‘Je kunt niet leven van de vergoeding voor een senator’

Dat zei oud-minister Karla Peijs (CDA) in NRC Handelsblad

illustratie jet peters

De aanleiding

Mag iemand die in de Eerste Kamer zit er meerdere banen op nahouden? Het CDA is daarmee niet al te strikt, schreef NRC Handelsblad begin deze week. „Belangenverstrengeling is niet zo’n punt”, was het standpunt van de CDA-fractie, aldus oud-minister Karla Peijs, die in de kandidatencommissie zit voor de Eerste Kamer-lijst. Zij zei: „Je kunt niet leven van de vergoeding voor een senator [zo’n 25.000 tot 30.000 euro], en er moet ook brood op de plank.”

Is dat inderdaad zo, dat een senator per se verdiensten moet hebben naast het senatorschap, omdat hij van die vergoeding niet kan rondkomen? Dat gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

Het cijfer staat tussen haken, omdat verslaggever Emilie van Outeren dat bedrag zelf aanvulde in haar artikel. Peijs noemde tegenover haar een getal dat niet na te trekken bleek – en ze wilde geen onjuiste informatie opschrijven. De vergoeding van 25.000 tot 30.000 euro was daarom wat voorzichtig geformuleerd. We gaan nog een poging doen om het bedrag vast te stellen.

En, klopt het?

Hoe hoog is die vergoeding voor senatoren precies? Die is niet meteen precies vast te stellen, omdat hij uit verschillende componenten bestaat.

Er is een vaste maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, die volgens de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer in 2009 is vastgesteld op 1.998,28 euro. Dat is een bruto bedrag. Daarnaast zijn er jaarlijkse bedragen die iedere senator volgens die wet ontvangt: een variabele eindejaarsvergoeding, een vergoeding waarmee ze voorzieningen kunnen treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden (2.788,80 euro), er is een onkostenvergoeding (2.444,56 euro) en een reiskostenvergoeding (3.640 euro).

Alles bij elkaar opgeteld kom je dan op een jaarinkomen van bruto 32.852,72 euro – maar dan is de variabele eindejaarsuitkering nog niet meegeteld. Kijk je alleen naar het maandelijkse ‘loon’, zonder al die jaarlijkse bijdragen, dan komt het neer op 23.979,36 euro, ook bruto.

Ten tweede: wat is het minimumbedrag waarvan je kunt leven?

We hanteren daarvoor de norm die de overheid zelf heeft gesteld: bijstandsniveau. Wanneer je daaronder verdient, kun je volgens de overheid niet rondkomen en heb je recht op een toeslag die je inkomen aanvult tot je op bijstandsniveau zit.

Het normbedrag waarop het bijstandsniveau wordt bepaald, heet het sociaal minimum en is voor een gehuwd of samenwonend persoon momenteel vastgesteld op 69,05 euro bruto per dag – voor een alleenstaande van 23 jaar of ouder is het 52,05 euro. Als we dat naar een weekbedrag willen vertalen moeten we dat maal vijf doen, en daarmee kunnen we dan het jaarbedrag uitrekenen: voor alleenstaanden 13.533 euro bruto en 17.953 euro bruto voor gehuwden.

Getrouwd of niet, in beide gevallen ligt de vergoeding die een senator ontvangt dus hoger dan het minimumbedrag waarmee je in je levensonderhoud zou moeten kunnen voorzien.

Zijn er eigenlijk senatoren die geen andere bronnen van inkomsten hebben? De website van de Eerste Kamer vermeldt alle banen en nevenfuncties van de leden en uit een rondgang blijkt dat alle senatoren ofwel een baan, ofwel een bezoldigde nevenfunctie, ofwel een AOW- of pensioenuitkering hebben. Dus zou je kunnen stellen dat Eerste Kamerleden wel van hun senatorenvergoeding zouden kunnen leven, maar ze kunnen dan niet de levensstandaard nastreven die onder senatoren gebruikelijk is.

Conclusie

De vergoeding die Eerste Kamerleden krijgen voor de uitoefening van hun functie ligt tussen de 24.000 en 33.000 euro bruto – dat hangt ervan af of je jaarlijkse vergoedingen meetelt. Het bijstandsniveau ligt op maximaal 17.953 euro. De bewering dat je van een senatorenvergoeding niet kunt rondkomen beoordelen we daarom als onwaar.