Ochtendmens in avondploeg werkt niet goed

Ochtendmensen slapen beter als ze geen nachtdiensten meer draaien. Bij avondmensen is dat andersom.

Uitgesproken ochtendmensen die geen nachtdienst meer hoeven te doen slapen beter, voelen zich beter op werkdagen en zijn ook tevredener over hun vrije tijd. Dat geldt bijna net zo voor echte ‘avondtypes’ die geen ochtenddienst meer hoeven doen en in plaats daarvan meer nachtdiensten. De verbeteringen waren matig groot.

Voor het eerst is in een echte fabriek met echte werknemers uitgeprobeerd of het waar is dat je ochtendmensen beter geen nachtdienst kunt laten doen en avondmensen geen ochtenddienst. En het is waar. 114 werknemers van het Duitse bedrijf ThyssenKrupp, in Nederland vooral bekend van (trap)liften en roltrappen, maar in wezen een gespecialiseerd staalconcern, deden mee aan het experiment van biologische-klok-onderzoekers van de Ludwig-Maximilian-Universität in München.

Bij de 114 is de slaaptijd op roostervrije dagen gemeten. Op grond daarvan zijn ze ingedeeld in vier bijna even grote groepen, variërend van echt ochtendmens tot typisch avondmens. Twee tussengroepen waren controlegroep. Voorafgaand aan het experiment werkten de 114 in ploegendienst in een staalfabriek. Ze hadden een schema van twee dagen ochtenddienst (van 6 uur ’s morgens tot 2 uur ’s middags), daarna twee dagen middagdienst (van 2 tot 10 uur ’s avonds), twee nachtdiensten (10 uur ’s avonds tot 6 uur ’s morgens). En dan twee etmalen vrij. Zondags was ook altijd vrij.

Het kwart dat onder de ochtendmensen viel, ging dubbele ochtenddienst draaien en raakte de nachtdiensten kwijt. Het kwart echte avondmensen kreeg een dubbele nachtdienst en hoefde nooit ’s morgens om zes uur staal te bewerken. Het experiment duurde vijf maanden.

Het is de eerste echte praktijkproef waarin met de biologische klok van individuele werknemers rekening is gehouden, schrijven de onderzoekers in hun gisteren uitgekomen artikel in Current Biology.

Eerder is er wel geëxperimenteerd met verschillende wisselschema’s tussen ochtend-, middag- en nachtdiensten, maar die golden steeds voor alle werknemers. Na die experimenten zijn de schema’s uit de mode geraakt waarin iemand een hele week één dienst draait en de week daarop steeds een andere dienst.

Dit is een proof of principle, vinden de onderzoekers zelf. Hun onderzoek is namelijk klein en de deelnemers waren niet erg trouw met het invullen van de vragenlijsten. Vrijwel alle deelnemers waren mannen, terwijl er veel beroepen zijn – in de zorg bijvoorbeeld – waarin nachtdiensten door vrouwen worden gedraaid.

Er is ook een economische consequentie waarin met dit onderzoek geen rekening is gehouden: traditioneel verdienen mensen meer in nachtdiensten. Het is de compensatie voor de verstoring van het gezinsleven en voor negatieve gezondheidseffecten. Tijdens dit onderzoek bleef voor iedereen de beloning gelijk en dat kan het oordeel wel beïnvloed hebben.