Kroonprins van de oude, ‘hoogmoedige’ Rabobank

Financieel directeur Rabo

Rabobank maakte gisteren bekend dat een icoon van de bank vervroegd terugtreedt.

Bert Bruggink. Foto ANP

Bert Bruggink gold ooit als een van de twee kroonprinsen van Rabobank. Samen met zijn collega-bestuurder en rivaal Sipko Schat werd hij gezien als de belangrijkste kanshebber voor de hoogste functie.

Het eigengereide, Groningse genie (zijn officiële titels zijn professor doctor, ingenieur) was ook de lieveling van het personeel en de lokale banken, die samen de coöperatie vormen die Rabo is. Een pré voor iedereen met ambitie bij Rabo. Het hielp dat hij in zijn vrije tijd hobbyboer was.

Maar in 2013 werd alles anders. Eerst was er de affaire met bestuurder Gerlinde Silvis, die verantwoordelijk was voor het controleren van de lokale banken. Zij werd wegens falen weggestuurd door toenmalig topman Piet Moerland. Maar Moerland had daarover niet overlegd met de rest van het bestuur. Bruggink was daarover zó boos dat het tot een zeldzame openlijke ruzie kwam in de top. Hij boycotte een aantal bestuursvergaderingen

Daarna was er het Libor-schandaal. Bij de internationale poot van de bank bleek een groepje handelaren jarenlang te hebben gefraudeerd met de Libor-rente, een hoeksteen van het financiële stelsel. Die affaire kostte niet alleen topman Moerland en Schat de kop. Rabobank trof ook een megaschikking van 774 miljoen euro. Haar reputatie raakte zwaar beschadigd.

Kansen verspeeld

Brugginks kansen waren toen in feite verspeeld. Rabo wilde na Libor schoon schip maken. Er moest, als het even kon, iemand van buiten komen. Zeker niet iemand van de oude garde. Dat was Bruggink natuurlijk bij uitstek. Uiteindelijk werd voormalig McKinsey-consultant en oud-SER-voorzitter Wiebe Draijer aangesteld als nieuwe hoogste baas.

Bruggink (1963, beloning in 2013: 1,1 miljoen euro) werkte zijn hele carrière lang voor Rabo. In 2004 trad hij toe tot het bestuur. Hij maakte deel uit van de top die Rabo tot grote hoogte bracht. In de jaren voor de crisis groeide de van oorsprong boerenbank uit tot een wereldspeler. Iets wat Rabo met trots vervulde, want als ‘provinciale’ bank had ze zich altijd gekleineerd gevoeld door de randstedelijke banken ABN Amro en ING.

Toen de crisis uitbrak bleef Rabobank bovendien als enige grote Nederlandse speler rampspoed bespaard. De bank uit Utrecht hoefde, in tegenstelling tot concurrenten ING en ABN, niet gered te worden door de Staat.

Arrogantie

Mede door die prestaties groeide Bruggink uit tot een icoon van Rabo. Door concurrerende banken werd hij echter vaak gezien als een symbool van de ‘arrogantie’ die er in de bank zou zijn gevaren in die jaren. Bruggink liet niet na om de concurrenten erop te wijzen dat zij hadden gefaald en Rabobank niet. Hij ondermijnde de lobby’s van andere banken tegen strengere eisen voor financiële buffers. Rabobank voldeed immers al aan de strengst denkbare eisen.

Hoe terecht die constateringen ook waren, het werd hem niet in dank afgenomen. Ook intern werden zijn scherpe uitspraken niet altijd gewaardeerd. Onlangs stelde hij in het Financieele Dagblad dat de rente op hypotheken waarschijnlijk zou stijgen, als gevolg van nieuwe buffereisen. Hoogleraar Arnoud Boot riep daarop het bestuur van Rabo om Bruggink tot de orde te roepen, omdat die onzin zou hebben zitten te verkondigen.

Bruggink was tevens directeur Wielerploegen. Toen Rabo in 2012 stopte met de sponsoring vanwege het dopingschandaal sprak Bruggink namens het bestuur de pers toe.

Bruggink, die eind 2015 stopt, zou zelf besloten hebben om terug te treden. In een verklaring verwijst hij expliciet naar een door DNB afgedwongen opsplitsing van zijn functie. Bruggink is tevens verantwoordelijk voor risicomanagement. DNB wil dat er, net als bij ABN en ING, een aparte chief risk officer in het bestuur komt.

Maar of er echt niet enige druk is geweest, is de vraag. De nieuwe topman Draijer is een man van de harmonie en zijn belangrijkste taak is de bank in rustiger vaarwater te brengen, ook in de relatie met DNB. Die relatie is niet altijd even soepel geweest. Rabo moest in 2013 en 2014, na controles van DNB en de ECB, forse afboekingen doen op slechte leningen en forse voorzieningen treffen voor nog te verwachten stroppen. Andere banken hadden dat al veel eerder gedaan.

De impliciete boodschap: Rabo had de pijn geprobeerd uit te stellen. Het was Bruggink die daarover ging.