Hier komen geen grijze mannen praten

Sarah Sluimer (29) is de nieuwe artistieke coördinator van de Tolhuistuin waar muziek, debat, theater en kunst samenkomen. Het moet een vrijplaatst zijn voor edgy kunst. Want de bezuinigingen op kunst hebben de sector genoeg vervlakt.

Foto Anaïs Lopez

In het restaurant van de Tolhuistuin, net over het water in Amsterdam Noord, zit Sarah Sluimer (29) achter haar laptop te werken. Ze wijst naar haar scherm: „Op welke plek in Nederland kun je zo je dag beginnen en ’s nachts om drie uur met je vrienden de club uitrollen”, vraag ze.

Maar wat bedoelt ze nou eigenlijk? Ze pakt haar spullen in. „Kom, ik laat het je wel even zien. Het is hier zo mooi.” Sluimer - volle rode lippen, beweeglijk haar, jonge stem – is sinds kort de artistieke coördinator van de Tolhuistuin, die afgelopen zomer werd geopend. Ze schrijdt vol trots door de gang, voorbij de expositieruimte, terug naar de gang, door de concertzaal, de trap af, de tuin in. De Tolhuistuin is een soort mini-dorp waar muziek, dans, theater, debat en kunst samenkomen. „Je kunt je dag dus beginnen achter je laptop, daarna om vijf uur borrelen met vrienden, naar een literaire bijeenkomt gaan, een hapje eten, drinken, dansen. Alles kan hier.”

Sluimer studeerde theaterwetenschap en is dramaturg. Ze was programmaker van de Balie, een gevestigd debatinstituut, voordat ze gevraagd werd de artistieke coördinator van de Tolhuistuin te worden.

Hoe bepaal je wat de identiteit wordt van zo’n nieuwe plek?

„De drempel om binnen te komen moet hier laag zijn, we willen diverse groepen aanspreken. We hebben binnenkort een Hindoestaans feest, zo een dat normaal altijd in oude sportzaal ergens wordt gegeven. En volgende maand organiseert De Correspondent hier een literair feestje. Iedereen moet hier welkom zijn en iets nieuws kunnen leren. We zullen alleen nooit drie grijze heren op een bankje zetten die met elkaar debatteren over de Europese Unie. Kunst moet altijd het uitgangspunt zijn. En het liefst edgy kunst. Dat zie je veel te weinig.”

Wat bedoel je daarmee?

„Ik denk dat kunst niet meer geëngageerd durft te zijn. Het is vlakker geworden sinds de bezuinigingen in de kunst en cultuursector. Ik vind dat bloedirritant.”

Culturele instellingen zeggen nu juist dat ze het prima hebben overleefd.

„Ik vind het erg dat ze dat zeggen. Kunstenaars zijn steeds meer samenwerkingen aangegaan om te kunnen overleven: met bedrijven, of met banken. Samenwerken en compromissen sluiten zorgt niet per se voor betere kunst. Is er nog wel ruimte voor experimentele kunst? Het is alsof je een boek schrijft en nog iemand gaat met jou de richting van je verhaal bepalen. Ik vind het vooral heel verbazingwekkend dat iedereen het braaf geaccepteerd heeft en niemand onderzoek heeft gedaan naar de invloed van al die samenwerkingen op kunst.

„Ik zou willen dat er meer gestreden wordt voor de autonomie van de kunstenaar. Een goede kunstenaar is niet per definitie een goede ondernemer en netwerker. Iemand die nu in een huisje hierachter bizar goede schilderijen aan het maken is maar niet op de ‘belangrijke’ borrels komt, kan dus niet zo een plek verwerven.”

Hoe ga jij die kunstenaar wel bereiken?

„Je komt die op afstudeerexposities van kunstacademies al snel tegen. Maar alleen onbekende artiesten programmeren heeft geen zin. Je moet gevestigd namen uitnodigen en hun werk ter discussie laten stellen door nieuwe gezichten, niet andersom.

„Ik wil dat het exciting is voor mensen om hier binnen te stappen. Daar heb je nieuwe gezichten voor nodig. Als er nu lezingen worden gegeven, wordt er vaak een jonger iemand uitgenodigd die dan ook nog even iets mag zeggen. Ik wil dat jongeren hier de hele avond staan en volpraten. En ik wil nieuwe thema’s agenderen.”

Wat voor thema’s?

„Ik wil alle ismen aankaarten, van racisme tot feminisme. Racisme bestond vijf jaar geleden niet en feminisme was toen voor verschrikkelijke vrouwen. Dat is echt aan het veranderen. Er is een groep nieuwe jonge intellectuelen met verschillende kleuren opgestaan op sociale media die zich met deze thema’s bezighouden. Ik zou hun graag een vaste plek willen bieden.”

Sluimer groeide op in een Hardinxveld-Giessendam een streng christelijk dorpje in Zuid-Holland. Haar vader was daar de burgemeester. „Mijn ouders waren niet gelovig en mijn vader was PvdA’er in een SGP-dorp. Er werd altijd raar naar ons gezin gekeken. Dan stond mijn werkende moeder mij op te wachten op het schoolplein op haar mooie hakken. Voor de andere huismoeders was dat gek. Ik was thuis enig kind, ik heb Indische roots en dat zie je aan me. De kinderen op school vonden mij niet zo leuk. Maandag in het kringgesprek vertelden zij dat ze naar opa en oma waren geweest en friet hadden gegeten, en ik zei dan…”

Ze zet een hoog stemmetje op: „Ik ging met papa en mama mee naar het Nationaal Ballet.”

Lachend: „Echt een irritant rotkind was ik eigenlijk. Maar ik vond de opera en het ballet zo mooi. De schilderkunst ook: Ik kon een half uur naar een bloederige schilderij staren van het afgesneden hoofd van Johannes de Doper. En ik las heel veel boeken.”

Misschien voelde je je zonder kunst alleen?

Lachend: „Ik zie nu al de kop boven het stuk: ‘Kunst was mijn speelkameraadje.’ Nou ja, ergens klopt het wel. Als vijfjarig meisje kon ik vier uur lang geconcentreerd naar een opera kijken, dat is toch apart. Zonder kunst haak ik al snel af. Ik vind politiek bijvoorbeeld heel belangrijk, maar als ik oude mannen erover hoor praten komt het verhaal niet aan. Ik heb kunst nodig om abstractie te kunnen begrijpen. Politieke taal raakt je toch veel meer als het is verteld aan de hand van een film of door theater?”

Doe je zelf nog iets creatiefs?

„Ja, ik schrijf ook een boek. Het gaat over een Amsterdamse kunstpaus die verlangt naar zuiverheid in zijn werk en dat amper vindt omdat de wereld zo chaotisch is. Die chaos ken ik wel. We zijn met zoveel dingen tegelijk bezig. We voeren duizenden onafgemaakte gesprekken met iedereen. Soms wil ik gewoon in een kale kamer zitten met alleen een tafel een stoel en een computer. Dat kan wanneer ik met mijn boek bezig ben. Wanneer ik in mijn hoofd een magische avondprogramma heb bedacht voor de Tolhuistuin pakt het altijd toch anders uit. Over mijn boek heb ik wel controle.”

Hoe zou je over een aantal jaar de Tolhuistuin willen achterlaten?

„Het moet een weerbarstige, veilige, onveilige en relaxte plek zijn dat vooruit loopt op belangrijke maatschappelijke thema’s. Iedereen die iets te melden heeft moet hier iets kunnen achterlaten. Een verzamelpoel dus voor denkend en kunstzinnig Nederland, waar de elite óók komt, niet alleen maar.”

    • Maral Noshad Sharifi