Zeker, doping is er nog steeds

Lance Armstrong, oud-wielrenner en meerjarig ervaringsdeskundige op het gebied van dopinggebruik, zei het laatst zo: „Als morgen het nieuwe middel XYP op de markt komt en dat niet te traceren is, dan weten wat we allemaal wel wat er gebeuren gaat. Dan gaat iedereen dat nemen. Dat weet je gewoon.”

Het Britse wielermagazine Rouleur tekende recent deze woorden op uit de mond van Armstrong; het lijkt erop dat de Amerikaan behalve de leugen ook de voorspelling goed beheerst. Maandag verscheen een onafhankelijk onderzoeksrapport, gemaakt in opdracht van de internationale wielerunie UCI. Een van de, overigens onbewezen, conclusies is dat doping nog altijd rondgaat in delen van het peloton. Ongeorganiseerd en in kleine doses. Niet te traceren. Soms dan, er worden ook nog steeds renners wél betrapt.

Over de zin en de onzin rond doping, een verzamelwoord dat diverse ladingen moet dekken, valt veel te zeggen. Feit is dat nauwkeurig is bepaald wat sporters is toegestaan aan medicinale extraatjes en wat niet. Het zijn de regels in de sport die beogen dat iedereen gelijke kansen heeft, die zeggen dat valsspelen niet mag. Doping wordt als valsspelen beschouwd en dus moeten wielrenners, atleten, gewichtheffers en andere sporters zich ervan onthouden.

Toch is ook het niet zo verrassende rapport van deze commissie niet meer dan een volgende en niet-beslissende stap in de strijd tegen doping. Althans voorzover het aanbevelingen betreft om renners nog vaker (nu ook ’s nachts) te controleren, nog meer voorlichting te geven en nog zwaarder en consequenter te straffen.

Het is de structuur van de sport die het dopinggebruik in de hand werkt. Wielrennen is financieel grotendeels afhankelijk van sponsoren. Zij wensen, om niet te zeggen eisen, sportieve successen. Omgekeerd trekken sportieve successen sponsoren, ze bezorgen hun de publiciteit en de goodwill waarop ze uit zijn. Totdat dopinggebruik de oorzaak van het succes (b)lijkt. Dan haakt de sponsor af.

Deze vicieuze cirkel is te doorbreken door een structuur te bedenken die wielerploegen grotere financiële onafhankelijkheid geeft, die wielrenners bevrijdt van de wetenschap dat hun verdiensten en hun werkgelegenheid ieder jaar telkens weer op het spel staan. Zodat ze minder snel zwichten voor de verleiding die doping heet.

Intussen is het rapport ongemakkelijk voor voormalige UCI-bestuurders door de bewering dat zij dopinggebruikers als Armstrong de hand boven het hoofd hielden. Onder wie Hein Verbruggen. De huidige voorzitter van de unie, de Brit Brian Cookson, dringt erop aan dat de Nederlander zijn erevoorzitterschap van de UCI opgeeft. Verbruggen weigert dat, hij ziet dat als een schuldbekentenis. Maar het zou van wijsheid getuigen als hij deze eer aan zichzelf hield.