Kruispunt

‘Een late Mondriaan met misschien een vleugje Escher”, noemde de verslaggever van Het Parool deze week het vernieuwde kruispunt Prins Hendrikkade/Geldersekade. De portee van het stuk was: het ziet er mooi uit, maar het is alleen maar ingewikkelder en mogelijk nog onveiliger geworden. Ook op de sociale media klonken opvallend veel afkeurende geluiden over specifiek dit kruispunt. Zoveel ophef over een nieuwe en tóch nog steeds onveilige verkeerssituatie, dát was nieuw voor me. Al maanden zie ik hetzelfde gebeuren bij ‘mijn eigen kruispunt’: Willemsparkweg/Jacob Obrechtstraat, maar het kwam niet in me op om iets op Facebook te zetten over de verwarrend fietspadkleurige autobaan die nu over de trambaan gaat, de krankzinnig brede stoepen en het gebrek aan zebrapaden en haaientanden. Zogenaamd is het nog ‘under construction’ maar ik zie al weken niemand meer aan het werk.

Het is een kwestie van tijd voor de eerste aanrijding plaats zal vinden, maar ja, zo zijn er zoveel kruispunten. Wie vanaf de Paulus Potterstraat komt, langs de afgrijselijke, plastic citymarketingslogan op het Museumplein rijdt en dan linksaf slaat om onder het Rijks door te gaan (ook een betrekkelijk nieuw stuk weg), is zijn leven ook niet per se zeker, vooral omdat er ook fietsers van rechts komen. Alles krioelt er door elkaar op verschillende tempo’s: fietsers, fietstaxi’s, kuierende toeristen en er zijn weinig verkeersaanwijzingen. Je stort je er maar in, op hoop van zegen. Wonderwel ging het, voor zover ik weet, tot op heden niet fout waardoor ik me afvraag: maakt het überhaupt uit wat ons precies door haaientanden, verkeersborden en diagonale verdrijvingsvlakken wordt voorgeschreven? Want a: ook zónder dat gaat het blijkbaar relatief prima en b: als ze er wel zijn, negeert iedereen die toch (zie hiervoor YouTube, zoek op ‘bikes’ en ‘Amsterdam’ – want uiteraard zijn die filmpjes door toeristen gemaakt, ons valt het niet eens meer op als iemand uit het peloton dwars tegen de richting in het Mr. Visserplein oversteekt). Gevaarlijke kruispunten trotseren we, en wie daar geen zin in heeft, wijkt vanzelf wel uit naar Oss.

Maar bij het vernieuwde „artsy” (de woorden van de Parool-verslaggever) kruispunt in kwestie zou het dus pas echt hommeles zijn. Tijdens de spits nam ik nieuwsgierig een kijkje. Toegegeven, ik snapte zo op het oog ook de toegevoegde waarde van de diagonale vlakken (het Escher-Mondriaan-element) niet en ook niet van de strepen op de weg die deden denken aan de toetsen van een piano, maar dat betekende niet dat ze niet werkten. Geduldig wachtte ik op de hoek tot ik een bijna-ongeluk zou zien of geïrriteerde, onzekere, botsende of op elkaar scheldende fietsers, zoals de reaguurders me beloofd hadden. Maar of mensen nou al fietsend belden, duidelijk onder invloed waren, met drie honden of een hele Billy-boekenkast op de fiets zaten, ruzie maakten (gewoon omdat het stelletjes waren, niet verkeergerelateerd), slingerend elkaars hand vasthielden of dromerig naar hun koptelefoon luisterden: het verliep allemaal bijzonder organisch en vredig. Misschien lag het aan de verplaatste haaientanden en de excentrieke lijnen, misschien ook niet, maar ik pleit nu sowieso voor een asfaltversie van De Nachtwacht voor het kruispunt bij het Rijksmuseum.