Luidruchtig genegeerd

Tijdens het Boekenbal werd ik van een trap getrokken door Arnold Karskens. U kent hem wellicht als de kale oorlogscorrespondent die maar wat graag aanschuift in talkshows om er over conflictgebieden te discussiëren met mensen die het minder goed weten dan hij.

Standaardzin: „Ik ga nooit embedded.”

Nooit te beroerd om collega-journalisten op een fout te wijzen. „Guerillakampen liggen nooit aan de snelweg.”

Ik kende hem vooral als een woedende man. Eentje die de wereld eerst verdeelt in zwart en wit om daarna zelf heel nadrukkelijk aan de goede kant van de streep te gaan staan. Nadat ik hem tien jaar geleden ooit interviewde in De Balie en in mijn verslag optekende hoeveel borrelnootjes hij daar at en hoe die tijdens ons gesprek in een regen van kleine vermalen deeltjes op me terechtkwamen, kon ik erop rekenen dat ik, als ik hem ergens trof, luidruchtig werd genegeerd.

Dan hoorde ik hem ergens vanuit een hoek brullen wat of een slechte journalist ik wel niet was.

Die toestand duurde een jaar of tien. Tijdens de boekpresentatie van een vriend in café De Pels in Amsterdam eind vorig jaar, niemand wist wat hij daar eigenlijk kwam doen, legden we het conflict bij, iets waarvan ik inmiddels alweer gruwelijk veel spijt heb.

Want toen hij me op het Boekenbal bij de kladden had, was ik opeens weer een collega. Een collega met een column. Een collega met een column die het verdomde om over echt belangrijke zaken te schrijven bovendien. Echt belangrijke zaken waren volgens Arnold Karskens de kwestie Zorreguieta waar de onderzoeksjournalist Arnold Karskens een boek over had geschreven en de jacht op oorlogsmisdadigers. Hij, het mocht gerust genoteerd, kwam uit een geslacht van verzetsstrijders en hij, Arnold Karskens, opende in de maanden maart en april hoogstpersoonlijk de jacht op de laatste nog levende Nederlandse oorlogsmisdadigers en we wisten allemaal hoe dat ging aflopen.

Die werden gepakt, gestraft en beschreven.

Ik was inmiddels zover dat ik alleen nog maar ja stond te knikken en dacht dat de Tweede Wereldoorlog in Nederland minimaal een jaar korter had geduurd als Arnold toen had geleefd.

„Schrijf er dan over, dat is belangrijk! Snap dat dan!”

Hoe ik ben weggekomen, weet ik niet meer, wel dat ik blij was dat ik was ontsnapt. Misschien dat hij me nu weer tien jaar luidruchtig negeert. Lekker rustig.