Huisartsen versus verzekeraars, waarom laait de strijd zo op?

Beeld Robin Héman

De strijd tussen huisartsen en verzekeraars verhardt. Huisartsen publiceerden vannacht een manifest: ze willen minder bemoeienis van de zorgverzekeraars en meer inspraak. Tientallen boze huisartsen sloten zich al aan.

1. De huisartsen zijn boos, maar waarom?

“Ik, huisarts, weiger mij door zorgverzekeraar en politiek in het keurslijf van marktkoopman te laten drukken.”

Het is een zin uit het manifest dat huisartsen afgelopen nacht op de deur van het ministerie van Volksgezondheid spijkerden. Sinds 2006, toen de nieuwe zorgverzekeringswet inging, moeten huisartsen afspraken maken met zorgverzekeraars over consulten en ingrepen. Ook moeten zorgverzekeraars ervoor zorgen dat huisartsen dure zorg overnemen uit het ziekenhuis. Afspraken hierover staan in contracten tussen huisartsen en zorgverzekeraars.

Zorgverzekeraars willen dat huisartsen zo goedkoop mogelijk werken. Huisartsen willen dat de zorgverzekeraar zich niet bemoeit met de behandeling van hun patiënten door eisen te stellen aan soorten behandeling, prijs van medicijnen of het gebruiken van bepaalde onderzoekslaboratoria.

2. Waarom zijn die verzekeraars zo streng?

Dat moeten ze volgens de wet. De zorgverzekeraars zijn de waakhond van de gezondheidszorg. Zij moeten in opdracht van minister Schippers (Zorg, VVD) zorgen voor goedkopere en kwalitatief goede zorg. Huisartsen voelen zich dan al snel aangetast in hun behandelvrijheid.

Als een zorgverzekeraar een huisarts wil dwingen een goedkoper onderzoekslaboratorium in te schakelen dan ze gewend zijn (dat gebeurde in Limburg), dan roept de huisarts: bemoei je niet met mijn zaken. Maar eigenlijk doet de verzekeraar wat de overheid vraagt: de zorg, tegen vergelijkbare kwaliteit, goedkoper proberen te maken.

3. Die huisarts tekent het contract toch zelf?

Dat klopt, maar met tegenzin. Huisartsen voelen zich gedwongen om te voldoen aan de eisen van de verzekeraar. Van mededingingsautoriteit ACM mogen huisartsen niet als groep onderhandelen over voorwaarden in de contracten - dat zou kartelvorming zijn. Maar daardoor kunnen huisartsen weinig anders dan het contract met de bepalingen die de verzekeraar heeft bedacht, gewoon tekenen.

De huisartsen die nu het manifest ondersteunen, eisen onder andere een “gelijke onderhandelingspositie” bij contractonderhandelingen.

4. Wat merk je als patiënt van deze ruzie?

Nog niet veel, maar dat kan veranderen. In het manifest dreigen de artsen om de contracten van zorgverzekeraars niet meer zomaar te tekenen. Als dat gebeurt, dan moet de patiënt ineens wél voor de huisarts gaan betalen. Een aanzienlijk deel van de rekening nog wel: 20 tot 30 procent.

Nu heeft het overgrote deel van de huisartsen ‘gewoon’ een contract afgesloten met de verzekeraar, hoewel uit onderzoek van de huisartsenvereniging blijkt dat meer dan 90 procent van hen zich daartoe gedwongen voelt.

5. De huisartsen schrijven dat ze niet willen concurreren. Concurrentie is toch fijn voor patiënten?

Voor een patiënt kan het heerlijk zijn als huisartsen concurreren. Stel je voor: de praktijk op de hoek is 24 uur per dag open, maar drie straten verder onderscheidt de huisarts zich met consulten van een half uur in plaats van tien minuten. Dát is pas keuze.

Toch willen huisartsen dit niet. Deze beroepsgroep werkt traditioneel in een beschermde omgeving. Huisartsen vinden dat ze goed moeten kunnen samenwerken met de huisartsen in de buurt en elkaar niet moeten bestrijden.

Volgens de mededingingsautoriteit gaan huisartsen soms te ver om concurrentie te vermijden. In 2010 deed de mededingingsautoriteit een inval op het kantoor van de Landelijke Huisartsen Vereniging, omdat de beroepsvereniging huisartsen zou hebben aangezet om toetreding van nieuwe collega’s op de markt te belemmeren. De vereniging ontkende, maar kreeg uiteindelijk een boete van bijna zes miljoen euro wegens kartelvorming.

6. Hoe belangrijk zijn huisartsen voor de zorg in Nederland?

Onmisbaar. De ruim achtduizend huisartsen doen jaarlijks gemiddeld 65 miljoen consulten. De huisarts bewaakt met die consulten de poort van de gezondheidszorg. Hij bepaalt wie verder mag naar een (dure) specialist, en wie gewoon in bed moet uitzieken. Doordat de relatief goedkope huisarts bestaat, hoeven mensen niet zo vaak naar het ziekenhuis of een medisch specialist. Het is de bedoeling dat huisartsen die rol van poortwachter nog nadrukkelijker op zich gaan nemen, door meer behandelingen en ingrepen uit het ziekenhuis over te nemen.