‘Ook nu zijn we omringd door chaos’

‘Loin des hommes’, een western die zich afspeelt zich tijdens Algerijnse dekolonisatieoorlog, heeft vele raakvlakken met de actualiteit.

Vastgeklonken: Viggo Mortensen en Reda Kateb zijn in handen gevallen van Algerijnse strijders.

De Algerijnse Oorlog (1954-1962) is nog steeds een beladen onderwerp in Frankrijk. Dat bloedige conflict was zowel een gewelddadige dekolonisatieoorlog van Algerije tegen Frankrijk, als een niet minder bloedige burgeroorlog tussen loyalisten en moslims. Die botsing van ideologie, moraal en geloof staat centraal in David Oelhoffens Loin des hommes, (‘Ver weg van de mensen’) een film die bewust geen partij wil kiezen, maar wellicht juist daardoor politiek zeer prangend is en doet denken aan de huidige conflictsituaties in het Midden-Oosten.

Dat was ook precies de bedoeling van regisseur David Oelhoffen. Loin des hommes is gebaseerd op De gast, een kort verhaal van Albert Camus uit 1959, gesitueerd voor het uitbreken van de oorlog. Oelhoffen: „Camus helpt ons nog steeds heel goed om de wereld van nu te begrijpen. Dat komt omdat hij altijd vanuit het individu, de mens, vertrekt. Hij is een humanist. Hij nam zelf als zoon van kolonisten in de Algerijnse kwestie een ingewikkelde positie in. Ik heb het verhaal van Camus naar het begin van de oorlog verplaatst, om de situatie nog meer op scherp te zetten. Het is frappant hoe modern het verhaal nog steeds is en hoe helder het laat zien hoe moeilijk het is om politiek geëngageerd te zijn. Maar de film is ook zeer actueel omdat het gaat over de strijd tussen de Arabische wereld en het Westen. We leven wederom in een tijd waarin we omringd worden door chaos en geweld.”

In Loin des hommes wordt Daru (Viggo Mortensen), leraar van een dorpsschooltje midden in het Algerijnse niets, gevraagd om een gevangene naar het dichtstbijzijnde dorp te escorteren, dat drie dagen verderop ligt. De man is verwikkeld in een ingewikkelde vete en zal berecht moeten worden volgens de wetten van de kolonisator, terwijl hij op de hielen wordt gezeten door zijn vijanden die hun bloedwraak willen voltrekken.

Oelhoffen maakte er een historische film van die geen historische film is: „De film gaat niet zozeer over de Algerijnse Oorlog. Die oorlog duurde acht jaar terwijl het verhaal van de film maar drie dagen beslaat. Maar het genre van de historische film is wel de beste manier om een universeel thema aan te pakken. Hoe specifieker je bent, hoe beter je kunt laten zien dat je het niet over een abstract land, over een abstracte geschiedenis of een abstract probleem hebt. Dat maakt het voor toeschouwers makkelijker om hedendaagse paralellen te zien.” De belangrijkste vraag die de film stelt is voor hem: „Hoe kun je overleven als de wereld om je heen uit elkaar valt? Is het dan nog mogelijk om je waardigheid en je menselijkheid te behouden?”

Loin des hommes is ook een film over twee buitenstaanders. Daru is als zoon van Spaanse immigranten niet representatief voor de typische Franse gemeenschap van kolonisten. Mohamed staat niet symbool voor de ene of andere politieke beweging in Algerije. Beide mannen hebben een sterk normbesef, maar ze moeten politiek nog ontwaken, aldus Oelhoffen. Hij wilde ook per se dat ze gelijkwaardig aan elkaar zouden zijn, vandaar dat hij tegenover Mortensen de eveneens internationaal bekende Frans-Algerijnse acteur Reda Kateb (Un prophète, Zero Dark Thirty) zette. Bij wijze van voorbereiding maakten beide acteurs dezelfde reis die hun personages in de film maken: „Wat deze twee personages bindt is dat ze geen bescherming vinden in hun eigen gemeenschap, en niet in de natuur, want die is onherbergzaam en vijandig. Maar hun persoonlijke ethiek is zeer verschillend. De film laat zien hoe moeilijk het is om elkaar halverwege te ontmoeten. Vigo en Reda zijn extreem genereuze acteurs, maar ook zij moesten elkaar eerst goed leren kennen voordat ze konden samenwerken.”

De film gaat over buitenstaanders die zijn overgeleverd aan de grillen van de natuur in een wetteloze maatschappij. Dat roept al snel het oer-Amerikaanse genre van de western in gedachten. En dat klopt ook, aldus Oelhoffen: „In de Amerikaanse western gaat het bijna altijd om het conflict tussen twee waardensystemen: de tribale wetten van de inheemse bevolking en de wetten van de witte man, tegen de achtergrond van een bruut en genadeloos landschap. En dan heb je eigenlijk ook nog een derde systeem, dat is iemands persoonlijke ethiek. Echt goede westerns spelen daarnaast ook met de mythe van de verovering van het westen, wat in dit geval ook de verovering door het Westen is. De beste voorbeelden van het genre ontkrachten die mythe en laten zien dat de strijd tussen goed en kwaad die zich afspeelde op de grens van een gekoloniseerde en een zogenaamde wilde wereld ertoe leidde dat de kolonisatie op corruptie en moreel verval was gebouwd.”

Daarmee levert Oelhoffen ook kritiek op zijn hoofdpersoon: „Daru is een gecompliceerde held. Als leraar is hij natuurlijk een representant van het Europese universalisme. Daarom begint en eindigt de film met twee scènes op school. In de eerste vertelt hij over het ontstaan van het schrift, en daarmee natuurlijk van de geschreven wet: in zijn geval de koloniale wet. Hij is nog zo naïef dat hij denkt dat hij in dat uitgestrekte, lege landschap geschiedenislessen kan geven die niets te maken hebben met de realiteit waarin die kinderen leven.”

Daarom is de laatste les die hij geeft aardrijkskunde, en dan is het een meer dan mooi toeval dat ze zich in het Atlas-gebergte bevinden: ,,Door zijn ervaringen wil hij zijn leerlingen bij wijze van laatste les vertellen waar ze zich bevinden, dat ze een plek hebben op aarde. Maar de atlas is natuurlijk ook het boek waarin alle kaarten van de wereld verzameld zijn, eigenlijk een ander soort wetboek. En Atlas is natuurlijk ook de figuur uit de Griekse mythologie die de wereld op zijn rug droeg.”