Leven van boeken? Eerder van praatjes

Een redelijk succesvolle schrijver verdient zo’n 8.000 euro aan een boek – niet echt een riant jaarsalaris. Dus moet je sprokkelen. Daar is deze Boekenweek een prima moment voor.

Foto Boudewijn Bollmann

Je kunt je boterham verdienen met het schrijven van romans. „Maar ik zeg tegen vrijwel iedereen die hier komt: als je rijk en beroemd wilt worden, moet je nu besluiten om iets anders te gaan doen”, zegt Willem Bisseling, die werkt bij literair agentschap Sebes & Van Gelderen. Slechts een handjevol schrijvers leeft van alleen hun boeken, vertelt hij. „Herman Koch, Esther Verhoef, Saskia Noort” – de mensen die ook weken achtereen in de bestsellerlijsten staan. „Maar een grotere groep kan leven van het schrijverschap. Dus: van het schrijven, plus alle dingen eromheen.”

10 procent van de verkoopprijs

Want de royalty’s alleen, daar moet een ‘gemiddelde’ schrijver het niet van hebben. De opbrengsten per verkocht exemplaar staan in principe vast in het modelcontract dat de meeste uitgevers hanteren. De stelregel is: de schrijver ontvangt 10 procent van de verkoopprijs. Dat geldt voor de eerste 4.000 exemplaren, daarna wordt het stapsgewijs meer.

Maar de harde waarheid is dat de meeste boeken niet boven die eerste 4.000 uitkomen. Oftewel: een schrijver heeft jarenlang geploeterd op zijn roman en de recensies zijn aardig en boekverkopers doen hun best, waardoor er een nette 4.000 stuks van worden verkocht. Maar de opbrengst – als een boek 20 euro kost – is dan 8.000 euro.

Bepaald geen jaarsalaris. (Bisseling: „We adviseren mensen ook om hun vaste baan niet op te zeggen.”) Maar vooruit, ook geen onaardig inkomen. Jammer alleen dat je het royaltybedrag nauwelijks een inkomen kunt noemen, omdat het wordt uitbetaald alsof het een bonus is. „Je krijgt de royaltybijschrijving één keer per jaar”, zegt Bisseling. „Vaker uitbetalen doen uitgevers alleen bij bestsellerschrijvers die erom hebben gevraagd.”

Gelukkig is er nog het voorschot dat de schrijver al kreeg vóór het boek er was. De hoogte loopt uiteen van 2.500 tot 25.000 euro, zegt Bisseling. Als literair agent wil hij voor zijn auteurs per se een voorschot regelen. Want hoe hoger het voorschot, hoe meer de uitgever voor het boek zijn best zal doen. „Die zal zijn investering willen terugverdienen, dus dan wordt er veel aan publiciteit en verkoop besteed.”

Fijn: voorschotten hoeven schrijvers niet terug te betalen – maar het gaat wel van de royalty’s af. Maar nog een keer een harde waarheid: een grote groep houdt dan niets over. Bisseling loopt even naar zijn boekenkast: „Ik denk dat de helft van ‘onze’ Nederlandse schrijvers meer aan zijn of haar boeken verdient dan zijn voorschot.”

Dus moet je als schrijver sprokkelen: een columnopdrachtje hier (want je kunt schrijven), een lezinkje daar (waardoor je ook weer wat meer boeken verkoopt). Een week als deze, Boekenweek, spekt de kas.

Het merendeel van de Nederlandse schrijvers heeft zich daarom aangesloten bij de stichting Schrijvers School Samenleving – die zorgt ervoor dat de schrijver per optreden in elk geval 265 euro krijgt. De meeste schrijvers, zo’n 60 procent, zitten op dat basistarief, schat Margreet Ruardi van de stichting. Verdient een schrijver zo dan zijn dagelijks brood? Niet echt: in 2013 bemiddelde de stichting voor 726 optredens. 175 schrijvers deden dat jaar maar één optreden. De succesvolste schnabbelaar was Jan Brokken: 54 optredens.

Organisaties proberen trouwens regelmatig onder het honorarium uit te komen, zegt Ruardi. „Ik hoor mensen dagelijks zeggen dat de schrijver ‘het wel leuk moet vinden’, wat eigenlijk betekent dat ze het gratis moeten doen. Alsof je baas je halverwege de maand vraagt of je het werk leuk vindt, en dan vindt dat hij je niet meer hoeft te betalen.”

Subsidie-euro’s

Dan zet een subsidie meer zoden aan de dijk. Daarvoor bestaat het Nederlands Letterenfonds. Vorig jaar verstrekte het zo’n 2,3 miljoen subsidie-euro’s aan in totaal 115 schrijvers: van 20.000 euro kun je wel een paar maanden leven.

Maar moet een beginnende schrijver dan om de subsidie knokken met ervaren rotten? Nee, er zijn verschillende categorieën, zegt Greetje Heemskerk van het Letterenfonds. „Er worden bijvoorbeeld altijd minstens acht debutanten uitverkoren.” Wie meer dan 45.000 euro verdient, moet subsidie terugbetalen.

Bisseling: „Van voorschot naar voorschot leven kán, als je er wat subsidie bij krijgt en optredens bij doet. Maar als je nooit doorbreekt, nooit wordt opgepikt, houdt het een keer op.” En dat doorbreken, dát hangt van de boeken af.