Van Herpens dessins bewegen

Geen uitzinnige jurken maar draagbare (dure) designers-mode op Parijse modeshows.

Ontwerp van Iris van Herpen Foto’s Peter Stigter

Aan het einde van de Parijse modeweek, als de zintuigen verdoofd zijn door tientallen shows, is er Chanel, met spectaculaire decors in het Grand Palais. Dit keer was de enorme ruimte verbouwd tot Brasserie Gabrielle – naar de officiële voornaam van Coco Chanel. Bezoekers namen er plaats op brasseriebanken van kunstleer. Aan het einde van de show bleven de modellen hangen aan de bar of namen plaats aan een tafel, bestelden een drankje en haalden hun iPhone uit hun tas; net het echte leven.

De brasserie kwam ook in de collectie terug, zoals bijvoorbeeld bij een ‘oberjasje’ met een rok die gemaakt leek van servetten en overslagrokken – schorten eigenlijk – die over broeken werden gedragen.

Het merendeel van de elegante collectie was van het soort waarin vrouwen zo als klant een restaurant zouden kunnen instappen: gebreide doorknoopjurkjes tot op de knie, variaties op het Chanelpakje met wijde mouwen die gewatteerd leken maar bezet waren met kleine kussentjes, zelfs dikke vesten en winterjassen.

De klassieke beige-met-zwarte pumps met open hiel waren laag genoeg om een hele dag op te kunnen lopen. Dit soort realisme is op het moment belangrijker in de mode dan rodeloperjurken of uitzinnige showstukken.

Al dan niet in navolging van Saint Laurent, dat seizoen na seizoen met min of meer dezelfde bekende, draagbare rock-’n-rollklassiekers komt en daarmee enorm succesvol is, kiezen steeds meer merken voor kleren waarin je zo de straat op kunt.

Echte kleren – dat wil zeggen: echte kleren voor de 1 procent van de wereldbevolking die zich de allerduurste designermode kan veroorloven – waren ook volop te vinden te vinden in de eerste show van Nadège Vanhee-Cybulski voor Hermès : platte schoenen van krokodillenleer, sportieve oberhemden en pantalons, veel jassen.

Zoals bij veel debuten bij een bekend huis was ook dat van haar een eerbetoon aan het erfgoed van haar nieuwe werkgever.

Hermès is begonnen als zadelmaker en dus waren er leren jassen met zakken in de vorm van zadels, gewatteerde ‘zadeldekken’ die onder een kort jasje uitpiepten en jassen die van paardendekens leken te zijn gemaakt.

Aan een paar outfits, zoals een lange kanariegele coltrui met bijpassende rok, was te zien dat Vanhee-Cybulski bij het supermodieuze Céline heeft gewerkt. Maar het merendeel van haar ontwerpen was ingehouden en zo keurig dat het soms op het Wassenaarse af was.

Realisme is wel het laatste woord dat opkomt als je denkt aan de Nederlandse Iris van Herpen, bekend van haar experimentele, 3D-geprinte kledingstukken. Toch ontwikkelen haar kleren zich steeds meer van draagbare kunst tot echte mode. Naast experimentele stukken, zoals een brede transparante riem waarop het licht zo viel dat de taille veel smaller leek, zaten er in haar najaarscollectie voor 2015 draagbare jurkjes, tops en broeken, evengoed gemaakt van heel bijzondere materialen, zoals een metaalhoudende stof waarop het dessin leek te bewegen.

Dat de mode ditmaal toegankelijker was, betekende niet dat de show dat ook was. De modellen liepen op hakloze schoenen met kunststof kristallen onder de zool waarin hun voeten bijna verticaal stonden, de dreigende soundtrack stond zo hard dat het pijn deed. Het zou geen kwaad kunnen als Van Herpen ook op dat gebied een kleine knieval richting comfort maakte.