Bommen in Odessa, schimmige mist in Moskou

Westen kiest steeds duidelijker partij voor Oekraïne; verwarring over toedracht moord op pro-Oekraïense Nemtsov in Moskou neemt toe.

De nachtelijke bommen gaan steeds vaker af. Afgelopen nacht was het hoofdkwartier van een pro-Europese partij in Odessa doelwit. De schade is slechts materieel, maar de boodschap is duidelijk.

Net als een week geleden, toen voor het gebouw van de radicale anti-Russische Rechtse Sector in dezelfde stad een explosief afging. Ook in Charkov, in het oosten van Oekraïne, vinden geregeld aanslagen plaats die worden toegeschreven aan pro-Russische opstandelingen.

Volgende week is het een jaar geleden dat Rusland de Krim annexeerde. Moskou maakt zich op voor een grootse viering terwijl het Westen zijn steun aan Oekraïne steeds meer kracht bijzet. Het Internationaal Monetair Fonds maakte gisteren een nieuw financieel hulpprogramma ter grootte van 17,5 miljard dollar (16,5 miljard euro) bekend.

Tegelijkertijd zetten de VS meer dan tien nieuwe namen op de sanctielijst. Het gaat om medewerkers van de gevluchte president Janoekovitsj, bestuurders uit Oost-Oekraïne en de directeur van een Russische bank op de Krim. Daarnaast stuurt Washington voor 75 miljoen dollar aan ondersteunend militair materieel naar Oekraïne: observatiedrones, radarinstallaties en nachtkijkers.

Het bestand tussen pro-Russische opstandelingen en Oekraïne dat onder auspiciën van Duitsland en Frankrijk tot stand kwam, wordt volgens de NAVO redelijk nageleefd. Beide kanten maken echter dagelijks melding van schendingen. Onduidelijk is ook in hoeverre beide partijen de zware wapens hebben teruggetrokken.

De EU verscherpt haar sancties tegen Rusland op dit moment nog niet, maar de Duitse bondskanselier Merkel gaf gisteren wel een duidelijk protestsignaal af met de mededeling dat ze niet naar de militaire parade komt waarmee Moskou op 9 mei het einde van de Tweede Wereldoorlog zal herdenken. Wel komt ze de volgende dag, in het gezelschap van president Poetin, een krans leggen bij het standbeeld van de onbekende soldaat.

Intussen neemt in Moskou de verwarring over de moord op oppositiepoliticus Boris Nemtsov – en met name het motief daarachter – verder toe.

De onderzoeksrechter had in eerste instantie gezegd dat een van de vijf arrestanten, de Tsjetsjeen Zaoer Dadajev, had bekend. De mensenrechtenadvocaat Andrej Baboesjkin kwam maandag echter met een andere lezing.

Samen met een journaliste van de krant Moskovski Komsomolets had hij de arrestanten in de gevangenis bezocht. Ze stelden vast dat de gevangenen sporen vertoonden van geweld. „Er is reden om aan te nemen dat ze gemarteld zijn”, schreef Baboesjkin op zijn blog.

Dadajev zou hem hebben verteld dat hij zijn bekentenis onder druk heeft afgelegd in ruil voor de vrijlating van een andere verdachte, Roestam Joesoepov. Die werd inderdaad vrijgelaten maar van hem ontbreekt sindsdien ieder spoor.

Ook de suggestie dat de hoofdverdachte uit religieuze overwegingen zou hebben gehandeld, is inmiddels tegengesproken door zijn eigen moeder. De Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov heeft Dadajev afgeschilderd als een „vrome moslim” die aanstoot zou hebben genomen aan de aanslag op Charlie Hebdo. Maar volgens moeder Dadajev is haar zoon helemaal niet bijzonder vroom.