V&D: minder huur is nog altijd beter dan geen huur

Drie verhuurders weigeren mee te doen aan het plan dat V&D moet redden. De eerste rechtszaak diende gisteren.

Het kan verkeren. Vorige maand stond IEF Capital nog tegenover V&D in de rechtszaal, om ontruiming van de vier belangrijkste warenhuizen te eisen. Gisteren zaten de advocaten van IEF en V&D náást elkaar in de rechtszaal.

De eigenaar van twaalf V&D-panden en de warenhuisketen hebben elkaar gevonden in de strijd tegen Mondia Investments, de eigenaar van het pand dat V&D in Hengelo huurt. V&D en IEF vormden een gelegenheidstrio met advocaat Tomas Steenmetser, die meerdere pandeigenaren vertegenwoordigt en zich ook achter V&D schaart.

Het kort geding was aangespannen door Mondia. De verhuurder eist dat V&D in plaats van een deel van de huur, de volledige huursom betaalt.

V&D, op de rand van faillissement, eiste dat de verhuurders de huur van de winkelpanden fors zouden verlagen. Mede vanwege de dwingende toon die V&D aansloeg, stuitte dit op forse weerstand. V&D’s grootste verhuurder, IEF Capital, spande een kort geding aan, dat op 3 februari diende.

Twee dagen na de zitting liet IEF het vonnis opschorten en stelde namens alle verhuurders een overeenkomst op om V&D te redden. Na een weekend onderhandelen werd een akkoord gesloten, waarin staat dat de verhuurders de komende zes maanden genoegen nemen met minder dan de helft van de huurprijs.

Drie verhuurders besloten niet mee te doen, waaronder Mondia. Want, zo zei advocaat Joop Deveer van Van Odijk Advocaten: „Afspraken moeten worden nagekomen.” Bovendien had Mondia vorig jaar bij de contractverlenging al ingestemd met een lagere huurprijs, zei hij. „Mondia wordt op deze manier twee keer gepakt.”

V&D-advocaat Willem Jan van Andel hamerde er gisteren op dat Mondia „zijn verantwoordelijkheid niet heeft willen nemen, terwijl het overgrote deel van de verhuurders de noodzaak daartoe wél heeft ingezien”.

Zonder huurverlaging was V&D al failliet geweest, zei hij. „En dan was de schade voor Mondia vele malen groter geweest dan het offer dat nu gevraagd wordt. Dan had Mondia met jarenlange leegstand moeten kampen.”

‘Wereld op z’n kop’

Van Andel kreeg bijval van de advocaten van de verhuurders. Steenmetser wees erop dat de verhuurders, „en dat geldt óók voor Mondia”, een „maatschappelijke verantwoordelijkheid” hebben om een onderneming als V&D niet failliet te laten gaan. Volgens de advocate van IEF, Ingrid Reimert, wil Mondia „wel het zoet, maar niet het zuur”.

Deveer wees de drie betogen fel van de hand. Mondia is helemaal niet verplicht om bij te dragen aan het reddingsplan, zei hij. „Die verantwoordelijkheid waar u het steeds over heeft, die kennen we niet in het recht. Dit is de wereld op z’n kop. De verhuurder wordt gedwongen het ondernemersrisico van V&D te delen. De dader wordt het slachtoffer, en andersom.”

Na 3,5 uur had de rechter geen vragen. Of toch eentje. Was Mondia écht niet van plan zich in de toekomst alsnog bij de overige verhuurders aan te sluiten? Deveer antwoordde ontkennend. De uitspraak is over veertien dagen.