Tijd voor 4 lessen over Rusland

Deze week schreven westerse media, waaronder nrc.next, dat president Poetin iets te maken kan hebben met de moord op een oppositiepoliticus. Is dat geen westerse propaganda? Hoe moet je onafhankelijk verslag doen van een land als Rusland?

Illustratie Hajo

Soms kun je als krant van jezelf schrikken. Deze week was zo’n moment, tijdens de redactievergadering van nrc.next. Het ging om een op het eerste gezicht keurig nieuwsbericht in de krant van maandag over de laatste stand van zaken in Rusland: er waren vijf mannen opgepakt op verdenking van de moord op Kremlincriticus Boris Nemtsov, en een van hen had zojuist bekend.

Maar aan het einde van het bericht, gemaakt op basis van persbureaus, stond een opvallende passage. Die begon met:

In westerse landen heerst veelal de – niet uitgesproken – opvatting dat president Poetin iets met de moord te maken heeft.

Dat leidde tot discussie op de redactie. De opvatting dat Poetin iets met de moord te maken heeft... Kún je dat als krant eigenlijk wel zo zeggen? Is dat objectief?

Als journalist weet je: berichtgeving uit Rusland kun je niet vertrouwen. De woorden ‘propaganda’ en ‘spin’ zijn nooit ver weg als het over het Kremlin gaat en van een vrije Russische pers is in de praktijk geen sprake. Maar hoe voorkom je dat je als ‘westerse’ media precies hetzelfde doet? Hoe vind je de balans tussen argwaan en neutraliteit?

Les 1: De waarheid bestaat niet in Rusland

Rusland is een uiterst moeilijk land om over te berichten, zegt buitenlandredacteur Bert Lanting van de Volkskrant. „Na elk stuk krijg ik wel mailtjes van mensen die zeggen dat ik Rusland probeer zwart te maken. Het is moeilijk de juiste toon te vinden.”

Het grote probleem, zoals samengevat door oud-NRC-correspondent Michel Krielaars: de waarheid bestáát niet in Rusland. Hij bedoelt daarmee dat je als correspondent in veel gevallen „geen idee” hebt wat er precies aan de hand is. „Politieke moorden worden nooit opgelost. Je wilt het bewijs zien, maar dat leveren ze telkens maar niet.” En als er iemand veroordeeld wordt, zoals vorig jaar voor de moord op Anna Politkovskaja, de journaliste die in 2006 in haar lift werd doodgeschoten, dan nog blijft het een raadsel wie de opdrachtgever van de aanslag was.

Een ander voorbeeld. Keer op keer belanden politieke tegenstanders van president Poetin in de gevangenis. Daar zit het Kremlin natuurlijk achter, zegt de oppositie dan. Het Kremlin ontkent dat vervolgens. Hoe het precies zit, wordt nooit duidelijk.

„Het komt in Rusland steeds neer op welles-nietesspelletjes”, zegt David Jan Godfroid. Hij bericht uit Rusland als correspondent voor de NOS. Wat zijn werk nog ingewikkelder maakt, zegt hij, is dat officiële instanties niet transparant zijn. „Het onderzoekscomité, de Russische geheime dienst en het Kremlin zelf: ze zijn zo gesloten als een pot.”

Dat betekent dat ‘de waarheid’ berichten in veel gevallen een illusie is. Kranten moeten daar transparant over zijn. Godfroid: „Je moet zowel het welles als het nietes aan bod laten komen.”

Les 2: Breng feiten, geen speculatie

„Ik vind de westerse berichtgeving over Rusland heel eenzijdig”, zegt oud-correspondent Wierd Duk. Hij zat voor Elsevier en Het Parool in Rusland en schreef onlangs een boek over Poetin. „Veel speculatie en meningen. Ik kijk er soms met verbazing naar. Nu weer: Nemtsov was nog niet dood of iedereen ‘wist’ al dat Poetin erachter zat. Er is weinig sprake van objectiviteit. Het zal onbewust gaan, maar er wordt wél partij gekozen.”

Je ziet het volgens Duk aan kleine dingen, formuleringen, invalshoeken. Een voorbeeld: als het gaat over wat er in Kiev is gebeurd, spreken wij van een ‘revolutie’. In Russische media noemen ze het een ‘putsch’, een gewelddadige staatsgreep. „En inderdaad, Janoekovitsj wás een democratisch gekozen leider die verdreven werd. Maar wij reageren vanuit ons westerse frame.”

Wat juist vóór de Nederlandse media pleit, is dat ze relatief vaak ter plekke zijn, zegt Godfroid van de NOS. Bijvoorbeeld in Oekraïne. Nederlandse media zitten daar „redelijk vaak” en dat is belangrijk, zegt Godfroid. „Zolang ik zelf niet hard kan bewijzen dat daar Russen meevechten in de oorlog, zeg ik dat ook niet. Wat ik wel kan doen is soldaten vragen of ze onder Russisch bevel staan.”

Verslag doen in Rusland is eigenlijk net als verslag doen van een verkeersongeluk in Schin op Geul, zegt Godfroid. „Je moet gewoon vragen stellen: wie, waar, waarom?”

Breng dus feiten, geen speculatie. Zo ook met de moord op Nemtsov. Vlak na de moord verschenen er allerlei theorieën in Russische kranten, zegt Bert Lanting van de Volkskrant. „Bijvoorbeeld dat de moord een provocatie van het Westen is bedoeld om het Kremlin zwart te maken. Dat klinkt voor veel Russen geloofwaardig. Ik bericht dat dus ook. Dan heb ik niet gezegd dat dat volstrekte onzin is – al vind ik dat wel – maar schrijf ik gewoon hoe zij dat zien.”

Maar feiten hebben toch ook context nodig? Als een verdachte bekent dat hij Nemtsov heeft vermoord, weet je nog niet of hij de waarheid spreekt. Misschien is hij wel onder druk gezet. „Een bekentenis zegt in Rusland erg weinig”, bevestigt Hubert Smeets, oud-Ruslandcorrespondent van NRC en Ruslanddeskundige. „Misschien is die bekentenis wel tot stand gekomen met middelen die niet geoorloofd zijn. Dus als je niet weet hoe de bekentenis tot stand gekomen is, moet je dat opschrijven. Dat is ook een feit.”

Les 3: Breng ook het ándere geluid

Media beïnvloeden elkaar. De rol van de Engelstalige pers, zegt Wierd Duk, is in Nederland groot. „Die is voor een deel fel anti-Russisch. De invloed van de Angelsaksische pers is in Nederland veel groter dan in Duitsland bijvoorbeeld, waar de media ook serieuze aandacht besteden aan de Russische positie.”

In Duitsland wonen ook veel voormalige Sovjetburgers, met een intiemere kennis van Rusland, die een rol claimen in het debat. Dat tegengeluid ontbreekt in de Nederlandse berichtgeving. Duk: „Nederlandse media kijken goed naar wat The New York Times schrijft, maar niet naar Der Spiegel.”

Les 4: Doe niet alsof het Europeanen zijn

„Met het begin van de crisis in Oekraïne is de berichtgeving over Rusland en Poetin lichtelijk geradicaliseerd”, zegt André Gerrits, hoogleraar Russische geschiedenis en politiek aan de Universiteit Leiden. „Er heerst het idee dat Poetin een irrationele boosaard is van wie je al het kwaad kan verwachten.” Dat komt doordat we zijn acties door onze westerse bril bekijken. Wat hij ook doet, westerse media zoeken er meteen iets slechts achter. Dat zegt Godfroid van de NOS. „En wat de oppositie bedenkt, wordt als goed gebracht. Nu schets ik het heel grof, maar die neiging is er echt.” Goed nieuws over Poetin gaat er moeilijk in.

Dat zegt ook Wierd Duk. „Er komt zo veel emotie om de hoek kijken vanuit de Nederlandse journalistiek. Ik sta af en toe met mijn oren te klapperen.” Een recent voorbeeld? Westerse media berichtten dat Poetin tijdens de G20 alleen, ‘geïsoleerd’, aan de lunchtafel zat – niemand had met hem willen praten. „Hij bleek gewoon tegenover de president van Brazilië te zitten, alleen Rousseff was uit het beeld gehouden.” Typisch, zegt Duk. „Als je erop let, kom je bijna dagelijks dit soort slechte journalistiek tegen.”

André Gerrits: „We blijven Russen zien als een soort Europeanen, een beetje wilder, een beetje barbaarser.” Daardoor begrijpen we ze niet, zegt hij. „China is veel repressiever, daar zouden demonstraties zoals in Rusland ondenkbaar zijn, maar daarvan denken we: dat is een exotisch volk, heel anders dan wij – en dus schrijven de media er positiever over. Maar bij Russen denken we: die zijn toch eigenlijk gewoon hetzelfde. Maar waarom doen ze dan zo anders?”