Dodenmasker verbannen keizer Napoleon in Amsterdam

Dodenmasker Napoleon, 1821

De ogen gesloten, de laatste slag gestreden. Op 5 mei 1821 overleed Napoleon Bonaparte, voorheen keizer van Frankrijk, op het eiland Sint-Helena in de Atlantische Oceaan. De Schotse legerarts Archibald Arnott, die deel uitmaakte van de eenheid die de veroveraar bewaakte, maakte als eerste een dodenmasker van de gestorven banneling.

Een afgietsel van dit masker is woensdag in de Hermitage in Amsterdam gearriveerd, waar het deel uitmaakt van de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine, een verhaal van vriendschap, oorlog en kunst uit de Hermitage. Samen met ruim tweehonderd andere kunstschatten en historische objecten is het te zien van 28 maart tot en met 8 november.

Het masker dat in Amsterdam te bekijken is, was waarschijnlijk ooit in het bezit van Eugène de Beauharnais, de stiefzoon van Napoleon. Hij liet het na aan zijn zoon, hertog Maximiliaan von Leuchtenberg. Die was getrouwd met een Russische grootvorstin, en zo belandde het masker uiteindelijk in het Winterpaleis van de tsaren, de Hermitage in Sint-Petersburg.

Na het overlijden van Napoleon werden verschillende pogingen gedaan een dodenmasker te maken. Daarbij ontstond een conflict tussen de aanwezige Fransen en Britten, waarbij maskers werden ontvreemd en beschadigd. Als gevolg hiervan bestaat er een levendige polemiek over de herkomst, kwaliteit en echtheid van de afgietsels die wereldwijd in musea te zien zijn.