‘Duitsers hebben nog steeds schuld’

Athene dreigt beslag te leggen op Duitse bezittingen als ‘de openstaande rekeningen uit de oorlog’ niet worden betaald.

Een muurschildering in Thessaloniki suggereert dat Griekenland veel schade heeft geleden door de euro. Foto AP Foto Giannis Papanikos/AP

Thuis krijgt hij applaus. Elders in Europa roept de Griekse premier Alexis Tsipras geïrriteerde en ongelovige reacties op met zijn belofte aan het parlement om achter herstelbetalingen door Duitsland voor de Tweede Wereldoorlog aan te gaan. ‘Beginnen ze daar nu wéér over?’ Nabestaanden van slachtoffers van de nazi’s mogen desnoods beslag leggen op Duitse bezittingen.

Duitse woordvoerders reageren afwerend. Emotionele debatten over wat hen betreft verjaarde claims moeten niet worden vermengd met onderhandelingen over de huidige staat van de Griekse economie, vinden zij.

Grieken zien dat heel anders. De hele financiële crisis draait om boetedoening en schuld. Maar niet alleen die van de Grieken. Ze worden er dagelijks aan herinnerd dat Duitsers zich superieur voelen. Net als in de oorlog, toen de nazi’s het behalve op Joden ook op de in hun ogen minderwaardige Grieken hadden voorzien.

Stereotypen spelen al vanaf het begin van de financiële crisis een grote rol. Ten nadele van Grieken. Omdat zij hadden gelogen over de omvang van het begrotingstekort moesten ze flink boeten. Het beeld was dat terwijl in het noorden nijver werd gewerkt, incompetente, corrupte, vroeg gepensioneerde zuiderlingen de centen verbrasten op terras en strand. De schuld was hun schuld.

Grieken kiezen een ander perspectief. Hun verhaal is zo: tijdens de Tweede Wereldoorlog hielden nazi’s wreed huis in het land. Ze moordden dorpen uit, veroorzaakten hongersnood en vernietigden infrastructuur. Ze dwongen de centrale bank tot een lening van naar huidige maatstaven elf miljard euro. Met rente een veelvoud daarvan. Het was de opmaat naar een burgeroorlog, gevolgd door een dictatuur. Pas in de jaren tachtig, zeggen de Grieken, kwamen we weer een beetje op adem en begon de verwerking van ons verleden.

De Grieken vinden dat ze in 1953, toen het land nog heel arm en afhankelijk was, aardiger zijn geweest dan goed voor hen was en samen met andere landen een ruimhartige regeling hebben getroffen om de Duitse economie te helpen herstellen. Zo werd voorkomen dat het land bezweek onder de enorme schuldenlast die was opgebouwd in de Eerste en Tweede Wereldoorlog en onder de herstelbetalingen. Daardoor kon de Duitse economie uitgroeien tot de sterkste in Europa.

Duitsers kwamen opnieuw naar Griekenland. Als toeristen en vertegenwoordigers van bedrijven als Siemens die – soms met corruptie – gunstige deals sloten. Toen wij in zware betalingsproblemen kwamen, stellen de Grieken, boden ze ons hoge leningen om te voorkomen dat we failliet gingen en daarmee ook de Duitse banken in problemen brachten. Nu dicteren Duitsers ons hoe we ons land moeten leiden, omdat ze bang zijn dat ze hun geld niet terugkrijgen. Het is tijd te laten zien dat we niet te bang en nederig meer zijn om de Duitsers op hun hypocrisie te wijzen en, al was het maar symbolisch, de lening van onze centrale bank aan de nazi’s terug te eisen.

In het parlement zei premier Tsipras dinsdag daar „niet te staan om zedenleer te doceren”. „Maar we accepteren lessen daarover ook niet. Griekenland zal zijn verplichtingen nakomen, maar anderen moeten dat ook jegens ons doen. Je kunt met ethische kwesties niet à la carte omgaan.”

In 2014 bood Duitsland bij monde van president Joachim Gauck Griekse slachtoffers voor het eerst excuses aan. Dat gebaar, zeventig jaar na dato, werd in Griekenland zeer gewaardeerd. Maar het is niet genoeg.