Bordelen, gerommel en wietplantages

In aanloop naar de Statenverkiezingen van 18 maart bezoeken twee verslaggevers de twaalf provincies en tekenen alledaagse zorgen van de kiezer op. Rommelige bedrijfsterreinen zijn van niemand, maar ze hebben een functie.

De rolgordijnen van het pandje op bedrijventerrein De Liesbosch in Nieuwegein hangen naar beneden. ‘ICT Care’ zou op nummer 16 zitten. Maar het bedrijf verzorgde liever plantjes dan computers, blijkt uit het hoopje teelaarde dat nog voor de deur ligt. Tussen de aarde ligt een verloren wietblaadje, een speelkaart (schoppenboer), een limonadezakje en een kartonnen doos voor Croky-chips – telen maakt hongerig.

Het bedrijf is de dag ervoor ontmanteld door de politie. Al de derde op het terrein in een half jaar.

Nog vóór de planten verzorgde ICT Care vooral mannen. Vonden de vrouwen van Dynamite Privé, het legale privéhuis om de hoek, niet leuk. Bij hen is het 150 euro per uur all in, mét jacuzzi. Het illegale bordeel rekende 100. Daar hadden ze ook jacuzzi’s.

De concurrent is Dynamite Privé nu kwijt, maar de parkeerproblemen zijn gebleven. Vooral op maandag, als iedereen voor de deur zijn auto verhandelt voordat-ie op dinsdag naar de automarkt in Beverwijk gaat. Dan staat het bedrijventerrein vol groepjes Oost-Europeanen die soms in hun auto slapen. Dat jaagt dan weer de klanten van het privéhuis weg.

Pas geleden moest het autobedrijfje dat de handel organiseert, iets verderop, een tijdje dicht. Hielp niks, want vanuit een caravan op het terrein ging de autohandel vrolijk verder.

Witte bestelbussen zijn op De Liesbosch favoriet. Er staat een uitgebrand exemplaar te roesten in de zon. Ook staan er auto’s zonder nummerbord. Dat mag eigenlijk niet, dus staan ze op een trailer mét nummerbord. Pools. Mannen met dikke pakken honderdjes staan buiten iets af te rekenen. Er loopt iemand met drie nummerborden onder zijn arm. Een ander doet de achterklep van zijn auto open. De kofferbak ligt vol laptops.

Representatief zal De Liesbosch vast niet zijn. Maar de ‘verrommeling’ van bedrijventerreinen is een thema dat veel partijen bij de Provinciale Verkiezingen bezighoudt. Ook in Utrecht.

‘Bedrijventerreinen’ is typisch zo’n onderwerp dat provincies beter kunnen regelen dan gemeenten, zegt vastgoedhoogleraar Erwin van der Krabben van de Radboud Universiteit. Gemeenten willen bedrijven lokken, dus die blijven maar aanleggen en nu is sprake van ‘overprogrammering’. Een provincie kan vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen.

Een Taskforce Bedrijventerreinen heeft niet geholpen. Honderden miljoenen euro’s voor ‘herstructurering’ evenmin. Het geld ging naar bestrating, riolering, groen en parkeren, niet naar de bedrijfspanden zelf. Leegstand en ‘verrommeling’ bleven. In binnensteden willen eigenaren wel investeren, daar wordt vastgoedwaarde gecreëerd. Een bedrijventerrein is een gebied zonder vastgoedwaarde en zonder sociale controle, met soms meer dan honderd eigenaren. Niemand die zich verantwoordelijk voelt.

Moet alles dan zo aangeharkt in Nederland? De strijd om schaarse ruimte groeit, zegt Van der Krabben. Daardoor staat ‘verrommeling’ prominenter op de kaart. Al moet een land toch ergens zijn rafelranden kwijt. Zulke plekken heb je snel gevonden, vooral ’s winters, vanuit de lucht. Wie overal een dik pak sneeuw ziet liggen, behalve op dat ene dak, die weet genoeg.