Ajax definieert zich als middelmaat

Zorgwekkend optreden van bijna onttroonde landskampioen leidt tot nederlaag tegen matig Dnjepr.

Ajacied Nicolai Boilesen in een kopduel met Roman Zozoelja van Dnjepr. De Deense verdediger speelde met name in de eerste helft een bedroevende wedstrijd. Foto SERGEY DOLZHENKO/EPA

Tegen Europese middelmaat definieerde Ajax zichzelf gisteravond maar weer eens als precies dat: Europese middelmaat. Het zorgwekkende optreden van de bijna onttroonde landskampioen gisteravond in Kiev – één schot tussen de palen gemikt – bleef zonder grote gevolgen door kunst- en vliegwerk van doelman Jasper Cillessen en een totaal gebrek aan finesse van tegenstander Dnjepr Dnjepropetrovsk. „Een heel slechte uitslag”, vond coach Frank de Boer.

De 1-0 nederlaag in de heenwedstrijd van de achtste finale kan als beperkte schade getaxeerd worden – „geen man overboord”, zei De Boer nog wel – ware het niet dat in de Arena volgende week donderdag één doelpunt van Dnjepr in principe fataal is en de volgende deceptie in de Europa League (toch weer) een feit zou zijn. Maar ook als Dnjepr de cynische weg naar succes kiest en het slot er op gooit – tien man voor het doel – gaat Ajax met de vorm van dit moment een heel moeilijke, potentieel frustrerende avond tegemoet.

Ajax was gisteravond onmachtig op een veld dat, toegegeven, vanachter de televisie al een pokdalige aanblik gaf en in de praktijk, afgaande op de klachten van spelers voor- en nadien, een beproeving van formaat moet zijn geweest. Maar dan nog. Bijna-kansen werden telkens in een onvolgroeid stadium door eigen falen kapot gespeeld: verkeerde keuzes, povere controle of matige afronding zoals die van Thulani Serero in de enige echt uitgespeelde kans in de openingsfase.

Het fundament van Ajax is broos, zo is het nu eenmaal. De Boer identificeert graag cultuurdragers in zijn elftallen, want dat geeft vastigheid in een selectie die jaar in jaar uit ontdaan wordt van zijn sterkste krachten. Ricardo van Rhijn en Nicolai Boilesen, vleugelverdedigers van beroep, gelden tegenwoordig als zodanig – met Joël Veltman, Davy Klaassen en Serero als de dragende krachten in de as van het veld.

Beide backs zijn 23 jaar nu, midtwintigers en daarmee stilaan de stille krachten van een team dat geen seizoen hetzelfde is. Maar het is ook niet voor niets dat zij nog bij Ajax spelen. Rechtsback Van Rhijn is de meest ervaren speler gemeten naar het aantal duels voor Ajax, terwijl linksback Boilesen, wiens carrière gehinderd wordt door knieproblemen, de enige Ajacied is die vier landstitels won met Frank de Boer en nog steeds in Amsterdamse loondienst is. Ze staan nooit echt serieus in de belangstelling in het buitenland, althans niet in die mate dat je daar als clubbestuur bepaald zenuwachtig van wordt.

De Boer formuleerde onlangs in een interview in Voetbal International een van de wetmatigheden van het Nederlands voetbal anno 2015. „Iemand die op 25-jarige leeftijd nu nog in Nederland speelt, is geen internationale topper.” Niets tegen in te brengen. Boilesen en Van Rhijn weten dat ze geen internationale toppers zijn. Ze zijn nog geen 25, en De Boer doelde niet op hen, maar duidelijk is dat de coach vanaf pak ’m beet hun 23ste verwacht dat spelers vertrekken. Zo werkt het.

Maar met name Boilesen speelde een bedroevende eerste helft. Afgelopen weekend soleerde hij nog langs Excelsior-spelers, twee keer achtereen speelde hij een tegenstander door de benen en dat is precies wat De Boer zo in hem waardeert: de aanvallende impulsen. Keerzijde? Concentratieverlies, gebrek aan pure instinct van de verdediger. Zoals eerder dit Europese seizoen tegen PSG in de Champions League, jammerlijke naïviteit met een tegendoelpunt tot gevolg.

De Deense back werd gisteren bestraft met een gele kaart voor misbaar. Hard, maar fair. Sinds hij in de uitwedstrijd tegen Go Ahead Eagles uit frustratie een tafeltje omver schopte kunnen vraagtekens gezet worden bij het leiderschap van Boilesen. Met Davy Klaassen als natuurlijke autoriteit op het middenveld lijkt het wel of De Boer steeds de verkeerde blonde Ajacied de aanvoerdersband om de arm schuift.

Wild en ongecontroleerd

Van Rhijn dan, met zijn prachtige wreeftrap. Hij ging gisteren weer eens vol bravoure achter de bal staan, die hij een paar keer opnieuw goed moest leggen – handelingen waardoor onbewust de verwachtingen gewekt worden tot iets fantastisch richting de bovenhoek. Maar na de aanloop vloog zijn vrije trap wild en ongecontroleerd het beeld uit, ver en hoog in één van de vele lege vakken in het Olympisch Stadion van Kiev.

Zo leidden de twee backs als het ware het naderende onheil in. Na een half uur spelen in de eerste helft liet Van Rhijn zijn directe tegenstander ongehinderd tot aan de achterlijn draven en de bal terugleggen, net toen Boilesen ook besloot tot zijn zwakste moment en zich totaal verkeek op Roman Zozulja: 1-0. Dat zat er aan te komen. Tot dat moment had stopper Veltman de grootste problemen veroorzaakt met een terugspeelbal die bij Cillessen tot kruishoogte opstuitte. Wonder boven wonder bleef het 0-0.

Van de voorhoede werd bar weinig vernomen: Lasse Schöne, Anwar El Ghazi en in de punt Arek Milik ontzagen de defensie dan ook niet met hun gebrek aan balvastigheid. Invallers Daley Sinkgraven en Ricardo Kishna deelden in de tweede helft nog speldenprikjes uit maar alles tezamen had Ajax de lichtheid van een jeugdploeg verdwaald in een mannencompetitie.