‘Ik zag de grote verschillen bij die fabrieken’

Eigenaresse Mera Martinot van kledingzaak Annliz. Foto Bram Budel Foto Bram Budel

Plaids van gerecyclede spijkerbroeken, een sjaal van zijde waar geen rupsen voor zijn gedood, hand gesponnen kasjmier uit Mongolië: de kleding en interieuraccessoires die bij Annliz in de Reestraat worden verkocht, hebben allemaal een verhaal.

Eigenaresse Mera Martinot (40): „Ik kijk eerst naar duurzaamheid, dan naar stijl en pas als laatste naar de prijs.” Dat betekent dat er in haar winkel naast handgemaakte interieuraccessoires, alleen maar fair fashion te koop is; verfijnde basics in rustige tinten. Inkopen doet Mera Martinot op intuïtie, niet met haar verstand. Toch groeit de omzet van Annliz gestaag: dit jaar met 20 procent; de omzet van de webshop is vervijfvoudigd.

„Maar een winkel runnen doe je echt vanuit een passie”, benadrukt Martinot. „Niet omdat het je gezellig lijkt, of omdat je veel geld wilt verdienen. Het is keihard werken, de risico's zijn groot. Het is een beetje kruide- nierspraat, maar als het een zaterdag regent dan hakt dat meteen in de omzet.”

Het idee voor de webshop (die was er eerst) en winkel, ontstond in 2010 op Bali, waar Martinot en haar man woonden tijdens een sabbatical. „Onze moeders waren vlak na elkaar overleden. Ik werkte als sociaal advocaat, mijn man had een goede baan in de IT; we leefden als gehaaste dertigers. Toen we een erfenis kregen, besloten we er even uit te stappen.”

Daar, op Bali, zag Martinot het verschil tussen slow fashion en fast fashion. „In sommige kledingfabriekjes hing een enorme verflucht, waren de riolen zwart en zag je overal afval. Maar ik kwam ook bij fabrieken waar een enorm goede sfeer hing, waar een offerplekje was en iedereen lachte. Daar worden de mooie dingen gemaakt, met liefde voor het design en de mensen die er werken.”

Op Bali kocht Martinot haar eerste spullen in en bouwde ze aan de webshop Annliz.com, een samenvoeging van de namen van de overleden moeders van haar en haar man.

De fysieke winkel in De 9 Straatjes opende ze twee jaar later. Twee verdiepingen: boven dameskleding en interieuraccessoires, beneden kinderkleding. De kinderkleding is van hippe merken als Soft Gallery, Gray Label en Bobo Choses, voor dames zijn er veel Nederlandse labels zoals Alchemist, Dutchess en Polder. Martinot weet van alles precies waar het gemaakt wordt en van wat voor materialen. Die materialen zijn niet alleen zacht, ze zijn ook verantwoord en zo min mogelijk belastend voor het milieu. Alpaca wol, linnen, modal, biologisch katoen.

En als een merk plotseling overstapt op ‘gewone’ katoen, dan is dat voor Martinot een reden ermee te stoppen, al verkoopt het goed. Een paar maanden geleden had ze met gewone katoen nog geen problemen, als het maar in eerlijke fabrieken geproduceerd werd. Door de VPRO-documentaire De Slag om de klerewereld van Teun van der Keuken veranderde ze echter van mening. „Jongetjes van acht jaar, Syrische vluchtelingen, aan het werk op katoenvelden in Turkije. Die doodse blik in hun ogen. Dat gebeurt dus gewoon hè, niet eens heel ver hier vandaan.”

Annliz zit in een niche en toch merkt Martinot dat steeds meer mensen bewust leven en „niet meer in die jeep blijven rijden”. Maar lang niet iedereen die bij Annliz binnenloopt, weet dat de winkel alleen verantwoorde spullen verkoopt. „Vooral de dagjesmensen hebben geen idee: die kopen puur omdat ze de spullen mooi vinden en fijn aan vinden voelen. Ook prima natuurlijk.”

De prijzen bij Annliz zijn niet standaard, maar ook niet schrikbarend hoog voor een winkel in deze buurt. Een damesjurkje kost rond de 100 euro, een kindershirt 40 euro en voor een wollen plaid betaal je 140 euro. Bovendien weten veel kopers wat ze in handen hebben. Zo zijn er kinderkledingmerken die nadat ze gedragen zijn, nog een aanzienlijk bedrag op Marktplaats opbrengen. Of Martinot dat vervelend vindt? „Totaal niet. Duurzamer dan dat wordt het niet!”