Column

Is dat een zwart gat, daar in Frankfurt?

Misschien dat u er zelf ook heel even bang voor bent geweest. In 2010 startten wetenschappers in Zwitserland de Large Hadron Collider op, een versneller die met tot dan toe ongekende energie elementaire deeltjes op elkaar liet botsen. Destijds gonsde op sociale media de waarschuwing dat met de LHC per ongeluk een piepklein zwart gat kon worden gemaakt, dat ons allen vervolgens in een oogwenk zou opslokken.

Dat was onzin. Maar grote, ongekende experimenten kunnen exotische, onbedoelde effecten hebben. De angst daarvoor heeft nu een monetaire variant. In het afgelopen half jaar bouwden centrale bankiers in Frankfurt een grote machine die met ongekende energie grote hoeveelheden euro’s op elkaar zou laten botsen. Maandag ging het apparaat aan en sindsdien moet elke dag voor 3 miljard euro aan staatsleningen (zo’n 80 procent) en andere leningen worden gekocht.

Het resultaat is exotisch te noemen. Veel marktpartijen bereidden zich voor op een opwaartse beweging van de rentevoeten op de obligatiemarkt. Sell the rumour, buy the fact: de overtuiging was dat in de aanloop naar de ‘kwantitatieve verruiming’ de koersen van staatsleningen al zodanig waren opgedreven en de euro al zo was gedaald, dat de markt wat zou terugstuiteren als het plan daadwerkelijk werd uitgevoerd. Dat gebeurde destijds ook in het Verenigd Koninkrijk en de VS toen daar ‘kwantitatieve verruiming’ werd begonnen.

Het tegendeel bleek het geval. De euro zakte volledig weg, en de koersen van vooral noordelijke staatsleningen als die van Duitsland en Nederland gingen zo ver omhoog dat een groot deel van de staatsschuld nu een negatieve rente heeft. Dat werkt zo: de ECB koopt staatsleningen op totdat ze een negatieve rente van -0,2 procent hebben. Verder gaat zij niet. Maar Duitse staatsleningen zijn al zó schaars, dat er weinig te kopen valt en leningen met korte looptijden al snel tot -0,2 procent rente werden opgedreven. De Duitse overheid heeft een overschot, waardoor de aanvoer van verse staatsleningen opdroogt. En veel beleggers willen hun Duitse stukken niet verkopen. Dus koopt de ECB steeds langer lopende leningen, tot ook deze de grens van -0,2 bereiken. Zo schuift langzaam maar zeker een groot deel van de Duitse staatsschuld in het negatieve domein. Dit geldt ook voor Nederland.

Dit fenomeen is, op zijn minst, hoogst ongebruikelijk. Toen de Amerikaanse overheid overschotten kreeg, aan het eind van de jaren 90 tot 2001, maakte Alan Greenspan, de toenmalige Amerikaanse centrale bankier, zich zorgen dat de markt voor Amerikaanse staatsleningen zou opdrogen. Die spelen namelijk een grote rol in het financiële systeem, als maatstaf (benchmark) voor risicobepalingen en calculaties en als smeerolie in het interbancaire en monetaire verkeer.

Wat zou er gebeuren als de Europese benchmark, de Duitse tienjarige obligatie, een negatieve rente krijgt en dus misschien disfunctioneel wordt? Geen idee.

Het lijkt er op dit moment steeds meer op dat de ECB het tempo van de Duitse aankopen niet kan volhouden. Een andere verdeling over de eurolanden dan, niet langer op basis van de ‘kapitaalsleutel’ van de ECB? Minder opkopen, en het tempo verlagen? Het zou niet verbazen.

Als de monetaire deeltjesversneller al had moeten worden aangezet, dan gaat hij op dit moment in ieder geval veel te hard. Maar het zal even duren voordat die psychologische draai in Frankfurt, en op de Angelsaksische markten die zo op ‘kwantitatieve verruiming’ aandrongen, wordt gemaakt.