Musea zijn arm op feest van de rijken

Tefaf richt zich meer op naoorlogse kunst, zo blijkt op de drukke ‘private view’ op de openingsdag.

Een bezoeker van de kunstbeurs Tefaf in Maastricht bekijkt een Egyptisch paneel uit de tweede eeuw.foto ANP/ Marcel van Hoorn

De opening van de kunst- en antiekbeurs Tefaf had gistermiddag iets weg van de Drie Dwaze Dagen in de Bijenkorf – ‘koopjesjacht’ voor miljonairs. Nooit eerder was het bij de ‘private view’ voor genodigden meteen zo druk: de eerste uren meldde zich 30 procent meer bezoekers dan vorig jaar.

De stemming was geanimeerd. Een uur na de opening hadden veel standhouders al rode stippen kunnen plakken. Een paar uur later had Galerie Downtown uit Parijs al driekwart van zijn volledig met Shaker-meubilair gevulde stand uitverkocht.

Ieder jaar verandert er wel iets op Tefaf. Maar bij de 28ste editie, de tweede onder voorzitterschap van oud-bankier Willem van Roijen, zijn de wijzigingen groter dan andere jaren. Niet alleen heeft het selfservicerestaurant met sandwiches en soep plaatsgemaakt voor kreeften- en oesterbars, ook de indeling heeft een upgrade ondergaan. Zo is een lang gekoesterde wens vervuld van de handelaren in antiquiteiten uit de Klassieke Oudheid: tussen de Madison Avenue en Sunset Boulevard zitten ze nu bij elkaar – een vrolijk plein vol sarcofagen en Griekse munten.

Maar de belangrijkste verandering is dat op de beurs meer ruimte is voor hedendaagse kunst. Niet alleen combineert de Italiaanse handelaar Moretti zijn laat-middeleeuwse schilderijen met twee witte reliëfs van Zero-kunstenaar Enrico Castellani, ook is er een nieuwe sectie waar acht contemporaine kunstenaars, onder wie Mark Manders, grote beeldhouwwerken tonen. De bedenker van deze afdeling, de in Londen gevestigde Nederlandse galeriehouder Hidde van Seggelen, is beloond met een eigen stand, met afstand de hipste van de beurs, met een fors poëtisch beeld van de Ierse kunstenares Siobhán Hapaska als blikvanger.

Met deze koerswijziging lijkt Tefaf aansluiting te zoeken bij de markt. Uit het jaarlijkse brancheonderzoek bleek eerder deze week dat de bloei van de kunstmarkt voor bijna de helft stoelt op de verkoop van naoorlogse kunst.

Diverse Nederlandse musea hebben gisteren inkopen gedaan in Maastricht. In de categorie ‘klein maar fijn’ kocht het Rijksmuseum een Weense Jugendstil-vaas. Het Gemeentemuseum Den Haag profiteerde opnieuw van de voorkennis van directeur Benno Tempel, die als lid van de keuringscommissie negentiende-eeuwse schilderkunst eerder deze week stuitte op een zeldzaam Amsterdams stadsgezicht van de Franse schilder Camille Corot. Het Teylers Museum kreeg een zeventiende-eeuwse tekening cadeau van de Nederlandse Amerikaan Matthijs de Clercq.

Museum Boijmans Van Beuningen moet snel op zoek naar mecenassen. Sjarel Ex heeft bij een Brusselse galerie zijn oog laten vallen op een vroeg, experimenteel woordschilderij van de Belgische surrealist René Magritte (vraagprijs 3,3 miljoen euro). Om kwart voor vijf gistermiddag probeerde Ex de bestuursleden van de Vereniging Rembrandt met een spoedprocedure te overtuigen van een donatie voor deze gedroomde aanvulling op de eminente Magritte-collectie van het museum. Maar ook met die steun zou Boijmans nog een aanzienlijk bedrag tekortkomen.

Musea zijn de armoedzaaiers op dit feest voor de superrijken. Pal naast de bescheiden stand van het Rijksmuseum staat op Tefaf de Holland Yachting Group, een gezamenlijk initiatief van vijf Nederlandse bouwers van superjachten (prijskaartjes vanaf 15 miljoen). De botenbouwers hebben hun hoop gevestigd op de miljardairs die met hun privéjets naar Limburg vliegen. „Dat zijn onze klanten”, zei Victor Caminada van Amels uit Vlissingen.

    • Arjen Ribbens