Vertrek Britten uit EU ramp voor Nederland

De Britse verkiezingen van 7 mei kunnen voor Nederland dramatischer gevolgen hebben dan de Provinciale Statenverkiezingen van volgende week. Bij alle heibel over Griekenland en Oekraïne vergeten we haast dat in Londen een ander bommetje ligt te wachten. Een Brexit is misschien wel ontregelender dan een Grexit. Als de Conservatieven winnen, komt er voor eind 2017 een referendum over het Britse EU-lidmaatschap, heeft premier David Cameron zijn kiezers beloofd en zijn partij ligt nu op kop. Ook het Britse politieke landschap versnippert en de kans op een coalitieregering is groot. Maar de druk een referendum te houden zal bij vrijwel alle uitkomsten hoog blijven – ook als Labourleider Milliband aan het langste eind trekt. Deze week meldde oud-premier Gordon Brown zich met een bevlogen stuk in The Guardian om het ja-kamp uit het defensief te halen. Hij heeft recht van spreken. Na zijn verkiezingsnederlaag in 2010 was hij een brombeer in winterslaap geworden, maar Brown dook vorig najaar op in de Schotse referendumcampagne. De oud-premier, zelf Schot, maakte indruk met emotionele toespraken: „Ja, je kunt een trotse Schots patriot zijn én Brit...” In een debat dat op pragmatisch-economische gronden onbeslist bleef maar waar alle passie bij het onafhankelijkheidskamp lag, bracht hij op het nippertje de emotie in en werd zo de redder van de Unie.

Net als het Schotse referendum draait het Britse Europadebat om nationale terugtocht versus lidmaatschap van een groter verband. Brown wil hetzelfde bereiken: het monopolie op emotie en identiteit van de ‘vertrekkers’ doorbreken. Hij ziet hetzelfde mechanisme. De nationalisten draaien het frame tot een keuze: niet tussen twee Britse toekomsten, in en buiten Europa, maar tussen Groot-Brittannië en Europa – tussen vaderland en landverraad. En Brown meent dat de praktische argumenten van de elite die wil blijven (‘drie miljoen banen, 200 miljard pond export’) tegen zulk emotioneel geweld niet zijn opgewassen. Britse leiders moeten dus „populaire, principiële, patriottische” argumenten gebruiken waarom het land – van de strijd tegen Napoleon tot die tegen Hitler en het communisme – zijn rol altijd vond in leiderschap in Europa, „op de bres voor democratie, vrijheid en vooruitgang”. Daarentegen stelt Browns partijgenoot en oud-Europaminister Denis MacShane in zijn Brexit: How Britain Will Leave Europe dat de strijd al is gewonnen door de anti-EU-tabloids. In een essay voor een euro-kritische denktank komt Janan Ganash van de Financial Times ook tot een sobere conclusie: blijven heeft kosten en nadelen, maar vertrekken leidt waarschijnlijk tot nog grotere onzekerheid. Waar Brown de emotie wil oppompen, kiest Ganash voor een koele belangenafweging. Hij komt weliswaar uit bij blijven, maar met flinke tegenzin – en raakt daarmee de stemming in het land waarschijnlijk beter.

De slag om de Britse ziel heeft consequenties voor het hele continent. Voor Nederland zou het vertrek van Groot-Brittannië uit de EU een strategische ramp zijn. Vanwege de handelsbetrekkingen en overlappende beleidsvoorkeuren, maar ook om het geopolitieke evenwicht. In een club met drie grote landen is het beter vertoeven dan met twee. Juist uit angst voor Frans-Duitse dominantie heeft Nederland met België lang geijverd de Britten binnen te loodsen en het zou spijtig zijn als ze nu vertrekken. Maar ook Den Haag wil en kan niet elke prijs betalen om Londen aan boord te houden.

Het Britse debat is giftig, de uitkomst ongewis. Niemand weet of koele argumenten het zullen houden; een ongeluk ligt op de loer. Inzake Griekenland spreekt men van het risico op een Graccident, niet gewild maar toch gebeurd. Nieuw in het rijk der mogelijkheden: een Braccident.