Schizofrenie als diagnose schrappen is anti-psychiatrie uit de jaren 70

Illustratie Angel Boligan

Artsen die zeggen dat schizofrenie niet bestaat negeren biologisch bewijs, menen Iris Sommer en vier andere psychiaters.

Schizofrenie bestaat niet en het Maagdenhuis is bezet. De jaren zeventig van de vorige eeuw lijken wel terug. Volgens Jim van Os en enkele collegae moeten we af van de diagnose schizofrenie (NRC, Opinie, 7 maart) en dan zal het leven van patiënten met ernstige psychotische stoornissen beter worden. Nobel, streven maar zo simpel is het niet.

Schizofrenie is de wereldwijd gestelde diagnose voor een groep ernstige psychiatrische stoornissen, bestaande uit een combinatie van wanen, hallucinaties, verwardheid, denkstoornissen, sociaal terugtrekken en emotionele vervlakking. De diagnose wordt pas gesteld wanneer deze verschijnselen prominent aanwezig zijn gedurende minstens zes maanden én ze het dagelijks functioneren ernstig belemmeren. Schizofrenie treft zo’n 0,5 – 1,0 procent van de bevolking en brengt meer kosten met zich mee door opname en behandeling dan enige andere stoornis. Het zou fantastisch zijn wanneer de verschijnselen zouden verdwijnen wanneer de diagnose geschrapt zou worden. Helaas is de werkelijkheid niet zo utopisch.

Van Os en collegae willen de diagnose schizofrenie afschaffen en hebben het vervolgens over 3,5 procent van de bevolking die psychotische symptomen heeft. Vergelijk het met een cardiologen die een artikel schrijven waarin zij betogen dat hartfalen niet bestaat om zich vervolgens te richten op mensen met alleen verhoogde bloeddruk.

Lees verder in NRC Handelsblad: ‘Schizofrenie als diagnose schrappen is anti-psychiatrie uit de jaren 70’ (€)