‘BNN en VARA versterken elkaar’

Voor het eerst praat de baas van BNN-VARA uitgebreid over zijn plannen. „De NPO moet zich niet overál mee bemoeien.”

Gerard Timmer (BNN-VARA) op het nieuwe kantoor. Foto Robin Utrecht

De vergelijking is bijna te makkelijk. Halverwege de rondleiding door het nieuwe kantoor van fusieomroep BNN-VARA stopt directeur Gerard Timmer bij een acht meter hoge foto. Hier geen bouwvakkers of verhuizers. Geen BNN-stickers op de luchtroosters in de vloer tegen de tocht. Hier is de verbouwing al klaar. Op de foto springen twee jonge mensen van een hoge klif in zee. Hand in hand.

BNN en VARA, die de sprong wagen in het onbekende? „Zo voelt het nu niet meer”, zegt Timmer, die sinds mei de omroep leidt. „Maar zo was het wel toen ik hier begon. BNN’ers hadden hun opvattingen over VARA-mensen. En andersom.”

BNN, veertien jaar gehuisvest op een bedrijventerrein bij station Hilversum, trekt definitief in bij de VARA. De makers van Spuiten & Slikken en Proefkonijnen gaan samenwonen met de mensen van Kassa, Zembla, De Wereld Draait Door en Pauw.

BNN-VARA is een van de drie fusieomroepen. Op 1 januari gingen ook AVRO en TROS samen, net als KRO en NCRV. Zo moet het publieke bestel efficiënter en goedkoper worden. Eerst bestond de vrees dat de ouwe rotten van de VARA de jonkies van BNN zouden overvleugelen, maar dat lijkt ongegrond.

Sterker, Timmer komt van BNN. Met Bart de Graaff was hij een van de oprichters. In 2004 werd hij Omroepman van het jaar, omdat hij BNN na het overlijden van De Graaff in het bestel wist te houden. Van 2007 tot 2013 was Timmer ‘oppernetmanager’, ‘hoofd video’ van de Nederlandse Publieke Omroep. Hij was verantwoordelijk voor de programmering van alle publieke tv-zenders en onderhandelde met omroepen over uitzendschema’s.

Voor het eerst praat Timmer uitgebreid over zijn plannen bij BNN-VARA. De NPO, vindt hij, moet zich niet overál mee bemoeien. De omroepen moeten meer ruimte krijgen om te innoveren. En hij wil meer waardering voor de omroepen. Bij de NPO én in de politiek. „Wie eind vorig jaar de kabinetsplannen las, kreeg het idee dat wij hier ontzettend slecht werk leverden.”

Een ex-BNN’er als baas. Stuitte u op wantrouwen?

„Misschien kende ik inmiddels wel meer mensen bij de VARA dan bij BNN toen ik hier begon. Frans Klein (ex-mediadirecteur VARA, nu Timmers opvolger bij de NPO, red.) betrok me veel bij de omroep. Als het ging over de positie van Zembla, de spin-offs van DWDD of de verlenging van het contract van Matthijs van Nieuwkerk.”

De verbouwing is uw eerste grote klus. Is dat ingewikkeld?

„Beide culturen moeten zich thuis voelen. Het moet echt BNN-VARA zijn. Dit mag op geen enkele wijze een verzekeringsmaatschappij of rozekoekenfabriek lijken.”

Dus verhuist BNN ook het Bart-museum. En Boyd’s Bar, het huiscafé genoemd naar een andere jong overleden collega. „Hier op de muren komen portretten en citaten van bekende VARA- en BNN-mensen.”

In augustus moet het BNN-pand leeg zijn. Een emotioneel moment?

„Als ik erbij ga nadenken wel, ja. Ik liep er deze week nog van de trap. Dezelfde trap hebben wij Bart op gedragen, op de dag van zijn begrafenis. Samen nog een keer omhoog... We zaten er maar veertien jaar, maar er ligt veel omroepgeschiedenis.”

Hoe wilt u hier één club gaan maken?

„Je moet rekening houden met elkaar, samenwerken, maar elkaar niet een andere cultuur opleggen. Ik geloof dat BNN en VARA elkaar kunnen versterken.”

Hoe? Wat moet beter bij BNN?

„BNN is sterk in human interest, maar had minder oog voor journalistiek. Daar kunnen we een rol kan spelen voor jongeren. De VARA is juist sterk in informatieve programma’s. Het ligt voor de hand dat BNN daar profiteert. Nee, titels kan ik nu nog niet noemen, maar we hebben een aantal nieuwe dingen bedacht.”

En wat biedt BNN de VARA?

„De ‘speelsigheid’.... Zelfs voor een bewezen succes als De Wereld Draait Door is het fijn met de designers van BNN te werken. En BNN weet hoe het jonge kijkers trekt.”

Is het leuker om hier directeur te zijn dan bij de NPO?

„Ik heb het zeer naar mijn zin. Dit is een mediabedrijf, de NPO is een ambtelijke organisatie. Hier overleg ik met een paar collega’s. Bij de NPO was het altijd: hoe krijgen we het hele dorp mee?”

U hoeft in elk geval niet meer goed te praten dat ‘Bananasplit’ een publiek programma is.

„De discussie gaat altijd over een stuk of tien programma’s. Moeten we die wel uitzenden? Maar de publieke omroep maakt 2.800 programma’s per jaar. Wel of geen Bananasplit leidt af van het bredere debat over de koers van het bestel.”

Het kabinet geeft de NPO meer macht. Over financiën, exploitatie van rechten, inkoop. Bent u daarom opgestapt?

„Nee, de raad van bestuur en ik hebben een andere visie op de NPO-organisatie. Daar is alles wel mee gezegd. Daaronder vallen veel dossiers. Het ging niet van de ene op andere dag.

„Ik sta voor een sterke publieke omroep met een sterk centraal bestuur. Maar er moet ook erkenning zijn voor het belang en de ontwikkelingskracht van de omroepen. BNN-VARA maakt dagelijks vier uur tv op de drie netten. Na de NOS zijn wij de grootste zendgemachtigde. Dan moet ook sprake zijn van wederkerigheid. We moeten ruimte krijgen om nieuwe mogelijkheden te verkennen. Nu benauwt dat soms.”

Innovatie, prachtig, maar wat doen jullie zelf?

„Wij gaan bijvoorbeeld jaarlijks een aanzienlijk deel van ons eigen vermogen investeren in vier tot zes nieuwe, digitale projecten, langs de lijn van programmatisch, technologische en bedrijfsmatige innovatie.

„We laten een groep jonge, creatieve denkers zich, volledig afgezonderd, een paar maanden richten op BNN-VARA van 2021. Ons Failing Forward-project: niet alles hoeft te slagen. Anders ga je alleen maar veilig programmeren.”

De mediaconsumptie van jongeren verandert. Hoe spelen jullie daarop in?

„We veranderen continu mee met de doelgroep. Neem het radioprogramma van Giel Beelen. Bij de lancering van zijn nieuwe app zagen we dat het online bereik hoog was tijdens de ochtendshow, maar dat er ook ’s avonds een piek is. Dat wilden wij serieus nemen: nu hebben we iedere avond GielXL, een unieke app-show.

„We bedenken andere manieren om een verhaal te vertellen. Een programma van een half uur moet je ook in een paar minuten maken voor YouTube. Of in 23 seconden voor Instagram.”

Is dat succesvol?

„Van sommige shows die 300.000 tv-kijkers trekken, worden fragmenten meer dan 1 miljoen keer teruggekeken online. Is dat goed? Ik weet het niet. Vroeger was het helder; toen had je alleen kijkcijferkastjes en luisterboekjes. Nu zoeken we manieren om ons bereik beter te valideren.”

De omroepen krijgen concurrentie. Van het kabinet mag de NPO meer programma’s inkopen bij derden.

„Dat vind ik heel goed. Het zorgt ook voor een afgewogen programmering. Maar de omroepen moeten wel een volwaardige rol spelen als coproducent. De omroep moet als zendgemachtigde de publieke waarden van een programma beschermen. Die verantwoordelijkheid kun je niet neerleggen bij een commerciële partij.”

Waarom bent u niet meer open voor de buitenwereld?

„Dat is het beeld dat Den Haag altijd van ons schetst. Een gesloten organisatie. Het tegenovergestelde is waar. BNN maakt bijna de helft van zijn programma’s met buitenproducenten. Maar nog veel belangrijker is de waslijst aan maatschappelijke organisaties waarmee de VARA samenwerkt. Van universiteiten en milieugroepen tot van zorginstellingen en culturele podia.”

Waarom zou de NPO niet alle programma’s door externen laten maken?

„Het gaat om inhoudelijke gedrevenheid. Hier zijn mensen met andere dingen bezig dan gewoon een leuk programma maken. Elke dag willen zij een steen in de maatschappelijke vijver gooien. Kijk hoe Spuiten & Slikken zich inzet voor jongeren die op een festival een keer drugs gebruiken en meteen een strafblad krijgen. Of Bloedbroeders van Sinan Can, over de Armeense genocide. De Muur van Menno Bentveld. De documentaire Moeders springen niet van flats, van Elena Lindemans.

„Die gedrevenheid is er ook wel bij productiehuizen, maar aan het eind van de dag moet daar wel geld worden verdiend. Dat heeft invloed op het type programma’s dat ze maken. IDtv bijvoorbeeld maakte vroeger veel journalistiek-inhoudelijke programma’s, die dicht stonden bij de publieke omroep. Dat doen ze al lang niet meer. Het is geen verwijt, maar zo gaat het. Daarom moeten wij zuinig zijn op wat we hebben. Daar wil ik voor strijden.”