Guus Kuijers ‘Polleke’ is ook op toneel een ontwapenend meisje

Sallie Harmsen als Polleke. Foto Martijn Beekman

„Ik wil niet huilen”, zegt Polleke tegen het eind van de eerste familievoorstelling van NTjong en het Nationale Toneel. Ze zegt het als haar opa dood is.

Maar ze had het ook kunnen zeggen toen haar drugsverslaafde vader weer tegen haar loog, of toen haar Marokkaanse vriendje het uitmaakte omdat hij wordt uitgehuwelijkt. Eigenlijk hadden alle personages het de hele tijd kunnen zeggen; de tekst ligt als subtekst zo ongeveer onder de hele voorstelling.

Er wordt dan ook nauwelijks gehuild in Polleke, ondanks dat het echt niet allemaal zo vrolijk is. In plaats daarvan slaat iedereen zich onverschrokken, of zoekend, of hoopvol door het leven. Polleke (Sallie Harmsen) voorop.

De volwassenen rondom Polleke weigeren verantwoordelijk te zijn en leunen op Polleke waar dat eigenlijk andersom zou moeten zijn. Maar godzijdank zijn de volwassenen geen clichématige badguys. Ze ploeteren en proberen, zoeken houvast en laten daarbij steekjes vallen. Ze zijn kortom menselijk. En te midden van al dat volwassen gehannes probeert Polleke te worden wie ze is.

Jorieke Abbing bewerkte de beroemde boekenreeks van Guus Kuijer meesterlijk. Het wemelt van de pijnlijk onafgemaakte dialogen en ontwapenende uitlatingen. En regisseur Noël Fischer weet in haar eerste grotezaalregie precies de juiste toon te vinden voor de levensgrote thema’s die deze voorstelling rijk is. Geloof, liefde, dood, loyaliteit, vriendschap, opgroeien, loslaten en voor jezelf kiezen; het wordt allemaal met rake, relativerende humor gespeeld. En met heel veel ingehouden emotie. Dat werkt.