Raad miste lef bij Kuip en Poppodium

Twee ambitieuze plannen voor de stad dreigen te sneuvelen in pragmatisme. De raad moet lef tonen, vindt politiek commentator John Bijl.

Nog even, en dan liggen ze er. De twee goudkleurige wereldbollen die als kunstwerk het nieuwe Rotterdamse stationsplein moeten sieren. ‘De ballen van Rotterdam’ wordt het maaksel Kissing Earth van Olafur Eliasson al genoemd. Je mag hopen dat de gemeenteraad ook over een flink paar beschikt.

Het was twee keer slecht nieuws. Als eerste ketsten alle plannen voor een poppodium af. Nadat begin deze eeuw het ene na het andere theater voor de moderne muziek in de stad sneuvelde, was het een vurige wens van de Rotterdammers dat er weer eens een lekkere plek kwam waar je naar normaal bandje kan komen luisteren. Vreugdevol pakte de nieuwe coalitie die handschoen op en vroeg de stad om ideeën. Maar helaas. Het bindende advies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, de RRKC, is dat geen van de ingediende businesscases voldoet aan de gestelde eisen. Alle elf van de ideeën zijn te duur, hebben een te geringe exploitatie en kennen te weinig rendement. Vijf dagen later trok om haast dezelfde redenen de Feyenoord-familie, zoals de exploitanten van het voetbalstadion en de sportclub samen liefkozend worden genoemd, de stekker uit de verbouwingsplannen van de Kuip. In koud een week tijd ziet Rotterdam een pop- én een sporttempel op de lange baan verdwijnen.

Dat beide plannen op de merites van haalbaarheid werden beoordeeld, mag tot weinig verbazing leiden. De RRKC en Feyenoord zijn precies om dat inzicht gevraagd. Toch lukte het politiek Rotterdam om het slechte nieuws met opgetrokken wenkbrauwen te ontvangen. Waarom werken de RRKC en Feyenoord nou niet mee?

Beide organisaties beoordeelden de plannen voor de popplaats en het sportveld als koude rekenmeesters en niet op het vermogen van de gedroomde nieuwe stadsparels om Rotterdam levendiger en aantrekkelijker te maken. De Cultuurraad manoeuvreerde veilig tussen, toegeven, vaag opgestelde kaders voor het poppodium. En Feyenoord deed – door naar vooral de bouwbegroting te kijken – precies wat je van een commerciële organisatie mag verwachten.

Ook al hebben beide organisaties zich goed van hun taak gekweten, er zijn meer redenen om het poppodium en de Kuipverbouwing te willen. De concertzaal zorgt voor levendigheid en trekt misschien zelfs wel de broodnodige schare centrumbewoners van de jonge generatie aan die wél in de buurt van een Paradiso willen wonen, maar de coffeeshoptoeristen en hordes fietsonkundige Aziaten minder zien zitten. Zo ook zijn de verwachtingen voor een verbouwd stadion groot: de nieuwbouw geeft een impuls aan Zuid, zou mensen aan het sporten moeten krijgen en pompt vernieuwing in een nog steeds wegkwijnend stukje stad.

Maar die beoordelingspunten zul je op de checklist van organisaties als RRKC of Feyenoord niet tegenkomen. Het is zelfs aan te nemen dat het gebrek aan politiek urgentiegevoel mede oorzaak is geweest van het falen van beide plannen. Sinds de uitbesteding van de beoordeling aan de RRKC heeft de Rotterdamse raad zich nauwelijks bemoeid met een poppodium, maar daarmee zich ook ooit meer uitgesproken over de hoe belangrijk zo’n plan voor de stad is. Hetzelfde geldt voor de Kuip. Na een presentatie van het aangetrokken bouwbedrijf BAM met fraaieartist impressions heeft de raad het lekker laten gebeuren. De druk was eraf en het maatschappelijke effect verdween over de horizon.

Dat komt omdat je een dergelijke beoordeling ook niet van anderen dan een gemeenteraad mág verwachten. Het zijn politieke criteria met maatschappelijk rendement. Ze vragen iets anders dan alleen een geldelijke bril. Anders gezegd: ambitie, lef en daadkracht zijn geen legitieme gunningscriteria.

Het enige orgaan dat zich hoort uit te spreken over deze beoordeling, is het hoogste orgaan: de gemeenteraad van Rotterdam. Daar hoort de uitspraak over hoe belangrijk het is dat de twee projecten er komen en niet na bijvoorbeeld vijf jaar kwakkelen met andere goeie bedoelingen in de vergetelheid raken.

Nu is het moment aangekomen waar de gemeenteraad van Rotterdam de ballen van de ambities in het veld moet houden. Dus bij deze tegenslag niet beteuterd naar een mislukt projectje gaan zitten kijken maar met elkaar de uitspraak doen dat ook na één tegenslag in de uitvoeringsplannen er meer mogelijkheden moeten komen. Het podium komt er, daar moet de hete adem in de nek van bestuur en ontwikkelaars naar ruiken. ‘Verzin maar een list met dat stadion’, moet de oorlogskreet naar plannenmakers en bouwers zijn. Wat mij betreft vraag je wethouder en ontwikkelaar elke week hoe het zit. We hebben het immers niet alleen over gebouwtjes, maar over sieraden voor de stad.

„Politiek is de kunst van het mogelijke”, zei de Duitse politicus Otto von Bismarck eens. Maar met een houding van deze Pragmatiker gaat noch poppodium noch verbouwingskuip er komen. Juist bij dergelijke ambities moet de raad van Rotterdam het onvoorstelbare bereiken.