Waarschuwen tegen inbraak maakt mensen nodeloos bang

Met campagnes wekt de overheid de valse schijn dat de misdaad stijgt. Goede sloten zijn een beter idee, betoogt Ben Vollaard.

Foto Thinkstock

Het aantal inbraken is vorig jaar met 20 procent gedaald. Dat bovenop een daling in het jaar ervoor. Het succes werd direct geclaimd door Ivo Opstelten, toen nog minister van Veiligheid en Justitie.

Inbraakbeleid betekent in de praktijk vooral: waarschuwen tegen inbrekers. Afgelopen winter waren de tekstkarren op invalswegen bijzonder populair. Daarop stond in koeienletters dat er inbrekers actief zijn. Sommige gemeenten gingen nog verder in hun voorlichting. Zo gingen in Rotterdam ambtenaren deur aan deur om tienduizenden inwoners op het inbraakgevaar te wijzen.

Dat er ook maar enig verband zit tussen dit beleid en de ingezette daling is nergens op gebaseerd. De term ‘geboekte resultaten’ kon beter worden weggelaten. Veranderingen in de criminaliteit zijn berucht moeilijk te verklaren. Daar komt bij dat alles erop wijst dat die informatiecampagnes juist ineffectief zijn in het voorkomen van inbraak.

We weten niet veel over beïnvloeding van preventiegedrag, maar we weten wel dat waarschuwen voor gevaar zich niet of nauwelijks vertaalt in actie. Het is net zo effectief om mensen te vertellen dat ze gezonder moeten eten. Mensen weten dat wel, maar dat betekent niet dat ze het ook doen.

Kennis is het probleem dus niet. Zorgen maken over inbraak is iets anders dan tijd en geld vrijmaken om bijvoorbeeld het hang- en sluitwerk te vernieuwen en bovenraampjes dicht te schroeven. Op die punten zien we in de cijfers dan ook geen beweging.

De bangmakerij is overigens geen onschuldige hobby. De zorgen over inbraak nemen toe. Het Centraal Bureau voor de Statistiek vraagt Nederlanders naar hun inschatting van het risico van inbraak in hun eigen huis. Die inschatting stijgt jaar na jaar.

De toenemende angst voor inbraak is opvallend, omdat perceptie van criminaliteit sterk gerelateerd is aan daadwerkelijk slachtofferschap van criminaliteit. De afgelopen jaren is inbraak hier echt een uitzondering op. Stabiel slachtofferschap gaat gepaard met groeiende zorgen. Dat maakt dat de burger slechter af is. Een zorg die zich niet vertaalt in actie is een verlies.

En die bange burgers maar waarschuwen

Het frappante is dat de waarschuwingscampagnes vaak door dezelfde ambtenaren worden bedacht die geloven dat de inwoners van hun gemeente zich te druk maken over criminaliteit. Het zou een stuk veiliger zijn dan de meeste mensen denken, is een veelgehoord idee. Verbeteringen van de lokale veiligheid zouden aan hen voorbijgaan. En ondertussen die bange burgers maar waarschuwen voor gevaarlijke inbrekers.

Als een minister van Veiligheid wil kunnen zeggen dat Nederland rustig kan gaan slapen, dan kan hij beter stoppen deze bangmakerij te steunen en inbraakpreventie regelen bij bouw en verbouw van woningen. Het succesnummer is een verandering in het Bouwbesluit rond de eeuwwisseling. Wie in een huis woont dat in 2001 of later is opgeleverd heeft een kwart lagere inbraakkans vergeleken met oudere huizen. Waarom? Omdat huizen sindsdien moeten worden gebouwd met fatsoenlijk beveiligde deuren en ramen. Zonder enige bangmakerij zijn zo tienduizenden inbraken voorkomen.

Dat is mooi voor wie in een jong huis woont, maar voor miljoenen oudere woningen in Nederland geldt dat een inbreker sneller binnen staat dan de bewoner zelf. Vooral sociale huurwoningen zijn vaak een uitnodiging voor inbrekers. Wat ligt er meer voor de hand dan inbraakpreventie voor de huurders met een kleine portemonnee te regelen? Pak dit mee bij renovatie. Maatschappelijk gezien is dit een inkopper, maar het loopt stuk op wie precies wat moet betalen.

Het kabinet klopt zich op de borst voor de toezegging van woningcorporaties om de komende jaren 100.000 woningen bij gepland onderhoud beter te laten beveiligen. Dat klinkt als veel, maar vergeet niet dat Nederland 2,3 miljoen corporatiewoningen telt. De overgrote meerderheid daarvan is voor 2001 opgeleverd en dus slecht beveiligd. Als het kabinet echt wat wil bereiken, dan wordt het tijd om iets voor die andere twee miljoen huishoudens in een sociale huurwoning te doen. Dan wordt Nederland nog veiliger – en ook nog eens minder angstig.

    • Ben Vollaard