Uitgever Lebowski leek op Facebook de baarlijke duivel wel

‘Maar ja, een uitgever vecht natuurlijk alleen voor zijn eigen zak, hij onthoofdt de auteurs en drinkt wijn uit hun schedels’, schreef Geert van Oorschot in 1951 sarcastisch aan W.F. Hermans. Ze hadden ruzie over geld. Ik moest eraan denken toen ik de diep-verontwaardigde reacties las op het bericht dat auteur Elfie Tromp was opgestapt bij Lebowski omdat daar van haar gevraagd werd om vijftien procent van het geld dat ze verdiende met lezingen en andere optredens af te staan aan de uitgeverij. Tromp heeft gelijk: als ik haar was, zou ik de opbrengsten van een lezing over Bourdieu in de bibliotheek van Hoogezand-Sappermeer (dit is een fictief voorbeeld, misschien weet Tromp meer van Adam Smith) ook zelf houden.

Op Facebook leek Oscar van Gelderen (de uitgever van Lebowski, vorige week in Boekblad juist uitgeroepen tot ‘de Geert van Oorschot van de eenentwinigste eeuw’) de baarlijke duivel wel. Terwijl hij gelijk heeft. Lebowski doet niets anders dan vragen wat literair agenten óók vragen omdat hij het werk doet (of zegt te doen) van literair agenten. De boosheid over het contract is kinderachtig. Schrijvers zijn geen minderjarigen: ze kunnen best hun papieren nalezen voor ze er een handtekening onder zetten. Of uitrekenen of de afdracht wordt gecompenseerd door de extra omzet: feit is dat Lebowski heel veel optredens organiseert. (Vestdijk schreef sneller dan God kon lezen, als Hij naar alle feestjes van Oscar van Gelderen moest, had Hij geen tijd meer voor het Boekenweekgeschenk).

Interessanter dan de weerzin tegen de uitgever is wat het contract laat zien: contracten volgen immers gewoon het geld, en het literaire geld moet in steeds grotere mate van het podium worden geschraapt. (Het basistarief voor een schrijversoptreden is 265 euro bruto, dit voor het perspectief). Schrijvers sprokkelen daarmee hun inkomen bijeen. ‘Voor zover je dat een tactiek kunt noemen was dit in die eerste maanden de mijne: op elk verzoek zei ik ja’, schreef Niña Weijers deze week in nrc.next. Uitgevers sprokkelen ook, om dezelfde reden. Lebowski legt de nieuwe contracten vooral voor aan jonge schrijvers, waar een impliciete erkenning in schuilt: namelijk dat uitgevers niet meer op vertrouwen dat ze hun rekeningen met de boekverkoop kunnen betalen.

Daar kunnen we bozig of melancholisch over doen, maar we kunnen ook gewoon een mooi boekje pakken dat je de relativiteit van alle percentages doet inzien – in alle opzichten. Neem het nu apart uitgegeven verhaal In memoriam Mizzi van Ida Simons. De wonderbaarlijke lichtheid komt je alweer op de eerste bladzijden tegemoet: ‘De waarheid moet maar eens gezegd: de kinderen vonden het leven in een kamp heerlijk.’ Daarmee is het laatste woord over dat kamp niet gezegd, natuurlijk, want, ach, nu ja koopt en leest u het zelf maar even.