Massa’s kun je manipuleren

Meer bewoners, fietsers, bezoekers – Amsterdam raakt steeds voller. Hoe leiden gemeente en bedrijven de verkeersstromen in goede banen? Crowd management is een vak.

Overstekende mensen bij de kop vsn het Damrak,

Ronald Haanstra is net terug uit Seoul. Vijftien miljoen mensen in het centrum, plus nog eens twaalf miljoen in de agglomeratie. De treinstations hebben er verdiepingen, automobilisten staan twee uur in de file in de stad en er is geen ruimte voor nog meer asfalt. Het aantal bewoners per vierkante kilometer is er ruwweg vier keer zo hoog als in Amsterdam. Hij wil maar zeggen: alles is relatief, ook de toenemende drukte in Amsterdam.

En dan heeft Haanstra van de heksenketel in de hoofdstad voor even zijn beroep gemaakt. Hij is programmamanager van Amsterdam Onderweg, een conglomeraat van technologiebedrijven die een proef uitvoeren om het bestaande wegennet beter te benutten. Hij heeft juist een proef afgerond voor doorstroming op de ringweg A10 West. Hij werkt met apps voor automobilisten en onderling communicerende verkeerslichten.

Amsterdam heeft het maar druk. Jaarlijks komen er tienduizend inwoners bij, het aantal toeristen is geëxplodeerd. De lontjes op straat worden korter. De gemeente en ondernemers als Haanstra proberen via slimme innovaties en beleid de mensenstroom in goede banen te leiden. „Zo richten we ons op het gedrag van verkeersdeelnemers”, zegt Haanstra. „Kun je mensen ertoe brengen iets te doen wat in het belang is van de groep, maar niet per se in hun eigen belang?”

Neem een plek als het Victoria Hotel, bij het Centraal Station. Fietsers scheuren over smalle fietspaden naar hun werk. Toeristen rollen hun koffers vanuit de trein richting hun plaats van bestemming. Trams ratelen langs, taxi’s snijden bochten af. Piepende vrachtwagens komen er tot stilstand om voorraden af te leveren. Allemaal op één plek. Of de Kalverstraat: daar was het vorig jaar op een zaterdag na Kerst zo druk, dat een deel van de straat twintig minuten werd afgesloten door de politie.

Amsterdam staat in de top 5 van populairste bestemmingen in Europa, blijkt uit een toerisme-index van Mastercard. Vorig jaar waren er 2,6 bezoekers per inwoner, tegen 1,9 in 2009. Bureau Onderzoek en Statistiek (O+S) noteerde een stijging van het aantal hotelbedden van 19 procent sinds 2010. Het aantal bewoners nam in tien jaar tijd met bijna 80.000 toe.

„De ruimte is schaars, de groei is een feit”, zegt Sebastiaan Meijer, woordvoerder van wethouder Ollongren (D66, Economie), die binnenkort komt met een nota over hoe de balans in de stad behouden kan blijven. „Daar moeten we iets mee. Bijvoorbeeld ruimte in andere delen van de stad beter benutten, of slim omgaan met bezoekersstromen.” Niet alle oplossingen komen echter van planning of beleid, benadrukt hij. En het gaat ook over verdraagzaamheid: „Hoe ga je met elkaar om in de openbare ruimte?”

Hoffelijkheid is ook belangrijk

In de binnenstad, waar meer dan de helft van de hotels staat, is de drukte het meest voelbaar. Per dag verblijven er gemiddeld ruim 201.000 mensen. Dat zijn overigens vooral werkende mensen. En, zo stelt O+S, zij zorgen niet per se voor een druk gevoel. Dat doen eerder de files, opstoppingen en andere „irritatiefactoren” – bierfietsen, touringcars, rolkoffers, fietstaxi’s en fietsende toeristen.

Ook in andere stadsdelen wordt het drukker. „We zijn daar blij mee”, zegt Fenna Ulichki, bestuurslid van West, waar onlangs cultureel centrum De Hallen opende. „Want het zorgt voor werkgelegenheid. De keerzijde is dat er overlast kan ontstaan. Het blijft immers een woonwijk.” Dat betekent dat er maatregelen moeten worden getroffen: voldoende (fiets)parkeerplekken, handhaving. Ook Ulichki noemt hoffelijkheid over en weer belangrijk.

Wordt Amsterdam té druk? Van een schrikbeeld is volgens Meijer geen sprake. „We zijn een stad waarin geleefd wordt, waar bedrijven zijn. Die mix is goed.” Het is „een luxeprobleem”, zei burgemeester Van der Laan (PvdA) in zijn nieuwjaarstoespraak. „Veel krimpgemeenten in Nederland, nee, alle gemeenten in Nederland, zouden ons probleem graag hebben.”