Alles lijkt pais en vree in idyllisch Odessa

De ondergang van een geassimileerde joodse familie is het ware thema van deze nostalgische liefdesverklaring aan het Odessa van rond 1900.

De Poesjkinstraat in Odessa, begin vorige eeuw Foto Hollandse Hoogte

Alleen al op grond van de roman Afscheid van Odessa had je kunnen raden dat de schrijver Vladimir Zjabotinski een en dezelfde is als de beroemde militante zionistenleider Ze’ev Jabotinski. Want naarmate je vordert in dit boek, dringt het zionisme steeds meer op de voorgrond. Het lijkt het enige alternatief voor de joden in het door pogroms en andere uitingen van antisemitisme geteisterde Rusland van tsaar Nicolaas II. Niet voor niets verlaat de verteller aan het slot van zijn relaas weemoedig zijn geliefde geboortestad. Van Rusland heeft hij nooit gehouden, van het exotische Odessa hield hij als geassimileerde jood des te meer.

Afscheid van Odessa is in de eerste plaats een nostalgische liefdesverklaring aan de kosmopolitische handelsstad aan de Zwarte Zee, die menig Russisch- of Jiddisjtalige schrijver tot de verbeelding sprak, van Aleksandr Poesjkin, Sjolem Aleichem en Isaak Babel tot Konstantin Paustovski. Aan de memoires van Paustovski doet Afscheid van Odessa, dat in 1935 in Parijs verscheen, vaak denken, vooral in de natuurbeschrijvingen, die je de subtropische stad bijna doen ruiken. Die vergelijking kun je ook maken met Zjabotinski’s heldere, onopgesmukte en toch zinnelijke stijl, die in de Nederlandse vertaling geheel overeind blijft.

In Afscheid van Odessa haalt een journalist herinneringen op aan de lotgevallen van de joodse familie Milgrom: vader, moeder en hun vijf kinderen Maroesja, Marko, Lika, Serjozja en Torik. Aan het einde van zijn relaas zijn de meesten van hen vermist of dood. Maar voor het zover is, wordt een verhaal verteld van een jeugdige verliefdheid in een stad, waar joden druk bezig zijn te russificeren en te assimileren. Het afleggen van de joodse identiteit en vooral het mislukken van dat streven is dan ook een belangrijke onderstroom in deze roman, die zich afspeelt tussen 1900 en 1905, het jaar van de grote pogrom in Odessa.

Kaartspeler

De Milgroms vertegenwoordigen de joodse emancipatie in alle opzichten: vader Ignats is een geslaagde zakenman die zijn kinderen een bourgeoisleven wil geven, de moeder brengt haar tijd het liefst door in het theater. Een van de kinderen, de begaafde deugniet Serjozja, belandt als fanatiek kaartspeler in een van de vele criminele milieus die Odessa rijk is. Een andere zoon gaat studeren in Sint-Petersburg. Dochter Lika is een humorloze revolutionaire, die naar Zwitserland vlucht, waar ze haar activiteiten voortzet. Haar jongere zus Maroesja is de speelse flirt, op wie de verteller tevergeefs zijn zinnen zet.

Zjabotinski beschrijft Odessa als een stad waar Russen, joden, Polen, Armeniërs, Grieken, Italianen en Oekraïners in vrede samenleven. Het geloof is afgelegd, iedereen wacht een prachtige toekomst van gelijkheid en broederschap. Joodse corpsballen verschillen er niet van brallerige Russische studenten in Moskou of Sint-Petersburg. Maar het is schijn, wat blijkt als je leest hoe iedereen van vreugde opspringt wanneer er weer eens een minister of gouverneur wordt vermoord. De repressie onder Nicolaas II bereikt in die dagen een hoogtepunt, de Russische samenleving staat op exploderen. Om de aandacht van de onvrede af te leiden, begint de tsaar in 1905 een oorlog tegen Japan. Als hij die verliest, breekt een revolutie uit .

Tegen die achtergrond geeft Zjabotinski een fascinerend beeld van de spanningen van die tijd en merkt hij op dat de stemming ‘van de progressieve gemeenschap en een enkele kogel het staatsbestel niet omver konden werpen’. De sfeer in de stad verslechtert met de dag. Tekenen aan de wand zijn onder anderen de verklikkers, zoals Choma, de conciërge in het huis van de verteller. Zjabotinski beschrijft het met humor: ‘De rang en de invloed van de conciërgeklasse waren razendsnel gestegen; deze klasse veranderde in de belangrijkste spil van het overheidsapparaat.’

Rood vaandel

In dat klimaat kan het revolutionair elan alleen maar groeien. Zo houden zo’n honderd jongens en meisjes, merendeels joden, een demonstratie tegen de autocratie. ‘Wat een demonstratie precies was, wist niemand’, schrijft Zjabotinski om de overgang naar de nieuwe tijd neer te zetten.

Tegelijkertijd schetst hij het lome dagelijkse leven aan de Zwarte Zee, waar zijn helden spelevaren langs de kustlijn, die als een slapende reus met een in de zon blakend koperen harnas wordt neergezet. Het is een literair element, zoals er zoveel zijn in dit boek. Toch maken ze van Afscheid van Odessa geen geslaagde roman, omdat de lotgevallen van de Milgroms te fragmentarisch blijven. Wel heeft het boek een grote historische waarde, omdat het laat zien hoe de joden in Odessa krampachtig smachtten naar een modern leven. Niet voor niets zegt Serjozja Milgrom: ‘Assimilatie begint juist met de afbrokkeling van oude vooroordelen’. Ook in dat opzicht lijkt Zjabotinski op Paustovski, wiens autobiografische werk eveneens beter is dan zijn romans.

    • Michel Krielaars