrisis heeft laten zien dat een monetaire unie zonder politieke unie eigenlijk ondoenlijk is. En dan zou een militaire unie zonder politieke integratie wél mogelijk zijn? Of vanzelf tot politieke integratie leiden? Dat is geen visie, maar een dagdroom.

Voor de meeste landen horen de strijdkrachten tot de kern van hun nationale soevereiniteit. Zou Duitsland, waar de Bondsdag altijd moet instemmen met militaire missies, die grondregel zomaar opgeven? Zouden de Fransen, die in de jaren vijftig het plan voor een Europese Defensiegemeenschap om zeep hielpen, nu bereid zijn hun militaire daadkracht ondergeschikt te maken aan Europese besluitvormingsprocessen? En zouden de Britten, met hun militaire traditie, warmlopen voor de strategische ideeën van een man die, in hetzelfde interview met Welt am Sonntag, zegt dat „militaire antwoorden altijd de verkeerde antwoorden zijn”? Britse tegenstanders van de Unie riepen meteen dat „het nu eens afgelopen moet zijn met het voortdurende aandringen op een EU-leger”. En een woordvoerder van de regering-Cameron benadrukte dat defensie een nationale verantwoordelijkheid is en blijft.

Maar dat laatste is allang niet meer het geval. Het pleidooi van Juncker voor een EU-leger mag onrealistisch zijn, hij heeft gelijk dat geen enkel Europees land nog op eigen houtje voor zijn veiligheid kan zorgen. Zonder samenwerking – met andere Europese landen, en vooral met de VS – gaat het niet. Veiligheid in Europa ís al een gedeelde verantwoordelijkheid, in de eerste plaats binnen de NAVO. Urgenter dan de vraag of er ooit een EU-leger komt, is de vraag is of Europeanen nu bereid zijn te investeren in hun strijdkrachten, en die zo nodig ook in te zetten.