‘Onverstandige en stoere verkiezingstaal over jihadisten van premier Rutte’

Het antwoord van de premier was helder. Toen presentator Jeroen Pauw woensdagavond tijdens een debat op tv aan Mark Rutte vroeg of hij wist waar de 35 uit Syrië of Irak teruggekeerde jihadisten zijn, antwoordde de minister-president met een simpel „ja”. Om er even later aan toe te voegen: „Een aantal mensen wordt vervolgd. Een aantal zit achter slot en grendel, en verder is het inderdaad zo dat wij heel precies volgen wat er verder gebeurt.”

Stoere verkiezingstaal van de premier, vinden deskundigen die bekend zijn met het werk van veiligheids- en politiediensten. „Dat kan Rutte niet waarmaken, het is onverstandig om zoiets te zeggen”, stelt Edwin Bakker, hoogleraar terrorisme en contraterrorisme. „Alsof het kabinet precies weet waar die 35 mensen uithangen.”

„De uitspraak van Rutte wekt de verkeerde, en ook een beetje zorgelijke suggestie dat de diensten deze hele groep 24/7 in de gaten houden”, zegt ook Constant Hijzen, die promoveert op de geschiedenis van binnenlandse veiligheidsdiensten. „Het lijkt dan net alsof de diensten geen prioriteiten durven te stellen, en iedereen angstvallig blijven volgen om later niet het verwijt te krijgen iemand gemist te hebben.”

Terrorismedeskundige Rob de Wijk was „verbaasd” over de uitlating van de premier. „Rutte wilde waarschijnlijk tegenover Wilders de indruk wekken dat het kabinet alles onder controle heeft en iedereen volgt.” Riskant, zegt De Wijk, want hoe moet Rutte reageren als straks blijkt dat juist een van die jihadisten een aanslag heeft gepleegd?

Ook de uitleg van de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) wijst erop dat het kabinet minder gedetailleerde kennis heeft over de gangen van de 35 teruggekeerde jihadisten dan Rutte suggereerde. De NCTV-woordvoerder wil niet rechtstreeks op Ruttes woorden reageren, maar legt wel uit: „Binnen de groep van 35 teruggekeerde jihadstrijders is niet iedereen even gevaarlijk. Aan degenen die minder risico’s opleveren, kunnen andere overheidsinstellingen dan politie- of veiligheidsdiensten worden gekoppeld. Denk aan gemeenten. Die weten natuurlijk niet wat ze de hele dag doen.”

Volgens hoogleraar Bakker sprak Rutte woensdag als VVD-leider. „Als minister-president heeft hij juist verstandige dingen gezegd, namelijk dat de diensten prioriteiten moeten stellen bij het volgen van mensen.”

    • Kees Versteegh