Kracht in wat per ongeluk gebeurt

Het leven aan de top van verticale stad Rotterdam.

foto Tessa Smit

‘Al in de zeventiende eeuw werden er prospecten gemaakt met een verzonnen skyline van Rotterdam”, zegt Paul van de Laar (55), bijzonder hoogleraar stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit en directeur van Museum Rotterdam. „Torens werden net een beetje hoger getekend dan ze in werkelijkheid waren.”

We staan in de Faculty Club op de bovenste etage van het Tinbergen gebouw, de hoogste toren op de campus van de Erasmus Universiteit. Met een spectaculair uitzicht op de stad vanuit het oosten: de kronkel van de Maas en daarachter, netjes op een kluitje, alle glanzende, glimmende uitroeptekens die de afgelopen zeventig jaar uit de Rotterdamse grond zijn geschoten. De stad heeft iets van een blokkendoos. Een blokkendoos waarmee je kunt spelen. Maar Paul schudt heftig van nee. „Rotterdam is niet maakbaar”, zegt hij. Dat is een marketingverhaal, dat het altijd goed doet.

Paul vertelt: vrijwel het hele centrum werd vernietigd tijdens het bombardement, maar de puinruimers gingen zo grondig te werk dat veel van wat behouden had kunnen blijven, alsnog verloren ging. In het Basisplan 1946 kreeg elk gebied een functie. Het centrum werd voor zaken en in 1969 verhuisde de hogeschool – de voorloper van de universiteit – vanuit het centrum naar hier: Woudestein, een buitenplaats die in de vorige eeuw recreatief gebied werd.

Rotterdam: de stad van de toekomst, dat werd het verhaal van de wederopbouw, helemaal ingericht naar de behoeftes van de moderne mens. Maar mensen zijn mensen, geen poppetjes in een maquette. Volgens Paul schuilt juist daarin onze grootste kracht: niet in die torens, maar in alles wat er in de stedelijke tussenruimte, tussen die torens in, gebeurt. Zomaar, per ongeluk, zonder dat iemand dat achter een tekentafel heeft bedacht.

Paul: „De superdiversiteit van onze bevolking en alles wat daardoor ontstaat is wat onze stad bijzonder maakt. Het onderscheidt ons van alle andere Nederlandse steden. Die kracht durven te omarmen zou ons tot een lichtend voorbeeld maken, voor Nederland en misschien zelfs voor de wereld.”

In andere woorden: misschien schuilt onze grootste kracht juist in alles wat niet past binnen het plaatje.