Sommige moeders móéten aan de pil

De rechter zou moeders die hun kind ernstig mishandelen, anticonceptie moeten opleggen, vindt de kinderarts. Een prikpil voorkomt onheil.

Kaarsen en knuffels in Alphen aan den Rijn ter nagedachtenis aan de 3-jarige Savanna, die stierf na mishandeling door haar moeder. Foto Robin Utrecht/ANP

Soms worden ze door de politie de eerste hulp binnengebracht, soms door ouders zelf: jonge kinderen, vaak baby’s, die thuis levensbedreigende verwondingen hebben opgelopen door mishandeling. Een gescheurde lever, inwendige bloedingen, hersenbloedingen, botbreuken, brandwonden van strijkijzers en sigaretten. Vorige week ook weer – de baby ligt hier nog in het Sophia Kinderziekenhuis. Kinderarts Carsten Lincke en zijn collega’s zorgen voor ze.

Moet een moeder die haar kind zo mishandelt weer zwanger kunnen worden? Nee, vindt Lincke. In elk geval de komende paar jaar niet. Hij zegt het genuanceerd: „Zo’n moeder moet, denk ik, volwassener worden voordat ze de verantwoordelijkheid van het moederschap aan kan.”

Lincke wil graag vertellen over gezinnen waar „iedereen” (hulpverleners, familie, artsen) kan voorspellen dat het ongeboren kind zwaar mishandeld zal worden. Omdat het in dat gezin al eerder is gebeurd. Hij ziet drie of vier van die gezinnen per jaar in de twee Rotterdamse ziekenhuizen (Sophia en Maasstad) waar hij sinds vijftien jaar werkt. Er zijn dus landelijk zeker honderd van die gezinnen, rekent hij voor.

Twee kinderrechters pleitten vorige week in deze krant voor een wet die verplichte anticonceptie mogelijk maakt bij moeders die hebben bewezen dat ze hun kinderen in gevaar brengen. Want nu mag de overheid die niet opleggen. Ze bepleiten geen verplichte sterilisatie, wel een verplichte prikpil die drie maanden werkt of een implantaat dat zwangerschap drie jaar verhindert. Aanleiding was de zaak-Daniëlla, die in januari voor de rechter was. De verstandelijk gehandicapte vrouw (20) was in 2013 gemarteld en doodgeknuppeld door haar stiefvader. Haar verstandelijk gehandicapte moeder had niet ingegrepen. Het gezin was bekend bij tien instanties.

De discussie over verplichte anticonceptie keert telkens terug wanneer een zaak als die van Daniëlla bekend wordt. Ethici en sommige psychiaters reageerden fel op de rechters die dit bepleitten. Anticonceptie mag de overheid nooit opleggen, want het gaat tegen de lichamelijke integriteit en de autonomie van de vrouw in, zeggen de critici. En bovendien: bij welke moeders ligt de grens? Geen psycholoog of arts kan tijdens de zwangerschap voorspellen wie haar kind zal mishandelen of met iemand zal trouwen die dat doet.

Carsten Lincke durft te stellen dat hij ernstige mishandeling in individuele gevallen met grote waarschijnlijkheid wél kan voorspellen. „Wij verwachten soms een ramp die ook uitkomt – bij het tweede en het derde kind. Als het eerste kind is binnengebracht met de afdruk van een strijkijzer op zijn rug. Moedwillig pijn is gedaan. Brandwonden van sigaretten. Het gebeurt. Wij zeggen soms echt tegen vrouwen: u kunt beter geen kind meer krijgen. Als het kind er eenmaal is, dan moet de maatschappij er goed voor zorgen. Maar als je een zwangerschap kunt verhinderen, is dat je plicht.”

Hij begrijpt niet dat sommigen verplichte anticonceptie categorisch afwijzen. „Als je ziet wat wij hier zíén. De autonomie van een zware psychiatrisch patiënt of een drugsverslaafde vind ik niet opwegen tegen het onnodige leed van kleine kinderen.” De rechter zou er volgens hem over moeten beslissen.

Natuurlijk, zegt Lincke, moet je anticonceptie niet opleggen bij een hele categorie mensen. „Er is een grote groep ouders met psychiatrische stoornissen of verslaving die haar kinderen mishandelt of verwaarloost. Over hen heb ik het niet. Die kinderen hebben hulp nodig, de ouders ook.” Er zijn drugsverslaafde moeders die hulp accepteren, en die het lukt geen drugs te gebruiken tijdens de zwangerschap en daarna voor hun kind te zorgen.

Individuele gevallen

Het gaat Lincke om individuele gevallen: drugsverslaafden bijvoorbeeld die wél blijven gebruiken tijdens de zwangerschap. „Hun kinderen lopen levenslange beschadiging op. De hersens zijn beschadigd, ze worden vaak te klein geboren en te vroeg.” In de couveuse moeten ze eerst afkicken van de coke of de heroïne. „Als een moeder zo een of twee baby’s heeft gekregen, kan dat niet oneindig doorgaan.” Toch gebeurt het: in grote steden zijn enkele verslaafde moeders bekend die wel zes kinderen hebben gekregen.

Een geval apart zijn de ouders die een baby hard schudden omdat die veel huilt. Shaken baby syndrome heet dat. Lincke: „Die kinderen krijgen een hersenbloeding. Ze raken verlamd, kunnen later niet communiceren en komen veelal in een rolstoel terecht. Maar dat weten de ouders niet op het moment dat ze schudden. Ze beseffen niet dat ze grote schade aanrichten. Het is niet moedwillig, zij zijn onmachtig. Ze kunnen niet omgaan met gehuil. Ik denk niet dat je dat gedrag kunt voorspellen.”