Van geselende regen naar ongenadige zon

Middenin het onherbergzame Atlasgebergte staat een eenzaam schoolgebouwtje waar Daru (een verdienstelijk Frans sprekende Viggo Mortensen) lesgeeft aan een klasje Algerijnse kinderen. Elke dag geeft hij ze een portie graan mee, zelf leidt hij een spartaans leven. Op een dag levert de plaatselijke politiechef de Algerijnse gevangene Mohamed (Reda Kateb) bij hem af, met het verzoek hem naar de politie te brengen in de nabijgelegen stad Tinguit. Het is het begin van een gevaarlijke tocht die zorgt voor meer begrip tussen Europeaan Daru en Arabier Mohamed.

Loin des hommes, naar het korte verhaal De gast van Albert Camus, speelt zich af in 1954, aan de vooravond van de revolutie die in 1962 leidde tot de onafhankelijkheid van Algerije. Regisseur-scenarist David Oelhoffen gebruikt de conventies van de Amerikaanse western om zijn verhaal te vertellen en werkte ook het verhaal van Camus grondig om.

Oelhoffen geeft zowel Daru als Mohamed een boeiende voorgeschiedenis, die bij Camus volledig ontbreekt, voegde nieuwe personages en incidenten toe en hij veranderde het einde. Vrijwel alle toevoegingen zijn een verbetering van Camus’ wat simpele verhaal. Oelhoffen maakte er een genuanceerde vertelling van, met een boodschap die eigenlijk het omgekeerde is van Camus’ onbegrip tussen verschillende culturen.

Zo is Daru hier geen Fransman maar een Spanjaard wiens vader naar Algerije trok om er werk te vinden. Net als Camus is hij een ‘pied-noir’, een in Algerije geboren Europeaan. De Fransen zien Daru als Arabier, de Algerijnen beschouwen hem als kolonist. Daru – een oorlogsveteraan – is het equivalent van de eenzame cowboy die nergens thuishoort, Mohamed is de nobele wilde. Hij is een ‘exotische’ Arabier die zijn neef heeft vermoord, maar later wordt duidelijk dat zijn wil de cirkel van bloedwraak (de ‘diya’) te doorbreken daarbij juist een grote rol speelde.

Maar Loin des hommes, met een stemmige score van Nick Cave en Warren Ellis, is veel meer dan een abstract moreel-ethisch traktaat. Net als in de western fungeert het woeste maar fraaie landschap als derde hoofdpersonage. De rotspartijen zijn levensgevaarlijk, maar dienen ook als schuilplaats. De zon is ongenadig, de regen geselend. Oelhoffens prachtig gefotografeerde Noord-Afrikaanse western heeft een weldadig tempo dat af en toe doorbroken wordt door abrupte scènes vol kort opflakkerend geweld.

In een brute scène botsen de erecodes van Daru en Mohamed op die van het Franse leger dat Algerijnse vrijheidsstrijders die zich net hebben overgegeven zonder pardon doodschiet. De flagrante schending van de Geneefse Conventie doet het duo de schellen van de ogen vallen: Algerije zal nooit meer hetzelfde zijn.