‘India wordt geen reus met zoveel zieken’

Wordt India een nieuwe economische supermacht? Niet zolang zoveel armen analfabeet en ongezond blijven.

India zorgt slecht voor zijn vele honderden miljoenen armen. „Zelfs Rwanda in Afrika heeft gezondheidszorg voor de hele bevolking.” Foto Károly Effenberger

Wat hij allereerst zou doen als hij premier van India was? Een beetje korzelig wijst Amartya Sen tijdens een gesprek in hotel Krasnapolski zo’n gedachtenexperiment van de hand. De winnaar van de Nobelprijs voor Economie blijft pur sang academicus. „Wat zou ik doen als ik in een ruimteschip rond Mars vloog? Ik weet het niet. Zo’n vraag heeft geen zin.”

Evenmin wenst de 81-jarige Sen in de denkbeeldige schoenen van een regeringsadviseur te stappen. Knorrig: „Ik ben nooit adviseur geweest. Ik geloof in democratie. Ik wil succes boeken op grond van wat ik bepleit en gelukkig heb ik in de drie democratieën waar ik mijn leven heb doorgebracht – India, Groot-Brittannië en Amerika – nooit moeite gehad mijn opvattingen in het openbaar te uiten. Ik ben een geëngageerde burger.”

Al sinds hij zelf als jongen van een jaar of negen drie miljoen mensen om zich heen zag sterven bij een hongersnood in het oosten van het toenmalige Brits-Indië is Sen begaan met het lot van de armen in zijn land. Zij waren het die ook toen al de zwaarste klappen opliepen

Gedurende zijn lange academische loopbaan heeft Sen zich steeds sterk gemaakt voor de arme onderlaag, nog altijd ruim tweederde van de 1,2 miljard Indiërs. Hij doet dat uit menselijke overwegingen, maar ook omdat hij er stellig van overtuigd is dat meer welvaart voor juist de armen zich economisch dubbel en dwars uitbetaalt voor het land als geheel.

Hongersnood heeft zich in India niet meer op grote schaal voorgedaan sinds de onafhankelijkheid van 1947. Dat is voor een groot deel te danken – zoals Sen zelf in een befaamde studie aantoonde – aan de invoering van de democratie in het land. Maar afgezien daarvan zijn de honderden miljoenen armen sindsdien weinig opgeschoten. De helft van de Indiërs heeft nog altijd geen toegang tot toiletten en 43 procent van de kinderen onder de vijf is ondervoed. Tweederde van de bevolking leeft van 1,50 euro per dag, om maar enkele recente cijfers te noemen.

Nog geen twee weken geleden verklaarde de regering van premier Narendra Modi dat het ogenblik is aangebroken voor India om economisch de grote sprong voorwaarts te maken. Ook veel investeerders denken er zo over en volgens het IMF en de Wereldbank zal de groei van India die van China de komende jaren evenaren, zo niet overtreffen.

Maar Sen, geen bewonderaar van de hindoenationalist Modi, tempert dit enthousiasme. „Er is nog nooit een land geweest dat een industriële reus en een leidende economische mogendheid probeerde te worden met zo’n hoog percentage analfabeten en ongezonde arbeiders”, zegt hij met grote stelligheid. „En dat gaat nu ook niet gebeuren.”

Bij een glaasje mineraalwater legt hij vervolgens bereidwillig uit waarom. „Een kwart van de Indiase bevolking is gewoon analfabeet en ik schat dat zo’n tweederde van de mensen die wel kunnen lezen en schrijven zeer slecht geschoold is. De verwaarlozing van het basisonderwijs is kolossaal. Er is nooit serieus gepoogd dat recht te trekken.”

Bij zijn bezoek aan Amsterdam, op uitnodiging van het Leidse International Institute for Asian Studies (IIAS), legt Sen ditmaal echter meer nadruk op een andere pijnlijke zwakke plek van India: de gebrekkige gezondheidszorg. „Er is geen systeem dat de hele bevolking op dat terrein dekt. In China maar ook in landen als Thailand en zelfs Rwanda in Afrika hebben ze dat wel. In India is het niet eens geprobeerd en daardoor heeft 70 tot 80 procent van de bevolking geen fatsoenlijke gezondheidszorg. India besteedt er ook maar net iets meer dan 1 procent van zijn bbp aan, China zo’n 3 procent en veel andere landen meer.”

Hoe verklaart u die geringe daadkracht van Indiase regeringen op dit punt door de jaren heen?

„Ik geloof dat dat vooral is te wijten aan het feit dat de rijken en de iets meer welgestelden – en die zijn talrijk, er zijn zo’n 200 tot 300 miljoen mensen die een comfortabel leven leiden – erin slagen de volle aandacht voor hun zorgen op te eisen in de media. Ze weten bovendien voor verkiezingen ook de politieke partijen voor hun noden te mobiliseren.”

En de linkse partijen?

„Ook de linkse partijen en de Congrespartij, waartoe ik mezelf tot op zekere hoogte reken, al ben ik geen lid, zijn daarin tekortgeschoten. Die hebben geprobeerd de lagere middenklasse te paaien in plaats van zich te richten op zaken die zo’n 800 tot 900 miljoen mensen aan de onderkant van de samenleving raken. Daardoor was er vorig jaar in de aanloop naar de verkiezingen ook weer nauwelijks aandacht voor het feit dat de gezondheidszorg en het onderwijs zo’n puinhoop zijn.”

Maar is een stevige economische groei niet onmisbaar voor alle verbeteringen?

„Economische groei is van groot belang maar leidt op zichzelf nog niet tot betere levensomstandigheden, tenzij de extra beschikbare middelen worden gebruikt om het leven van mensen te verbeteren. In dat opzicht is er in India sprake van een volledige mislukking. Het land heeft immers ook al eerder enkele jaren van hoge economische groei gekend. Maar voor duurzame economische groei heb je ook ‘menselijk kapitaal’ nodig. Het is waar dat de wegen beroerd zijn en de elektriciteitsvoorziening gebrekkig. Die moeten worden verbeterd. Maar verwaarlozing van de sociale infrastructuur is eveneens slecht voor de levensomstandigheden van vandaag en die van de toekomst.”

Hoe komt het dat bijna alle andere landen, juist in Azië, daarin meer succes hebben gehad dan India?

„Het is waar dat er ook elders in Azië veel ongelijkheid bestaat maar de hardnekkige, vernederende armoede die je in India aantreft is uniek. Geen ander land heeft het kastenstelsel gehad en onaanraakbaarheid gekend. Niemand heeft een deel van zijn burgers zozeer als minderwaardige wezens beschouwd. Op dat punt is er een lange historie. In oeroude Indiase geschriften kom je ook wel egalitaire opvattingen tegen, maar feit is dat de samenleving steeds in een staat van polarisatie heeft geleefd.”

Japan is er na 1868 in slechts 45 jaar in geslaagd het analfabetisme uit te bannen. Na de oorlog hebben ook Zuid-Korea, Taiwan en China dat gedaan. Vooral de vergelijking met China, dat er zeventig jaar geleden slechter voor stond dan India, vindt Sen veelzeggend. Mao Zedong, van wie hij verder geen bewonderaar is wegens diens wrede autocratische regime, achtte het van het grootste belang de Chinese bevolking onderwijs en een fatsoenlijke gezondheidszorg te geven. Daarin slaagde hij. Op het moment dat China eind jaren zeventig begon met diepgaande economische hervormingen konden bijna alle Chinezen lezen en schrijven. Bovendien was er gezondheidszorg voor iedereen, al was die niet van hoge kwaliteit.

Na 1979 besloten de Chinese autoriteiten dat Chinezen beter individueel voor hun eigen gezondheidszorg konden betalen. Daardoor liep het aantal Chinezen dat verzekerd was van goede medische zorg terug tot 12 procent van de bevolking. „Je zag toen meteen dat de levensverwachting daalde”, zegt Sen. „Het interessante is dat terwijl China toen jaren van de allerhoogste groei doormaakte, het verschil met India op het terrein van de gezondheidszorg juist terugliep. Tegen 2004 besefte de Chinese regering dat ze een grote fout had gemaakt en herstelde ze de gezondheidszorg voor iedereen. Nu dekt die weer zo’n 97 procent van de bevolking en ligt China weer veel verder voor op India.”

Je gaat onwillekeurig denken dat de democratie voor India een handicap was?

„Daarop heb ik een paar dingen te zeggen. Ten eerste dat een democratisch systeem hongersnoden helpt voorkomen. Het China van Mao presteerde weliswaar beter op het terrein van de levensstandaard en de gezondheidszorg, maar het kende ook de grootste hongersnood uit de geschiedenis, waarin dertig miljoen mensen stierven. Dat moet je niet uitvlakken.

Het andere wat ik daarop heb te zeggen is: democratie schept een kans die je ook moet grijpen. Als politieke partijen daartoe niet in staat zijn en als de media zich alleen maar richten op de relatief welgestelden, ook omdat die advertentie-inkomsten genereren, werkt het niet. Natuurlijk ben ik gefrustreerd dat India zijn potentieel niet beter heeft benut. Maar wil ik een ander politiek systeem? Nee.”