Sacks laat na z’n dood ‘een uniek gat’ achter

Oliver Sacks, 81, neuroloog en schrijver, is stervende. De man die wij in Nederland leerden kennen dankzij zijn optreden bij Wim Kayzer, kondigde dit vorige maand aan in een artikel in The New York Times. „Dat betekent niet dat ik klaar ben met het leven... Ik moet me nu concentreren op mijzelf, mijn werk en mijn vrienden.”

Zelfs als hij niets meer publiceert, zullen zijn boeken, vele met onvergetelijke titels, zoals De Man die zijn vrouw voor een hoed hield, Een been om op te staan, Het eiland der kleurenblinden, Musicofilia en Oom Wolfraam, zijn autobiografie, ons bij blijven. Weinig auteurs bezitten zoveel talent om lezers te laten delen in een wetenschappelijke en persoonlijke zoektocht. Maar allereerst is Oliver Sacks de man van Awakenings (Ontwaken in verbijstering), het beroemde boek uit 1973, later verfilmd als documentaire en speelfilm en verwerkt tot toneelstuk, over patiënten met Encephalitis lethargica volgend op de Spaanse griep, die na decennia dankzij L-dopa ‘gewekt’ werden uit hun lethargische staat. Dat ontwaken ging gepaard met grote verwarring aangezien de patiënten zich niet konden voorstellen dat de wereld zo was veranderd. Hoewel ze bewust waren geweest, hadden zij zich decennialang geen herinneringen gevormd.

Ze hadden geleefd, maar het leven was door hun handen gegleden net als dat gebeurt bij dementerende mensen voor wie heden en verleden vervagen. Daarmee verdwijnt de essentie van het leven zelf. Weinig stemt verdrietiger dan een vrouw die bij de foto van haar huwelijksdag wijst op haar echtgenoot en vraagt wie die man is.

We bestaan bij gratie van onze herinneringen. Maar Sacks is zich als geen ander bewust van de valkuil die het leven ook is. In Speak Memory, de titel van zijn essay ongetwijfeld ontleend aan Nabokov, vertelt hij hoe hij zeker was dat hij als kind een bombardement in Londen had meegemaakt. Zulke levendige, gedetailleerde herinneringen moesten wel waar zijn. Maar zijn oudere broer hielp hem uit zijn droom: hij was er niet bij geweest en had slechts de verhalen gehoord. Sterker nog, de herinnering aan deze bom waren van dezelfde kwaliteit als die van een eerdere bom die hij wel had meegemaakt. Zijn geheugen maakte geen verschil tussen beide ervaringen. Er is geen mechanisme in het brein voor de waarheid. Het brein is geen harde schijf. We vormen herinneringen door herhaling waardoor ook verhalen van anderen de onze worden. Zo, vermoed ik, ontstaan nachtmerries bij kinderen die zelf de oorlog niet hebben meegemaakt. Het in gedachten herbeleven van pijnlijke en angstige ervaringen maakt ze nog traumatischer en nog moeilijker om los te laten. Focus niet zo op het negatieve is dan een loze raad.

De zwakte van het geheugen is ook een zegen, en niet alleen omdat we zoveel uitwissen en verfraaien. Het viel Sacks de laatste jaren op dat hij zich achteraf nooit de details herinnerde van zijn lezingen. Daardoor ontdekte hij ‘verse’ inzichten die hij met groot enthousiasme kon overdragen. Dergelijke cryptomnesia maakt het mogelijk om bestaande gedachten te ordenen, te vernieuwen en onverwachte verbanden te leggen. In zijn aantekeningen kwam hij al herlezend vergeten ideeën tegen die hij na jaren had opgepakt als nieuw. Creativiteit vereist misschien juist een falend geheugen opdat herinneringen en gedachten herboren worden. Maar uiteindelijk verdwijnen met het sterven alle herinneringen. De herinneringen van de stervende zelf, maar na een tijdje ook de herinneringen aan de gestorvene. Misschien is dat pas de definitieve dood, als er niemand meer is die over je kan vertellen en nieuwe herinneringen kan vormen bij anderen. Zoals Sacks schrijft in zijn laatste stuk: als mensen sterven kunnen ze niet vervangen worden, ze laten een uniek gat achter.