Lof is geweldig, maar je koopt er geen treinkaartjes van

De debuutroman van Niña Weijers (27) werd goed ontvangen. Hartstikke fijn natuurlijk, maar rijk wordt ze er niet van. Hoe is het om van schrijven je carrière te maken?

Toen ik een jaar geleden mijn vaste baan als programmamaker bij een cultureel podium opzegde, was dat nogal een risico. Ik had niet echt een plan de campagne, alleen een roman die bijna af was en wat ervaring als interviewer. Maar wat had ik nodig? Ik woon goedkoop, heb de laagst mogelijke zorgverzekering (met een torenhoog eigen risico), geen kinderen, geen al te kostbare hobby’s of verslavingen. Desnoods, zei ik tegen mijn ouders, ga ik wel wat bijverdienen als barvrouw. Ik wilde een schrijvend leven, en daar wilde ik niet zo’n beetje half voor kiezen.

Het gaat heel goed met jou, hè?

Mijn boek verdween goddank niet in het gevreesde zwarte gat, en het restant van de eerste druk belandde niet in een shredder. Van een andere schrijver had ik dat horrorverhaal aangehoord: als je een paar honderd exemplaren overhoudt, gaan die niet in de uitverkoop maar worden die vernietigd. Aan een verramsjt debuut valt blijkbaar nog minder eer te behalen dan aan een tot reepjes vermalen berg papier.

Er verschenen recensies in kranten en bladen, de meeste positief en zelfs heel lovend, sommige wat minder, maar hoe dan ook was er blijkbaar een toon gezet: ik had een debuut geschreven waar men niet omheen kon. Ik herinner me een interviewer op een zonnig terras, die zei: het gaat heel goed met jou, hè? Toen ik later wilde inchecken op het station, stond er niet alleen niet genoeg geld meer op mijn ov-kaart, maar ook niet op mijn rekening. Lof is geweldig, maar je koopt er geen treinkaartjes van.

Voor zover je het een tactiek kunt noemen was dit in die eerste maanden de mijne: op elk verzoek dat binnenkwam zei ik ja. En dus schreef ik stukjes voor glossy’s, voor literaire tijdschriften, voor websites en krantenrubrieken (Hoe ziet je boekenkast eruit? Hoe was je jeugd? Wie is je beste vriendin? Aan wie zou je een brief willen schrijven?) Ik begeleidde leesclubs, interviewde, schreef verhalen voor de radio die ik midden in de nacht door de telefoon voorlas aan een stil en onzichtbaar publiek. Ik gaf les aan studenten van de Universiteit Leiden, jureerde bij schrijfwedstrijden, gaf schrijftips aan schuchtere scholieren. Maar bovenal trad ik op: in boekhandels, op festivals, tijdens literaire middagen en avonden in alle uithoeken des lands.

Van hip en gelikt tot volkomen kneuterig: het hele spectrum heb ik inmiddels wel gezien. Ik weet nu dat een kleinschalige bijeenkomst in de provincie soms veel leuker is dan een zwaar gestroomlijnd evenement in de Randstad. Dat schrijvers ontstellend vaak gevraagd wordt gratis stukjes te typen en voor een boekenbon – ‘en heel goede pr voor je boek!’ – lezingen te verzorgen. Dat een minuut op tv beter is voor de verkoop van een boek dan tien goede recensies (nou oké, DWDD dan. Ikzelf heb alleen nog bij zondagochtendprogramma’s en Het Groot Dictee gezeten, en daarmee veroverde ik nu niet direct een plaats in de bestseller- 60).

Enkele uitzonderingen daargelaten, kan geen enkele schrijver in Nederland puur van de verkoop van zijn boeken leven. Netto houd je ongeveer anderhalve euro over per verkocht boek, de rest gaat naar de boekhandelaar, de uitgever, de drukker, de belasting. Zoals overal is ook in schrijversland de middenklasse aan het verdwijnen: er zijn een paar bestsellers die 200.000, 300.000 keer over de toonbank gaan, dan is er een hele tijd niets, en dan zijn er al die boeken waarvan er een paar honderd tot een paar duizend worden verkocht.

Nooit als carrière gezien

Ik ben niet anders gewend, maar eigenlijk is het wonderlijk dat mijn belangrijkste bezigheid niet mijn belangrijkste bron van inkomsten is. Ik moet nu geld verdienen met andere dingen om straks weer een poosje te kunnen schrijven aan mijn volgende roman. Daar zou ik verongelijkt over kunnen doen, maar dan mis ik een essentieel punt: ik ben nooit begonnen met schrijven om er geld aan te verdienen. Het is ironisch dat dit stuk in de Carrièrebijlage staat, want als een carrière heb ik het nooit gezien. Ik doe het omdat ik niet zou weten wat anders, zo simpel is het, en zo simpel zal het hopelijk blijven. Althans, dat gedeelte. Want ondertussen hoopt mijn mail zich op, schreeuwt mijn administratie om een boekhouder en heb ik vandaag twee deadlines en een interview.