Vreemde ‘reuzenkreeft’ filterde waterdiertjes als een walvis

In zee leefde circa 480 miljoen jaar geleden een reuzendier. Deze anomalocaris, gisteren beschreven in Nature, was ruim twee meter lang. Hij filterde diertjes uit het water, zoals de walvishaai en baleinwalvissen doen.

Anomalocarissen stonden in de oerzee boven aan de voedselketen. Ze zijn als diergroep vooral bekend uit het Cambrium (ruim 500 miljoen jaar geleden). In die tijd waren ze een halve meter lang – een stuk groter dan andere dieren in die tijd. Er is een hardnekkig verhaal dat ze toen ook al twee meter lang waren. Dat is gebaseerd op een in de jaren negentig gevonden fossiel. Dat was waarschijnlijk toch geen anomalocaris.

Deze anomalocaris uit het vroege Ordovicium is wel écht zo lang. Hij heet Aegirocassis benmoulae. Zijn enorme kop beslaat de helft van het lijf. De filters hangen eronder.

Maar zijn ontdekkers Peter Van Roy, Allison Daley en Derek Briggs zijn vooral opgetogen over de fossielen die ze vonden van de romp met zijflappen. Die waren nog niet beschreven. Ze denken dat uit de buikflappen de poten van geleedpotigen ontstonden. Dat versterkt het idee dat anomalocaris een oer-geleedpotige was. Aan de bovenste flappen lijken kieuwen vast te zitten, die over de rug heen liggen (dat is op het plaatje slecht te zien).

De tientallen fossielen van Aegirocassis zijn afkomstig uit een unieke aardlaag in Marokko. Het is wereldwijd de enige laag uit het vroege Ordovicium waarin ook zachte dekschilden, zoals die van anomalocaris, bewaard bleven. Van Roy en Briggs – de ontdekker van de eerste anomalocaris – beschreven die vindplaats pas vijf jaar geleden.