‘Hoop is geen doel, hoop is wat je probeert’

Uitgevers wilden het debuut van de Ierse McBride aanvankelijk niet uitgeven, omdat het te raar zou zijn. Lezers vonden er te weinig hoop in. ‘Je moet het van binnenuit beleven omdat het anders alleen pornografie is.’

Eimear McBride: ‘Iemand van 28 zien doodgaan terwijl hij niet dood wil, dat is niet te verteren’ Foto Robin Utrecht

‘Ik hou van dit boek, het is het meest schokkende dat ik ooit heb gelezen’, kreeg de Ierse schrijfster Eimear McBride te horen na haar debuut Een meisje is maar half af. Ze is ter promotie van haar roman even in Amsterdam om te vertellen wat haar drijfveren waren bij het schrijven van dit wonderlijke debuut dat enerzijds lovend werd ontvangen, maar ook woedende reacties oogstte omdat het zo zwartgallig zou zijn.

Een meisje is maar half af is een ogenschijnlijk simpel verhaal, dat doordrenkt is van vertrouwde Ierse elementen: God, dood, religie, afwezige vaders en familiegeschiedenis. Het wordt echter complex verteld: McBride koos voor het procedé van de stream-of-consciousness. De roman gaat over de relatie van een jonge vrouw met haar broer, en over de schaduw die zijn hersentumor al sinds zijn kindertijd over hun leven werpt. De ik-verteller wordt op haar dertiende verkracht door haar (aangetrouwde) oom, vecht talloze conflicten uit met haar diepgelovige moeder en heeft vele, ruige seksuele escapades die vol geweld zitten.

Maar de bewustzijnsstroom van McBride’s ik-verteller is niet vloeiend zoals in Joyce’s interpunctieloze Molly Bloom-episode. Integendeel, bij haar is die stroom hortend en stotend. Als lezer beland je in een wereld zonder onderscheid tussen binnen en buiten, doordat zinnen soms al na één woord worden onderbroken, dialogen volledig in elkaar doorlopen en leestekens niet onderscheidend, maar juist verwarrend werken. McBride’s proza is het moeilijkst te verdragen waar het gaat om de verknoping van de bijtende, wrikkende stijl met de onbarmhartige inhoud. Het is niet zozeer een ‘stroom van bewustzijn’ als een onbewuste weerstand tegen een leven dat weinig zin lijkt te hebben. Veel meer biedt het een schokkend en intiem inzicht in de gedachten, gevoelens en chaotische seksualiteit van het half-gevormde meisje uit de titel.

U had moeite om een uitgever te vinden voor deze roman. Waarom?

„Vrijwel alle afwijzingsbrieven die ik in die jaren kreeg gingen over de stijl, niet over de inhoud. Ze stonden bol met vragen als ‘waarom gebruikt u geen puntkomma of onderbreekt u zinnen’. Schrijven aan Een meisje was alsof ik ten oorlog trok. Dat al die afwijzingen vooral gericht waren op de stijl zegt iets over de uitgeverswereld. Of het ook iets zegt over de literatuur, weet ik niet. Maar het is armoedig dat iets waarvan je zeker weet dat het ‘nieuw’ is, wordt afgewezen omdat lezers te lui, te stom of gewoon niet bereid zouden zijn om te kunnen of willen begrijpen wat je doet… en dat het geen oplage van vijfhonderd stuks waard zou zijn, omdat er op de hele wereld niet één lezer voor te vinden zou zijn. Hoewel ik me er op een gegeven moment noodgedwongen mee had verzoend dat het niets zou worden met mijn boek, bleek dat veel meer lezers dan gedacht zich eraan hebben willen wagen. Het blijkt dat mensen het niet erg vinden om geschokt of onthutst te raken – als je ze er maar een goede reden voor geeft.”

Uw methode werd vergeleken met James Joyce’s ‘stream-of-consciousness’. Maar u gaat verder, alsof u de taal opnieuw hebt willen uitvinden. De roman begint als het meisje twee jaar oud is, met het gebroken taalbegrip van een kind.

„Joyce was belangrijk voor me, vooral zijn Ulysses, waarin hij laat zien dat alles kon. Maar bij hem staat het denken centraal. Ik heb het liever over ‘a stream of preconsciousness’, want ik zocht naar een taal voor het uitdrukken van de onmiddellijke ervaring. Ik wilde weten waaruit die bestaat voor je leert hoe je moet denken over wat je doet, deed of wat je hebt meegemaakt… In Een meisje wilde ik de taal openbreken om dieper te kunnen uitdrukken wat het betekent om te leven…”

U heeft zich ook laten beïnvloeden door het werk van de controversiële toneelschrijfster Sarah Kane.

„Ik studeerde drama in Londen. In de week dat mijn broer overleed pleegde Sarah Kane zelfmoord. Ik kende haar werk nog niet, maar dacht vaak aan haar, ook omdat mijn broer en zij even oud waren. Kort nadat ik was begonnen aan Een meisje, ging ik naar een uitvoering van haar toneelstuk Crave en het was alsof ik werd getroffen door de bliksem. De moed en de durf van dat werk, de integriteit ervan! Hoe hard, pijnlijk en grotesk of excessief de situaties waren, je wist meteen dat het wáár was, waarachtig. Dus vrouwen kunnen kwaad zijn, beestachtig, gewelddadig en wild zijn, dacht ik – en zich dat toe-eigenen! Ik snapte niet waarom ik dat niet eerder had begrepen. Daarna las ik al haar werk. Wat ik probeerde op te nemen in Een meisje was de puurheid en het gebrek aan cynisme die je in Kane’s werk tegenkomt.”

Kane kreeg aanvankelijk felle reacties.

„Ze werd aan stukken gescheurd...”

Is er iets veranderd in hoe er wordt gereageerd op woede, agressie en onverschrokkenheid van vrouwen?

„Niet genoeg. Sarah Kane is nu een gevierde en erkende naam. Maar ik denk dat vrouwen nog steeds en in toenemende mate worden geïnfantiliseerd door de media. En dat hun ervaringen, de functies van hun lichaam, hun seksualiteit, zeker in religies, nog te vaak worden gezien als weerzinwekkend of hilarisch, of gewoonweg als kinderlijk en te weinig complex. In Een meisje wilde ik in ieder geval die complexiteit terug.”

U brengt het geweld dat het meisje in uw roman opzoekt heel intiem, zodat de lezer er niet aan kan ontsnappen.

„Ik wilde de schrijver onzichtbaar maken en het lezen van het boek een ervaring tussen de lezer en het personage laten zijn. Alsof je medeplichtig bent. Zodat je niet terug kunt stappen, of je afgescheiden en zeker genoeg kunt voelen om over haar te oordelen. De lezer moet haar even vrij laten als zichzelf. Ik heb het zo geschreven omdat ik dacht dat niemand het eerder zo had gedaan. Ik wist dat het lastig voor lezers kon zijn om aan de stijl van Een meisje te wennen. Maar ik probeerde er zeker van te zijn dat het begrijpelijk was en dat alles was je nodig hebt in het boek zit. In Een meisje moest het geweld verbonden zijn met al haar andere menselijke kanten. Je moet het van binnenuit beleven omdat het anders alleen pornografie is.”

Toch maakt u van haar geen slachtoffer. Ze zoekt veel ervaringen zelf op. Zo heeft ze seks met de jongens die haar broer treiteren. Waarom?

„Ik wilde schrijven over de vorming van haar seksualiteit. Welke ervaringen spelen daar een rol in, en hoe? Ze is geen slachtoffer, maar het product van de conservatief katholieke samenleving waarin ze opgroeit. En eerder dan ze door haar ervaringen vermorzeld wordt, eigent ze zich toe wat ze heeft geleerd over seksualiteit en de macht ervan. Dat probeert ze te gebruiken om dingen in haar leven te repareren. Ze heeft controle over die jongens, ze hebben haar nodig en zijn beschaamd over hun eigen behoeften en hun eigen kwetsbaarheid. Ze noemt die jongens piepende ratjes in de val. Ze kiest niet voor het plezier, maar om er de meester van te zijn. Nog later wordt het een manier om de pijn van het verlies van haar broer uit te wissen.”

Een belangrijk moment is dat van het vertrek, het nieuwe leven. De hoofdpersoon laat alles achter, Ierland, haar broer, haar religieuze moeder om te gaan studeren… Maar dan wordt ze teruggeroepen omdat haar broer sterft. Uw eigen broer, Donagh, overleed aan een hersentumor toen hij 28 was, u was 22. Verwerkte u hier uw eigen ervaringen?

„Ik wilde helemaal niet over deze ervaring schrijven. Integendeel. Maar er was niets aan te doen. Toen ik me realiseerde dat het boek daarover zou gaan, probeerde ik heel erg om dat niet zo te laten zijn. Het was té dichtbij. Ik was zo bang voor sentiment. Het was een grote uitdaging om weg te schrijven van mijn eigen ervaring. Ik wilde er zoveel mogelijk onder zitten en zo waarachtig mogelijk tot de kern komen. Want iemand van 28 zien doodgaan terwijl hij niet dood wil, dat is niet te verteren… onverdraaglijk. Ik vond het moeilijk de drukproeven te lezen.”

In het boek beschrijft u hoe het leven van de broer al vanaf het begin aangetast is door zijn hersentumor. Hoe het meisje hem probeert te beschermen als hij zelfs op zijn sterfbed wordt ingekapseld door gelovigen en rituelen.

„Voor mij was dat de kern van mijn boek. Ik wilde schrijven over die liefde tussen de broer en de zus. Ze houdt van hem en ik denk niet dat iemand die het leest daaraan kan twijfelen. Wat ze ook doet en wat er ook verkeerd gaat, ze houdt van hem, hij is de persoon van wie ze het meeste houdt in haar leven. Maar het verandert niets. Het maakt geen enkel verschil. Het redt hem niet. En het redt haar niet.”

Dat is wat u aan de lezer wilde overbrengen?

„Sommige lezers werden kwaad. Waarom is er geen hoop? Zo’n vraag maakt me echt razend, omdat hoop niet het einddoel is. Je bereikt nooit het eindpunt ‘Hoop’. Hoop is wat je probeert. En het meisje is constant aan het proberen. Ik denk dan ook niet dat het einde deprimerend is, ik denk dat het transcendent is. In het boek sterft de stem, nee, het meisje neemt de stem mee – sterft, dwarrelt in het [bruine] water. Ze evolueert, legt alles af, alle shit die het leven over haar heeft uitgesmeerd, en wordt uiteindelijk haar essentiële zelf. Ze wandelt niet weg richting zonsondergang met een man, twee kinderen en een Volvo. Maar ze wórdt. En dat is het punt.

„Ik raak van streek als mensen klagen over het gebrek aan hoop. Dan denk ik: ‘Je bent toch geen kind?’ Wil je dat mensen je zeggen dat alles in orde zal komen? Want dat is niet zo. We hebben alleen de diepte van onze ervaring.”