Een oergezellig eetcafé met prima eetcafé-eten

Foto Rien Zilvold

Als ik vroeger droomde over de ideale eetzaak, dacht ik aan Elsa’s op de Middenweg. Een eetcafé met rood pluche, bruin hout en oude foto’s aan de muur en waar de bediening in keurig zwart-wit de menigte met bier, wijn, bitterballen of een flinke tournedos in bedwang hield. Jong en oud, arm en rijk, de jazzliefhebber en de Ajax-gelovige, ze kwamen er allemaal.

Eigenlijk is er niet veel veranderd bij Elsa’s. Het is een keer van eigenaar gewisseld, mannen die het imperium succesvol hebben uitgebreid met o.a. Maxwell’s, café Kuijper, de Waterkant en de Biertuin. Op deze eerste lentedag hangt men – als altijd – met de benen naar buiten, terwijl op het grote scherm een voetbalwedstrijd aan de gang is.

Elsa’s – genoemd naar Elsa Maxwell die in het Europese en Amerikaanse uitgaansleven van de jaren dertig faam maakte – heeft een onvervalst ouderwetse eetcafékaart. Daar vind je gerechten op waar de hippe medemens misschien niet voor omfietst, maar die op z’n minst vertrouwd aandoen en zeer geliefd zijn bij de vaste clientèle. Er is keuze uit drie soorten saté, de echte vleeseter kan een T-bonesteak van 500 gram bestellen en ook de spareribs, schnitzel, varkenshaas en meloen met ham ontbreken niet op de kaart.

Vegetariërs worden naar het krijtbord verwezen waar slechts één (dag-)gerecht op staat… ik zei het al, het is een ouderwetse kaart.

We starten met stokbrood met kruidenboter (3,75) en een vistrio van gerookte zalm, paling en Hollandse garnalen (15,50). Zo’n trio kom je nog zelden tegen in het grootstedelijke restaurantleven, ons hart maakt echter een sprongetje. Het stokbrood is een eenvoudig afbakbroodje, de kruidenboter is smeuïg en komt uit eigen keuken, prima. De vis laat wel wat te wensen over, terwijl zo’n bordje toch niet te geef is. De zalm is lichtroze, lokaal wit, en heeft een onprettige rooksmaak. De garnalen zijn waterig, waarschijnlijk net ontdooid en hebben vast een flinke reis via Marokko (voor het pellen) achter de rug. Jammer! De paling is goed: lekker vet, en prettig gerookt.

Bij het hoofdgerecht gaat het beter. De spies kipsaté (13,75) met een flinke hoeveelheid saus is mals en prima gekruid. De garnering, een koolsla met stukjes ananas, doet aan vroegere tijden denken, maar daar is niks mis mee. De Wienerschnitzel (14,75) is matig en geen echte Wiener, want niet van kalfsvlees; goed kalfsvlees voor nog geen 15 euro is natuurlijk ook niet mogelijk. Het varkensvlees van deze schnitzel is iets te dik, net als de paneerlaag, en echt veel smaak heeft het niet. De groenten, boontjes, gegrilde paprika en courgette, zijn uitstekend en de friet is knapperig en mooi gefrituurd. De porties zijn royaal, niemand zal ooit met een knorrende maag Elsa’s verlaten. We drinken bier en wijn, die laatste staat op de kaart gerubriceerd als ‘goed’, ‘beter’ en ‘best’ (tot 4,50 per glas); lekker overzichtelijk. Prima wijn, niet bijzonder.

Ten slotte proberen we de toetjes: flensjes met ijs (6,50) en appeltaart met ijs (5,75). We vragen de ober of die appeltaart echt uit eigen keuken komt en hij zweert met de hand op zijn hart dat zijn bloedeigen oma ’m gebakken heeft. We geloven hem, ook omdat hij ons ‘schat’ noemt en daarmee moeiteloos een plek in ons hart verovert. Nou, oma was vast even afgeleid tijdens het bakproces, want de appeltaart is behoorlijk donkerbruin – maar smaakt gelukkig wel uitstekend, zoals het hoort. Het ijs komt van IJscuypje en is dus dik in orde. Ook de flensjes, in een vertederende opmaak met grote strepen chocola op het bord, gaan schoon op.

Elsa’s is een eetcafé, niks meer en niks minder. Een eetcafé met prima eetcafé-eten, maar bovenal een oergezellige sfeer waar menig Amsterdamse uitbater jaloers op kan zijn. Iedereen voelt zich hier thuis – kom daar nog maar eens om tegenwoordig.

    • Petra Possel