Met plastic monsters de virtuele wereld in

Het is een grote hit: plastic poppetjes waarmee je zowel in de fysieke als de virtuele wereld kunt spelen. ‘Toys to life’-games lijken het speelgoed van de toekomst.

Pepijn Barnard

Gebroederlijk staan ze onder mijn tv: Super Mario met een vuurbal, Thor met een knoepert van een hamer, Food Fight met een doorgeladen tomatenwerper en Rapunzel, blootvoets en met een lange vlecht. Ieder een centimeter of zeven hoog, kleurrijk en gedetailleerd vormgegeven.

Wie kinderen heeft, met name jongens tussen de vijf en tien jaar, zal mijn plastic figuurtjes herkennen. Ze zijn knap gemaakt speelgoed én de hoofdrolspelers in Skylanders, Super Smash Bros. en Disney Infinity, drie van de populairste games van de afgelopen jaren. De games combineren het fysieke en het virtuele en geven een eerste indruk van hoe speelgoed er in de toekomst uit zou kunnen zien.

De techniek die erachter zit, NFC (near field communication, zie kader) is weinig opwindend, saai zelfs en vormt ook de basis van de ov-chipkaart en contactloos betalen. Maar zo’n generieke technologie op verrassende wijze inzetten is een goede gametraditie: de Game Boy was in wezen een rekenmachine met minder knoppen, en de bewegingsgevoelige Wii-afstandsbediening werd mogelijk gemaakt door de komst van goedkope versnellingsmeters.

Meer dan een gimmick

De eerste game die gebruik maakte van NFC-technologie was Skylanders. Het werkt als volgt: je plaatst een monster op de meegeleverde usb-portal, die je aansluit op je spelcomputer of iPad. Vervolgens begint het te suizen op je scherm en komt een digitale versie van het poppetje tevoorschijn. Die kun je in de spelwereld laten lopen, springen en vechten.

Het is meer dan een gimmick, want je moet regelmatig van monster wisselen, omdat elk exemplaar sterke en zwakke punten heeft. Het blijkt een prettige interactie; hoe vaak je het ook doet, het houdt iets magisch om een poppetje op de portal te zetten en hem in een oogwenk op een scherm tot leven te zien komen. Om die reden wordt deze categorie games toys to life genoemd.

Het idee voor Skylanders kwam van Toys for Bob, een kleine studio – onderdeel van mega-uitgever Activision maar met onafhankelijke wortels – die vanuit Californië onopvallende kinderspellen maakte. Tot een ontwerper met kunststof monsters op de proppen kwam, een programmeur daar wat elektronica op plakte en de rest van het team er een toegankelijke actie-avonturengame omheen bouwde.

Het was zowel een geslaagd spelconcept als een gewiekste manier om mensen honderden euro’s aan plastic te laten uitgeven. Want uiteraard moest je steeds nieuwe figuurtjes kopen om alle gebieden van de fantasiewereld te kunnen bereiken.

De speelgoedindustrie was met stomheid geslagen. De precieze winst- en omzetcijfers geeft Activision niet prijs, maar duidelijk is dat er veel geld in omgaat. Onderzoeksbureaus NPD Group en GfK Chart-Track noemen Skylanders de populairste kindergame ter wereld. En dat al drie jaar.

Nintendo verwerkte de NFC-techniek eind 2012 in de Wii U-spelcomputer, maar baatte dat gek genoeg niet meteen uit. Zo kon het dat Disney als eerste een Skylanders-concurrent introduceerde, Disney Infinity. Sinds afgelopen najaar werkt dat spel niet alleen met de Disney-tekenfilmsterren, maar ook met de striphelden van Marvels The Avengers. Inmiddels verkoopt Nintendo ook NFC-poppetjes, Amiibo geheten. Die werken met alle Nintendo-games die ervoor geschikt zijn gemaakt. Sinds Nintendo NFC-technologie inbouwde in de New Nintendo 3DS, kunnen dat ook draagbare spellen zijn.

Er is nog veel meer mogelijk

Aan de na-apers valt vooralsnog op hoe weinig ze toevoegen aan het Skylanders-concept, of er zelfs aan afdoen. Op de Disney Infinity-portal passen twee poppetjes, maar dat is alleen nuttig als je samen speelt. Bij Nintendo is die directe interactie van Skylanders helemaal verdwenen: je plaatst de figuren niet op een portal, maar moet tussentijds ‘bliepen’ om gegevens uit te wisselen. Het heeft de charme van inchecken bij een stationspoortje.

Skylanders zelf blijft wél verrassen. Zo heeft de portal van Trap Team, de nieuwste versie, een uitsparing voor een ‘val’. Heb je een vijand verslagen, dan kun je daar een totempje in plaatsen om de vijand te ‘vangen’. Je hoort hem van tijd tot tijd mopperen via een ingebouwd speakertje, alsof het beest werkelijk bezit heeft genomen van het dode plastic.

Zo vervaagt de grens tussen het fysieke en het virtuele steeds verder. Met wat fantasie is er nog veel meer mogelijk. Je zou bijvoorbeeld met fysieke puzzelstukken kunnen schuiven op een portal en zo virtuele sloten kunnen openen. Of denk aan een robotgame waarbij je NFC-onderdelen op een usb-skelet kunt klikken. Het speelgoed kan ook zelfstandiger worden: wat als monsters zonder tussenkomst van een game-apparaat met elkaar communiceren, zodat ze tijdens het spelen toepasselijke kreten slaken?

Het goede nieuws is dat er in de lucratieve toys to life-markt nu drie stevige concurrenten actief zijn. Ongetwijfeld gaan zij hun best doen om elkaar af te troeven met nieuwe vondsten. Activision belooft alvast een „vernieuwende” Skylanders voor komend najaar. Nintendo kan bij ieder nieuw spel iets doen met NFC-technologie, en werkt wellicht ook aan een game die er speciaal voor is gemaakt. De hoeveelheid plastic onder mijn tv wordt voorlopig in ieder geval niet kleiner.