Schrijven alsof je naar adem hapt

‘Let niet op mij ze gaat naar je kamer. Kijken. Jezus. Wat hebben ze gedaan? Jezus. Gal. Brandend tij. Sssst. Zit overal. Moeder. Ze huilt. Nee. O nee nee nee.’

Negen jaar kostte het de Ierse Eimear McBride (1976) om een uitgever te vinden voor haar inmiddels veelvuldig bekroonde debuutroman Een meisje is maar half af. Een experimenteel werk, niet vanwege het verhaal van een disfunctioneel Iers gezin, maar vanwege de onbeschroomde benadering van taal. McBride schiep een schervenproza om een stem te geven aan het getroebleerde meisje uit de titel. Het resultaat is dat de lezer omhuld wordt door haar innerlijk leven, van de verhouding met haar broer, wiens hersentumor dwingend aanwezig is en tot wie zij zich richt, tot het ontwaken van een verwrongen seksualiteit.

Neem de scène waarin ze, dertien jaar oud, haar maagdelijkheid verliest aan een foute oom. ‘Bij het koude fornuis in mijn druipende witte blouse. Gevangen. Me te lijf gegaan verscheurd wat ik wilde. Voelde vanbinnen dat de tijd daar was. Geen Christus daar op de keukenvloer. Tegen de leuning van de keukenstoel. Mijn rok naar de enkels omlaag getrokken. Weggevallen. […] O God. Dat doet pijn haal eruit. Dat. Mijn hart bonkt boven op hem voel het door zijn rug heen trillen. Nee. Neem me. Neem me mee naar beneden. Hij doet van god god god.’ Maar een klip-en-klare verkrachting is dit niet. Het meisje wil een dikke middelvinger opsteken naar de geboden. ‘Kalm in mijn bootje glijden en uitvaren de zonde in.’ Later, als studente, zal ze seks zoeken waar mogelijk, zelfbeschadiging die deels boetedoening is.

Wat dit boek zo krachtig maakt, is hoe de taal consequent dissociatie weet op te roepen, en daarmee: trauma en duisternis. In dat niet-aflatende onderscheidt McBride zich van James Joyce: haar modernistische voorbeeld. De schokkerige taal deed mij denken aan iemand die naar adem hapt. Die boven water komt na een bijna-verdrinking – nee, dit is geen vrolijk boek.

Daarbij moet toch een kanttekening geplaatst worden. Op het eerste gezicht lijkt A Girl Is a Half-Formed Thing onvertaalbaar. Gerda Baardman heeft een moedige poging gedaan, maar het amechtige van het origineel heeft de vertaalslag niet altijd overleefd. Baardmans Nederlands is transparanter dan McBride’s Engels. Neem bijvoorbeeld deze zin in de eerste alinea: ‘In the stitches of her skin she’ll wear your say’, die bij Baardman verandert in: ‘Wat jij nu zegt draagt ze haar hele leven met zich mee.’ Natuurlijk, we hebben het hier over gradaties, en ik geef het een vertaler maar te doen. Hoewel ik de Nederlandse versie beter volgde dan het origineel, werd ik er toch iets minder genadeloos door opgeslokt.

    • Auke Hulst